Beweeggeld

De discussie over uitbreiding van het statiegeldsysteem loopt al vanaf begin jaren ’00 van deze eeuw. Onlangs laaide de discussie weer op, met het presenteren van conceptbesluit over het aanpassen van de regelgeving om ook op kleine flesjes statiegeld te kunnen heffen.


In Nederland wordt naar schatting jaarlijks 900 miljoen kleine PET flesjes en dubbel zoveel blikjes gebruikt. Hiervan komen ongeveer 150 – 260 miljoen flesjes en blikjes als zwerfafval op straat of in de natuur terecht. Door beide kanten worden verschillende oplossingen aangehaald voor dit probleem. Zo heeft een merendeel van de gemeenten onlangs gepleit voor uitbreiding van statiegeld naar blikjes en kleine flesjes. Daar tegenover staat het verpakkend bedrijfsleven, die in haar lobby juist pleit voor afschaffing van het statiegeldsysteem en inzet op bewustwording en alternatieve vormen van inzameling.

De argumenten die beide kampen gebruiken richten zich voornamelijk op reductie van zwerfafval (met name zwerfafval in Nederland, laat staan plastic dat naar de oceaan verdwijnt) en kosten van een dergelijk systeem. Tot nu toe slagen zij er echter niet in om tot een compromis te komen en heeft de regering de beslissing tot uitbreiding van het statiegeldsysteem steeds uitgesteld.

Misschien zit de impasse ook verborgen in het woord. Statie komt van het Latijnse ‘statio’ (denk ook aan ‘statisch’): het staan of stilstaan. Het statiegeld is daarmee staangeld: het geld voor iets dat men in bruikleen heeft staan*. Toch is statiegeld juist iets dat ons moet bewegen tot het retourneren van onze verpakkingen om deze hoogwaardig te kunnen recyclen.

Een punt dat nog vaak onderbelicht blijft in de discussie is de kwaliteit die het statiegeldsysteem levert. Verschillende kunststofrecyclers geven aan enkel de PET flessen uit het statiegeldsysteem te kunnen gebruiken in nieuwe voedselverpakkingen. Het materiaal dat via bronscheiding of nascheiding wordt opgehaald is te vervuild om aan de strenge eisen te voldoen. Het huidige statiegeldsysteem levert namelijk een homogene stroom van voornamelijk PET kunststof, zonder vervuiling van andere verpakkingen en aanhangend afval.

Als we met zijn allen naar een circulaire economie toe willen, nationaal als doel gesteld in 2050, kunnen we niet om kwaliteit heen. We kloppen onszelf op de borst met ingezamelde tonnen kunststof, maar als er niemand is die hierop zit te wachten zit je alsnog met een berg afval.

Statiegeld is wat dat betreft een middel en geen doel op zich.  Het doel is uiteindelijk een verantwoord materiaalgebruik en bijbehorende positieve milieueffecten. Als er zich alternatieven aandienen die een vergelijkbaar positief milieueffect hebben moeten we daar zeker open voor staan.

Echter, vooralsnog blijkt alleen hoogwaardige recycling via het statiegeldsysteem dit effect te hebben.

* zie ook www.trouw.nl

 

Sven

It’s the economy, stupid

Mede dankzij deze uitspraak won Bill Clinton in 1992 de presidentsverkiezingen in de VS. Ik moest hieraan denken tijdens het lezen van de Rapportage Nulmeting Friese Circulaire Economie van de Rijksuniversiteit Groningen/Campus Fryslân.

In de inner circle van biobased en circulair veronderstellen we al gauw dat de hele wereld draait rond biogrondstoffen en het in de loop houden van materialen. Tegelijkertijd constateren we met regelmaat dat we in onze wereld vaak dezelfde partijen tegenkomen, we noemen dat dan de usual suspects. Dat dit wringt lijkt mij evident.

Het onderzoek van Gjalt de Jong en Manon Eikelenboom van de Rijksuniversiteit Groningen/Campus Fryslân komt in dat licht op een goed moment. Het bevestigt naar mijn idee dat het thema ‘circulair’, maar dat geldt in gelijke mate voor het zusterthema ‘biobased’, tot op heden eigenlijk vooral  een thema is voor beleidsvorming en (toegepast) wetenschappelijk onderzoek. Uitzonderingen daar gelaten spelen de bedrijven tot dusverre een beperkte rol.  Althans, als ik mijn interpretatie van de resultaten voor Fryslân verder doortrek.

Uitermate kenmerkend is dat De Jong en Eikelenboom vaststellen dat van de benaderde bedrijven 6 van de 10 aangeven (helemaal) niet tot neutraal geïnformeerd te zijn over de circulaire economie.  In het verlengde daarvan geeft zo ongeveer de helft van de bedrijven aan een klein circulair netwerk te hebben.

