In memoriam: Anja de Vries

Begin 2001, KNN was nog maar een jaar oud, liep een jonge vrouw ons toenmalig kantoor op het Zernike terrein in Groningen binnen. Haar naam: Anja de Vries. Deze ontmoeting was het begin van een inspirerende samenwerking die duurde totdat ze begin 2011 echt niet meer kon werken. Twee jaar later, in 2013, ging ze formeel uit dienst. Woensdag 23 januari jl. overleed Anja, 44 jaar oud.

In 2001 was Anja op zoek naar een bedrijf waar ze haar studie Milieukunde aan het Van Hall kon afronden. Ze had haar studie enige tijd moeten onderbreken vanwege haar ziekte, maar ze voelde zich weer goed genoeg om de laatste stap te zetten en haar diploma te halen.  Eind zomer van dat jaar was haar afstudeeronderzoek klaar en was het tijd om afscheid te nemen. Maar dat liep toch ietsjes anders. Een week later moest ik haar al bellen om te vragen of ze bij ons kon komen werken; er was een project gegund waar zij bij uitstek de persoon voor zou zijn. Met de energie en het enthousiasme dat Anja zo kenmerkte,  begon oktober 2001 haar loopbaan bij KNN.

Vanwege haar gezondheid kon ze ‘slechts’ 2 dagen per week werken. Maar die dagen werden altijd meer dan ten volle benut. Haar passie was duurzaam ondernemen. Het trof dan ook dat in de beginjaren van deze eeuw het project ‘Duurzaam Groningen’ van start ging. Via Anja hebben we een mooie rol in dat project kunnen spelen. Aansluitend heeft ze een mooie periode kunnen en mogen werken voor en bij de Milieudienst van de gemeente Groningen. Het waren goede jaren.

Begin 2011 veranderde dit. Anja vertelde mij dat het niet langer ging. Ze heeft toen afscheid moeten nemen; in 1ste instantie van het werk, twee jaar later ook van KNN. De laatste keer dat we haar als bedrijf hebben mogen meemaken was op de dag dat KNN verhuisde naar de huidige locatie, eind 2012.

Na haar afscheid bij KNN hebben wij het contact met elkaar in stand gehouden. Het viel mij daarbij altijd weer op hoezeer zij de ontwikkelingen bij ‘haar’ KNN is blijven volgen. Ons laatste contact, via Whatsapp, dateert van begin december vorig jaar.  Ze begon haar bericht toen met: ‘Lang niks van mij gehoord, maar dat wil zeker niet zeggen dat ik niet vaak aan jullie denk’.  Uit de rest van dat bericht bleek hoe erg verslechterd haar situatie was.

Woensdag 23 januari jl. hebben de mensen om haar heen definitief afscheid van Anja moeten nemen. Ik blijf haar herinneren als een inspirerende vrouw, een voorbeeld voor ons allen. Anja, rust zacht.

Cor Kamminga

Hoop na het ‘Waddeneilanden-debacle’

Daar kwamen de gevolgen van de huidige economie toch even goed in beeld; de hele Waddenzee een puinhoop. 300 containers die losgeslagen waren van een schip, 18 daarvan die aanspoelden op de Wadden, meer dan 200 containers die nu op de zeebodem boven Terschelling liggen en een hele hoop producten die her en der aanspoelde op het strand. Ellende.


Waar de eerste jutters nog een TV konden incasseren (al vraag ik mij ten zeerste af of zo’n tv het dan nog doet), bleef er al snel een puinhoop van klein afval over op de stranden. Schoonmaakacties werden georganiseerd; van heinde en verre kwam men naar de Waddeneilanden om de boel schoon te maken. Fantastisch om te zien. Het blijkt dat er bij voldoende media-aandacht toch een hele hoop mensen iets willen doen aan de afvalhoop. Wat ik daarbij vooral interessant vindt: hoe zorgen we er nou voor dat die bewustwording iets blijvend is?

Even los van hoe zoiets te voorkomen is (en dan heb ik niet over de technische aspecten van het juist vastsjorren van containers op boten of het niet varen tijdens storm), is dit een voorbeeld bij uitstek van de huidige economie waarin we leven, de lineaire economie. We maken producten, die gaan kapot, dat gooien we weg en we kopen wat nieuws. Daarmee (indirect) gebruik makend van allerlei klimaat belastende activiteiten. Het zou zo mooi zijn als we dat met zijn allen steeds meer en meer gaan minderen. Op weg naar een circulaire economie.