Juist daar zit hem volgens mij de crux. Als we in 2050 volledig circulair willen zijn, wat de nationale doelstelling is, zullen we het bedrijfsleven veel actiever moeten mobiliseren. Of beter geformuleerd, moeten we ondernemerschap veel meer centraal stellen.  Dat kan via nieuwe start ups, maar zeker ook vanuit bestaande bedrijven. Zowel overheden als kennisinstellingen zullen daarbij dienstbaar dienen te zijn aan het risicodragend gedrag van ondernemers.  Voor overheden kan zo’n rol liggen op het terrein van het leveren van organiserend vermogen of ten aanzien van het stimuleren via regelgeving.

Om dit proces op gang te brengen zullen we om te beginnen wegen moeten zoeken om meer bedrijven (zeer) goed geïnformeerd te krijgen over de circulaire economie. En parallel daaraan hun netwerken op dat gebied te vergroten. Ik ben graag bereid om stad en land af te reizen om bij bedrijvenverenigingen op de zeepkist te gaan staan en een vurig pleidooi te houden voor de economische kansen van de circulaire economie. Aansprekende voorbeelden te over!

Pas als circulair economisch wordt, wordt de economie circulair. It’s the economy, stupid.

 

Cor

Een beter milieu begint stiekem toch ook wel bij jezelf

We schrijven maandag 18 maart 2019. Ik ben net terug van een heerlijk weekje wintersport in het altijd fijne Oostenrijk. Naast dat ik – en mijn collega’s, ga ik vanuit – altijd weer opgelucht ben als ik zonder noemenswaardige (bot)breuken de pistes heb overleefd, was ik ditmaal over nog iets anders opgelucht: we gingen reizen met de trein. En het was heerlijk.


Het zit er zo ingebakken: de consument gaat op vakantie, pakt de auto, rijdt een uur of 10, doet er eventueel een overnachting bij en komt op de plaats van bestemming aan. In dezelfde categorie ‘normaal’ als ook het dagelijks stukje vlees bij de groenten en aardappelen. Of lekker lang en warm douchen. De steeds groter wordende aanwezigheid van klimaatproblematiek, de protestacties, het veelbesproken klimaatakkoord, het is enorm actueel. En toen bedacht ik mij: ik denk er eigenlijk onbewust niet genoeg over na. Het is allemaal zo normaal geworden.

Er is gelukkig hoop! Er was schijnbaar namelijk een tijd dat bijvoorbeeld roken in vliegtuigen en bussen normaal was. Dat moet je nu nog eens proberen. Niet dat iedereen die elke dag een stukje vlees eet of met de auto op vakantie gaat direct in hetzelfde hoekje zit als de rokers in vliegtuigen, maar een stukje bewustwording mag best.

Mijn vakantie was daarom een eyeopener. Vooraf twijfelde ik nog, want met de auto is toch veel relaxter? Achteraf ben ik groot fan geworden van reizen met de trein, en dat terwijl wij door een zware storm op de heenreis zelfs moesten overnachten in Keulen (heb ik weer.. geen straf overigens). Het is heerlijk rustgevend en je hoeft je nergens druk om te maken. Tijd voor een serietje en een boekje en in praktisch dezelfde reistijd op de plaats van bestemming. Een regelrechte aanrader.

Ik ben van mening dat overheden en het bedrijfsleven een cruciale rol spelen in de transitie naar een circulaire economie, naar een betere wereld. Dit is echter geen vrijbrief voor de consument om dan maar niks te hoeven doen. Probeer daarom eens met de trein in plaats van met de auto op vakantie te gaan. Douche eens koud in plaats van warm. Probeer eens wat vegetarische gerechten uit. Geloof mij – en ik spreek uit ervaring -; het is helemaal niet zo eng, en misschien vindt je het zelfs prettiger.

Ik ga in ieder geval in de toekomst vaker met de trein (en dat stukje vlees minder at ik al).

Alle beetjes helpen.

 

Jelmer

Een keer hergebruik maakt nog geen circulaire economie

Het zijn vaak de partijen die dicht bij de consument staan die stappen zetten. Denk aan grote partijen zoals IKEA of Coca-Cola®, maar ook zeker aan partijen uit Noord-Nederland zoals Vepa en EPS Nederland. Soms uit overtuiging, soms als Unique Selling Point, vaak een combinatie van beide. Dit blijft echter tot op heden nog een kleine groep. Een grote groep voelt minder urgentie en wacht af. Hoe zijn zij te verleiden om stappen te zetten?


Sinds kort ben ik Aanjager circulaire Chemie in Noord-Nederland. Neem ik een kijk in de keuken bij een groot aantal bedrijven en help hen zo stappen te zetten richting meer circulaire producten of dienstverlening.