Dan word ik er des te gelukkiger van dat steeds meer ondernemers kansen grijpen om in de circulaire economie mee te gaan. Zo probeer ik vanuit mijn werk voor de gemeente Emmen en provincie Drenthe (het aanjagen van de groene chemie en industrie ontwikkelingen in die regio) allerlei bedrijven die op dat vlak actief zijn te ondersteunen.

VandeSant is daar één van. Zij maken prachtige meubels van 100% gerecycled materiaal. Niet van ‘echt’ te onderscheiden. Sterker nog, dit is het nieuwe ‘echt’. En ook nog volledig duurzaam geproduceerd. Zo hoort het. Dat vonden ook vier van de vijf ondernemers uit de jury van het BBC programma Dragons’ Den. Die wilden maar wat graag investeren na de pitch van Robert Milder.

Mooi! Dat hebben we nodig met zijn allen. Kan ik jouw duurzame ontwikkeling ook ondersteunen? Neem vooral contact op.

 

Jelmer

Mijn kijk op klimaatverandering

Hoewel ik geen opleiding heb genoten in de richting chemie, biologie of milieukunde blijft het klimaat mij fascineren. Ik laat mij vanaf de zijlijn informeren en inspireren over alles wat te maken heeft met klimaatverandering, globalisering en de directe en indirecte invloed op het milieu in zijn algemeenheid.

December 2018 waren de wereldleiders in Polen bijeen om te spreken over de klimaatverandering. De wereldleiders kwamen bij elkaar om zich te buigen over significante zaken. Zoals genoemd in onze vorige blog Klimaattop: Door de (kool)zure appel heen bijten is over de Klimaattop alom veel gezegd en geschreven in de media. Daar hoef ik geen woorden meer aan toe te voegen.

Wetenschappers zijn het erover eens dat de mens grotendeels verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde (het broeikaseffect). Zo blijven grote internationale bedrijven doorgaan met het uitstoten van CO₂. Organisaties als National Geographic™, NASA, The Leonardo DiCaprio Foundation, maar ook bioloog David Attenborough blijven voortdurend aandacht vragen voor dit probleem. En terecht. De uitingen waarop ze dit aankondigen (radio, televisie, social media en het publiceren van natuurfoto’s) inspireren mij. Ook kunnen ze het grote publiek (waaronder mijzelf) confronteren met harde feiten en cijfers. Van een aantal berichtgevingen ben ik flink geschrokken, zoals bijvoorbeeld het afsterven van het koraalrif aan het Great Barrier Reef in Queensland, Australië.

Na het zien van documentaires van grote milieuorganisaties en het lezen van diverse krantenartikelen ben ik nuchter genoeg om te realiseren dat de klimaatverandering niet van de ene op de andere dag is opgelost. Het besef dat ik bij een bureau werk dat als ondernemend adviseur optreedt naar de buitenwereld en naar opdrachtgevers met als doel de transitie naar een betere, schonere en duurzamere toekomst, geeft mij een gevoel van voldoening.

 

Leandra

de Bio Cooperative in een notendop

In mijn eerdere blog, in de afgelopen zomer, benadrukte ik de kracht van het samenwerken. Daarbij benoemde ik onder andere als voorbeeld de Bio Cooperative. Inmiddels zijn we een maand of vier verder en zijn er weer diverse ontwikkelingen gaande.., vandaar een klein stukje extra achtergrond. 

De Bio Cooperative is opgericht per september 2016. Het is een samenwerkingsverband tussen innovatieve bioeconomie ondernemers uit Noord-Nederland. Veelal actief in de groene chemie, circulaire economie of biobased economie. Geef het beestje maar een naam .. innovatief zijn ze allemaal. Een coöperatie oprichten en ontwikkelen tot iets waar waarde uit gehaald kan worden door de leden is echter niet zomaar iets. Daar gaat tijd overheen, veel tijd. Soms bijna teveel tijd. Wanneer er dan uiteindelijk ontwikkelingen zijn waardoor al die tijd die erin is gestopt steeds waardevoller blijkt voor onze leden, dan geeft dat veel voldoening.

Zo ook in deze laatste maanden van 2018. De Bio Cooperative bloeit;

  • er worden projecten opgestart tussen leden (ze willen het laten zien!)
  • de Bio Cooperative is een belangrijk aanspreekpunt op regionaal, provinciaal en nationaal niveau
  • de Bio Cooperative werkt met alle relevante partijen in de regio samen
  • overheden zien meerwaarde en proberen mede via de Bio Cooperative projecten aan te jagen
  • nieuw op te starten fondsen willen graag met de Bio Cooperative samenwerken omdat dáár de innovatie zit die zij zo graag willen financieren en waar geld voor beschikbaar is.
  • we vertegenwoordigen op beurzen onze leden, want; er zijn zoveel toffe bedrijven in het Noorden, daarvoor hoef je echt niet te vertrekken naar de Randstad.

Kortom, gebeurtenissen waar we allemaal veel energie van krijgen en waar we ervoor gaan zorgen dat deze ontwikkelingen zich in een stijgende lijn blijft voorzetten. Ik in het bijzonder, omdat het toch een beetje mijn kindje is geworden. Oom Jelmer van de Bio Cooperative; samen werken aan het genereren van business.

Meer weten over of je aan willen sluiten bij de Bio Cooperative? Benieuwd naar wat KNN verder voor jou kan betekenen? Geef ons vooral een belletje!

Laat het maar zien!

Dat de biobased en circulaire economie een opkomende economie is mag geen verrassing heten. Dat inherent aan een opkomende en nieuwe economie (veel) uitdagingen op het pad komen ook niet. Een transitie naar een groene economie is weliswaar noodzakelijk, maar knap lastig om zomaar even te bewerkstelligen. In mijn eerdere blog gaf ik al aan dat er een kentering plaats aan het vinden is; consumenten willen écht duurzaam en grote bedrijven gaan daarin mee. Over die ontwikkelingen ga ik het hier nu niet hebben; economische uitdagingen genoeg en wij kunnen helpen die te tackelen.

Nee, ik wil het graag hebben over wat er al wél is en wat er al wél kan. Mijn ervaring leert namelijk dat het daadwerkelijk kunnen laten zien van duurzame, mooie producten veel helpt bij gesprekken met overheden, investeerders, subsidieverstrekkers, potentiële afnemers, samenwerkingspartners en de consument. Iets daadwerkelijk in handen houden, beseffen dat het van goede kwaliteit is en dus kan wedijveren met het standaard product uit de oude weggooi-economie is goud waard.

Het is weer eens wat anders dan de zoveelste PowerPoint presentatie waarin men weliswaar op een duidelijke manier uitlegt hoe het product werkt, wat de grondstoffen zijn, hoe het eventueel gerecycled is, hoe men het in de markt wil brengen etc. etc. Zeer belangrijke informatie, maar mijn oproep aan eenieder die duurzame producten ontwikkelt; zorg voor een uitsmijter. Zorg als het even kan voor een uitsmijter waarbij je het product laat zien. Laat zien dat het kwalitatief hoogstaand is. Gooi het voor mijn part van een flatgebouw af om je punt te onderstrepen (disclaimer: het product moet wel gemaakt zijn om hier tegen te kunnen).

Met andere woorden: laat het maar zien! Er is genoeg moois. Ook voor de particulier; rugzakken, horloges, telefoonhoesjes, rietjes, tandenborstels, tassen … De gehele markt is in beweging.

Bij KNN Advies zijn we hier ten volle van overtuigd en willen we de producenten en haar producten in het daglicht zetten. Er is behoefte aan een platform die al die prachtige duurzame en circulaire producten aanbiedt; www.asarna.eu.

Geïnteresseerd? Bel vooral eens op!

Jelmer

Pippi Langkous & het balkon

Dat de zomer van 2018 de geschiedenisboeken in zal gaan is geen nieuws. Ook hier in Zweden, waar ik momenteel ben, is het ongekend. Van buitenaf lijkt het zelfs of het halve land in (bos)brand staat. Gelukkig hebben wij daar op onze plek geen enkele last van. Ik kom hier graag. Het geeft mij de gelegenheid om letterlijk allerlei werkgerelateerde irritaties en ergernissen van mij af te slaan. Maar dit jaar wilde ik het anders doen: iets (op)bouwen. En dat onder het levensmotto van Pippi Langkous: ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan.