Een discussie die vaak om de hoek komt kijken is de vraag: wat is nu precies circulair? De puristen zien enkel een volledig ingericht ecosysteem met vrijwel onbeperkt herbruikbare producten als circulair. Ik hang zelf een andere school aan. Een circulaire economie is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Om bedrijven te verleiden stappen te gaan zetten kan het helpen eerst laaghangend fruit te plukken.

Een eerste punt waar zich kansen aandienen zijn vaak de afvalstromen: hier moet vaak voor worden betaald en deze kosten gaan in de toekomst niet afnemen. Sterker nog, bepaalde vormen van laagwaardige afzet worden verboden (bijvoorbeeld toepassing als energiebron of onbewerkt opbrengen op het land). Door actief naar kansen en mogelijkheden te zoeken kan worden voorkomen dat je met een voldongen feit geconfronteerd wordt.

Nu vraag je je natuurlijk af: hoe is dit te bereiken? Gelukkig zijn er een aantal stappen die je kan nemen om het laaghangend fruit in beeld te krijgen:


 

Inventariseer. Breng je afvalstromen in kaart: Omvang, kosten/opbrengsten, huidige afzet en lopende contracten.

 

 


 

Prioriteer. Geef op basis van de inventarisatie de prioriteit aan. Welke onderwerpen zijn het meeste van belang en waar gaan we het eerst mee bezig?

 

 


 

Onderzoek. Kijk op basis van inhoudsstoffen en eigenschappen naar potentiële markten. Schakel experts in die zowel binnen het eigen veld als in een bredere context kunnen kijken naar ontwikkelingen en kansen.

 


 

Verken. Neem marktpartijen vanaf het begin mee in de overweging. Welke markten zijn interessant, welke partijen zijn hier mee bezig? Welke belangen spelen er?

 

 


 

Verdiep. Ga met geschikte partijen een samenwerking aan en onderzoek de mogelijkheden tot hergebruik. Bepaal samen een route en onderzoeksstrategie.

 

 

Door een afvalstroom een hogere waarde te geven maakt men op een laagdrempelige manier kennis maken met het circulaire gedachtegoed. Tegelijkertijd wend je een potentieel risico af, creëer je hogere waarde en positioneer je jezelf op een andere manier in de markt. Zie het als de eerste broodnodige stappen naar een circulaire productie.

Sven

Nieuwe collega!

KNN heeft een nieuwe collega!

Maandag 4 februari is Helle Hofstad Trapnes bij ons werkzaam als onderzoeker/ adviseur. In deze functie zal zij zich inzetten op de gebieden Energietransitie en Biobased & Circulariteit.

Van harte welkom, Helle.

Klimaattop: Door de (kool)zure appel heen bijten

De komende twee weken wordt in Polen de jaarlijkse klimaattop gehouden. Door de tegenstrijdige belangen is het maar de vraag of men tot concrete afspraken komt. En dit terwijl de uitdaging alleen maar groter wordt. Laten we bijvoorbeeld eens inzoomen op Nederland:

Onze uitstoot per hoofd van de bevolking is tussen 1990 en 2017 afgenomen (van ongeveer 11 ton per inwoner naar 9,5 ton in 2017), toch is de totale uitstoot van CO2 uitstoot ongeveer gelijk gebleven, zo rond de 163 miljard ton in een jaar.

Zowel in de uitstoot van broeikasgassen per inwoner als in de opwek van hernieuwbare energie behoren we tot de slechtste jongens/meisjes van de klas in de EU.

Klik op het tabel om de afbeelding te vergroten

Dit is natuurlijk geen nieuws. Over de jaren is dit al vele malen benoemd en uitgemeten. Toch lijkt er qua daadwerkelijk inspanningen nog te weinig te gebeuren. De inspanning die nodig is om aan de afspraken in het Parijs akkoord te voldoen betekent een verdrie- tot vervijfvoudiging (!) van het huidige tempo.

De doelstellingen worden opgeschroefd, we discussiëren wat af over windmolens, biomassa bijstook en kernenergie, maar effectief beleid en acties om daadwerkelijk slagen te maken ontbreekt. Op een gegeven moment is er geen tijd meer voor discussie. Velen zullen zeggen dat deze tijd al gekomen en verstreken is.

Hoe dan toch deze impasse te doorbreken?

Op lokaal vlak is er veel enthousiasme en energie om met dit onderwerp aan de slag te gaan. Toch is er voor grote slagen veel meer coördinatie nodig op diverse (beleids)niveaus. Ondernemers willen niet de eerste zijn (en daarmee onnodig risico lopen) en wachten dus op elkaar. Daar lijkt uitstekend een rol weggelegd voor de overheid om dit te faciliteren en de juiste ‘prikkels’ te geven. Tijd om de prik uit de fles te nemen en door de (kool)zure appel heen te bijten.

 

Bron header: CBS.nl