De keuze viel op ons balkon. Ieder huis hier heeft een balkon, een ontsnappingsroute voor het geval brand uitbreekt. Het hekwerk van ons balkon was dringend aan vervanging toe. Zonder enige staat van dienst op dit gebied, ben ik maar aan de slag gegaan. Opmeten, inkopen, op maat zagen, verven, monteren, plaatsen en afwerken. Het resultaat stemt tot tevredenheid.

Als je zo aan het werk bent gaan er allerlei gedachten door je heen, gedachten over bijna 20 jaar KNN. De laatste helft daarvan heeft met name in het teken gestaan van biobased & circulariteit: we hadden het nog nooit gedaan, maar dachten het wel te kunnen. En dat is volgens mij terecht gebleken, met bedrijven gespecialiseerd in cellulose, bioplastics en groene aromaten.

Opscheppen zit niet in mijn/onze aard, maar als ik hier zo de eeuwig zingende bossen intuur, dan denk ik dat wij als KNN de afgelopen jaren een grote stempel hebben gedrukt op de in ontwikkeling zijnde biobased & circulaire economie in (Noord) Nederland. Met onze kennis, ervaring, netwerk en creativiteit. Ik zie er naar uit om dit na de vakantie met volle, hernieuwde energie voort te zetten. Ik nodig daarbij iedereen die dit onderwerp aan het hart gaat uit lering te trekken uit de wijze lessen van Pippi Langkous.

Cor

De kracht van samenwerken

Door onze jarenlange ervaring over de gehele keten, ons netwerk en ons rechttoe-rechtaan mentaliteit zijn we met KNN Advies onder andere betrokken bij het opstarten en de uitvoering van verschillende samenwerkingsverbanden, coöperaties, danwel netwerken. De term kan verschillen, de achterliggende intentie niet. Samenwerken brengt mensen, bedrijven en organisaties verder. Hoe werkt dat eigenlijk?


Laat ik voorop stellen dat ik geen psycholoog ben. Ik ga hier niet uit de doeken doen hoe wetenschappelijk uit talloze onderzoeken is aangetoond dat men door samenwerken verder komt. Dat gelooft iedereen zo ook wel. Nee, wat ik interessant vind is hoe dat samenwerken in zijn werk gaat. Wat maakt het dat samenwerken werkt? Waarom raden wij vrijwel iedereen aan om hier in ieder geval oog voor te hebben en betrokken te zijn bij dit soort verbanden? Wat leert onze ervaring?

Bij KNN Advies zijn wij betrokken bij – de uitvoering van – verschillende netwerken. Zo is er de Biocoöperatie Noord-Nederland, een samenwerkingsverband tussen (MKB) bedrijven in Noord-Nederland rondom de biobased economie. Daarnaast is er SUSPACC, een bedrijvennetwerk op een kleinere schaal (rondom Emmen) met de focus op groene chemie; biopolymeren, biocomposieten, recycling en 3D-printing. Mijn collega Willemien Veele heeft met groot succes BERNN opgetuigd; het samenwerkingsverband tussen de noordelijke Hogescholen en de RUG op het gebied van de biobased economie. Deze samenwerkingsverbanden hebben allemaal een gemene deler: het werkt. Dat zien wij van dichtbij. Het is niet voor niets ontstaan en het breidt zich niet voor niets uit.

Toch hoor ik regelmatig andere opmerkingen: “wat haal ik eruit voor mijn bedrijf?”, “Alweer een organisatie” en “Ik heb hier geen tijd voor”. Ik heb alle begrip voor dit soort uitspraken, en er zit absoluut een kern van waarheid in. Na 3 jaar werken voor KNN Advies leert mijn ervaring echter dat een goed opgetuigd samenwerkingsverband, mét de juiste doelgroep en onderscheidend ten opzichte van bestaande organisaties, eigenlijk altijd werkt.

Neem bijvoorbeeld de Biocooperative. Men neme ondernemers uit geheel Noord-Nederland bij elkaar, allemaal met hetzelfde doel, zet deze ondernemers samen in een ruimte en vrijwel uit het niets ontstaan er ideeën om samen verder te werken. Of SUSPACC: gezamenlijk een pilotentiteit met gedeelde machinerie opzetten. Vrij geniaal. BERNN dan? Een gezamenlijke aanvraag indienen waar weer 15 andere kleine projectjes onder vallen.

Ik zeg niet dat dat niet was gebeurd zonder Biocooperative, SUSPACC of BERNN; de kans is alleen aanzienlijk groter als je enthousiaste mensen bij elkaar zet die gezamenlijk wat willen. Dat is de kracht van samenwerkende organisaties en daarom moeten die er ook zijn. Wél met afstemming van andere initiatieven, en vóór het doel dat ze dienen. Met daarbij een efficiënt projectmanagement die het laagdrempelig maakt voor organisaties om erbij aan te sluiten. Die ervoor zorgt dat er werk uit handen wordt genomen. Dat er niet vergaderd wordt om niets, maar dat de acties en ideeën die uit het samenzijn volgen actief worden opgepakt en uitgevoerd. Na het soez’n, wordt ‘t broez’n.

Bij KNN Advies zijn we expert in het opstarten en begeleiden van deze samenwerkingsverbanden. Meer weten of aansluiten bij deze positieve initiatieven?

Neem dan contact met ons op.

Jelmer

Hoe om te gaan met transitie

Transitie. Een woord dat veel gebruikt wordt. Zeker in het kader van DE energietransitie, of DE transitie naar een circulaire en biobased economie. Iedereen is er mee bezig, maar er is geen handleiding hoe het echt moet. Wél kun je putten uit ervaring van anderen. Onze omgeving verandert constant. Soms langzaam zonder dat we het echt goed doorhebben en soms heel snel. Soms maken we een keuze om een transitie in gang te zetten en soms kan je soms niet anders. Charles Darwin, een Engels autodidact, stelde ooit al dat niet de sterkste soort overleeft, maar diegene die zich het beste weet aan te passen, te veranderen, oftewel: de Transitie.


Zelf heb ik een kleine vier maanden geleden een heftige transitie doorgemaakt. Ik werd moeder. Je bereidt je er al 9 maanden op voor, maar echt voorbereiden op het krijgen van kind of het ouderschap kun je écht niet. Cliché! Je kunt alle randvoorwaarden regelen. Zoals de hele baby uitzetlijst, of een combinatie van allerlei lijsten, bij elkaar zoeken. Want er zijn veel verschillende met net dat ene item wat misschien toch wel van pas kan komen, plus nog wat extra spullen. Zolang je overal maar genoeg van hebt, want dan komt het vast goed?! Omdat ik niet van afval houd en circulariteit integreer in mijn persoonlijke leven -een beter milieu begint immers bij jezelf- bestaat de baby uitzet bij mij thuis voor 95% uit tweedehands spullen en hebben we wasbare luiers en billendoeken.

Van de ene op de andere dag is alles anders. En de oude situatie, voordat de vliezen braken, komt nooit meer terug. Dat is flink wennen. Zoals een goede vriendin tegen mij zei: ‘als je op een dag de vaatwasser hebt in- óf uitgeruimd, dan heb je veel gedaan’. Ik kon het niet geloven, maar het is toch echt waar. Om voor mezelf toch een soort grip te blijven houden op deze alles veranderende situatie probeerde ik vast te houden aan totaal onzinnige randzaken en ‘het oude’. Zolang de was en de afwas gedaan waren, er was stof gezogen en er genoeg boodschappen in huis waren, dan kwam alles goed. Onzin natuurlijk. De randzaken gingen domineren, en dat leidde tot conflict. En dat leidde weer tot inzicht. Inzicht om de randzaken en het oude los te kunnen laten. Te zien wat er nú weer op me af kwam en het allemaal maar te laten gebeuren. Waar ik veel aan had waren de adviezen en ervaringen van andere (kersverse) moeders.

Vanaf het moment dat ik die mindset had werd het pas echt leuk en genoot ik meer en meer. Zelfs met al het slaapgebrek en de spuug- en poepvlekken. Je kind kan zichzelf en jezelf volledig onder spugen, of een poepbroek tot aan zijn of haar nekje hebben, of je midden in de nacht uit je slaap krijsen, maar als er dan een glimlachje verschijnt op dat koppie, dan maakt het allemaal niet meer uit. Dat geeft een onbeschrijfelijk gevoel van liefde, trots en blijheid. Het blijft hard werken, maar het is het allemaal waard.

Wat ik met dit zoetsappige verhaal duidelijk wil maken is het volgende: Transitie. Je kunt je er nooit volledig op voorbereiden, je moet het laten gebeuren en dat is eng en spannend. Je wilt controle houden, maar dat kan maar ten dele. Er is geen boek voor ouderschap en ook niet voor transitie. Je kunt de randzaken regelen (baby uitzetlijst, verzekeringen etc.), maar de echte transitie zal je echt zelf door moeten maken. Er komt veel op je af, maar als je het toe laat en het oude los laat is het leuk! Je doet nieuwe kennis op (borstvoeding is een wetenschap op zich), ontdekt nieuwe (leuke en minder leuke) dingen in jezelf (dat je meer geduld hebt dan eerder) en leert nieuwe vaardigheden (véél efficiënter met je kostbare tijd omgaan). En gelukkig ben je niet de enige die dit doormaakt of heeft gemaakt. Je kunt putten uit de ervaring van anderen die dit al eens hebben doorgemaakt. En dat kan erg waardevol zijn. Daarnaast vergt het durf en lef om je grenzen bewust op te zoeken en te verleggen. Bovenal is het ook gewoon hard werken.

Als bedrijf zijn wij voortdurend in transitie. We moeten ons blijven aanpassen aan de steeds veranderende markt en omgeving met nieuwe partijen. We ondernemen zelf, expliciet via onze zusterbedrijven KNN Bioplastic, KNN Cellulose en BioBTX, actief binnen de biobased en circulaire economie, omdat we daarin geloven. We willen anderen inspireren en motiveren om de stap te zetten. We zijn bij uitstek geschikt om te begeleiden tijdens de transitie in het ondernemen binnen de biobased en circulaire economie, omdat het onze kern is. Niet in de laatste plaats omdat we daarmee een bijdrage leveren aan een betere wereld en wij zo samen de klimaatcrisis te lijf gaan. Dát is het uiteindelijke einddoel dat we via de biobased en circulaire economie willen bereiken. Belangrijk daarbij is naar mijn mening dat je de stap durft te nemen om de transitie in te gaan. Het brengt nieuwe inzichten en vaardigheden op je pad. Het gaat je veel energie kosten, maar ook opleveren. En wat het uiteindelijk precies op gaat leveren is niet altijd exact vast te stellen in cijfers of woorden. Het is vooral een heel fijn gevoel dat je met elkaar de goede dingen aan het doen bent voor het klimaat en je directe omgeving.

Wilt u de transitie ingaan of zit uw organisatie er middenin? En heeft u behoefte aan concrete handvaten en ervaring van anderen? Neem dan contact met ons op.

Klimaatverandering: te groots om iets mee te doen?

Onlangs viel mijn oog op een opiniestuk op VICE met als pakkende titel; “Waarom klimaatverandering geen plaats heeft in onze verhalen”. Een trigger, want dat is precies waar ik heel vaak tegenaan loop bij mijn werk voor KNN Advies. Hoe zorgen we er nou voor dat klimaatverandering, en de daarmee gepaard gaande bedreigingen, ons in beweging brengt voor we op een gegeven moment met half Groningen tot de enkels in het water staan? 

Dit soort afbeeldingen hebben we allemaal wel eens gezien. De enorme stijging in CO2 uitstoot. Ik had ook een plaatje kunnen laten zien van de jaarlijkse temperatuurstijging. Of van het zee-ijs dat afbrokkelt (kijktip: Chasing Ice). Of van de plastic soup en de verwachte enorme groei aan plastics.

We zien het gebeuren, maar wat moeten en kunnen we ermee? Het is vervelend, maar wat merk je er zelf nou eigenlijk van? Het is compleet menselijk en er is blijkbaar zelfs een term voor; een hyperobject. Een hyperobject is iets dat zo complex, groot en verspreid is over tijd en ruimte dat het ons bevattingsvermogen te boven gaat. Blijkt dus na 3 jaar werken voor KNN Advies dat ik voornamelijk bezig ben geweest met (te) grote en (te) complexe vraagstukken, daar ben je mooi klaar mee.

Het zet mij aan het denken. En het motiveert mij. Ik probeer dat hyperobject klimaatverandering (of breder; duurzaamheid) in stukjes te snijden die afzonderlijk van elkaar behapbaar zijn. En afzonderlijk van elkaar toch een hele hoop kunnen bijdragen aan het dichterbij brengen van oplossingen.

Het stukje waar ik mij op richt heeft te maken met het inzichtelijk maken van hoe bedrijven nu al economisch gezonde stappen kunnen zetten. Er is overduidelijk een omslag gaande naar een biobased, circulaire economie waar enorme economische kansen liggen om op in te springen. Kansen mét economische perspectieven omdat burgers meer en meer vragen om andere producten; producten die gezonder zijn voor onze wereld dan de gangbare producten. Het is daarom dat (grote) bedrijven zich aansluiten bij de in gang gezette transitie. Een aantal prachtige positieve voorbeelden (wereldwijd en dichterbij huis) waar ik energie van krijg:

  • Een sneaker van Adidas, biologisch afbreekbaar
  • LEGO blokjes van duurzame materialen
  • Garens op basis van gerecycled PET van Morssinkhof Plastics
  • Asfalt van wc-papier van KNN Cellulose
  • Naamplaatjes van zetmeel van H&P Moulding

Dergelijke voorbeelden lijken vanzelfsprekend, maar ik heb inmiddels leren inzien dat er heel wat uitdagingen overwonnen moeten worden voor het zover is. Juist in die praktische alledaagse situatie, en wat je daar tegenkomst als bedrijf: daar zit de kracht van KNN Advies. En mijn kracht.

Er wordt in het artikel van VICE gesteld dat een ramp nodig is om eindelijk het besef te doen laten neerdalen van klimaatverandering. Ik ben er voorstander van om het niet zover te laten komen; gezamenlijk komen we een heel eind. Zodat we kunnen voorkomen dat toekomstige generaties denken: “ze wisten alles al maar deden niks, dan spoor je echt niet.”.

Jelmer

We are Top Dutch

Wie het heeft over Top Dutch, heeft het over Elon Musk (https://www.topdutch.com). In Noord Nederland willen we graag dat hij zijn Tesla fabriek in onze regio gaat bouwen. Top Dutch gaat echter over meer dan elektrische auto’s alleen. De drie noordelijke provincies hebben namelijk meer te bieden. Neem bijvoorbeeld de vergroening van de chemie.

Vanuit mijn rol binnen de Taskforce Groene Chemie/BBE Emmen sprak ik hierover afgelopen vrijdag 16 februari met Gerard de Boer, Eelco Vrieling, Roel Haverkate en Eric Hoppenbrouwer. Het werd een verhelderend gesprek, wellicht zelfs leerzaam; vooral voor mijzelf. Ik zal dat trachten uit te leggen. Als ik heel eerlijk ben, dan vind ik die hele Top Dutch campagne enorm schuren. Lees nu vooral verder, want dat gevoel ligt niet aan de campagne; net zomin als het aan Gerard de Boer ligt dat ik ook bij hem vaak hetzelfde gevoel heb. Nee, voor de oorsprong van dat schuurderig gevoel moet ik het veel meer bij mijzelf zoeken.

In de vergroenende noordelijke chemie doen we er echt toe. Om een paar voorbeelden in het Emmense te noemen: de rPET garens van Morssinkhof Plastics, de ontwikkelingen rondom bioPET waarbij SunOil en Cumapol betrokken zijn en de monofilamenten van Innofil3D. Alleen, we vinden het vaak maar moeilijk om dit met verve, zonder schroom en vooral zonder nuanceringen naar buiten te brengen. Beter gezegd, ik betrap ik me er zelf steeds weer op dat dat mij niet altijd even gemakkelijk en vanzelf af gaat. Zonder verdere onderbouwing wijt ik dat maar al te graag aan mijn afkomst, mijn (in mijn geval) Gronings zijn.  Het eerste dat bij mij opkomt om de groene chemie in Noord Nederland te duiden zou heel goed het volgende kunnen zijn: ‘het kon minder’.

Schalen we dit nu eens op naar een meer noordelijk niveau, dan herkennen we ons daar allemaal wel enigszins in, of we nu Drent, Fries of Groninger zijn. Bij ons is het glas eerder halfleeg dan halfvol. In Fryslân zien we hier gelukkig verandering in komen; bijvoorbeeld op de gebieden water en circulair. Voor de noordelijke chemie kan dit als een lichtend voorbeeld dienen. De Top Dutch benadering, wat mij betreft belichaamd door Gerard de Boer, is hiervoor bij uitstek het juiste vehikel. Ik heb daar vertrouwen in, ondanks (of misschien wel juist dankzij) het schurend gevoel dat ik er soms bij heb.

Cor Kamminga