vacature Junior consultant Energietransitie

KNN bestaat uit een team van jonge, intrinsiek gemotiveerde mensen die passie hebben voor alles wat te maken heeft met het creëren van een groenere, duurzame toekomst. Onze twee speerpunten zijn de thema’s Energietransitie en Biobased & Circulaire Economie. KNN is een groeiend MKB bedrijf en bied je de mogelijkheid en ruimte om te helpen het bureau verder te vormen en door te ontwikkelen. We werken voor een breed scala aan opdrachtgevers, van (semi) overheden en (MKB) bedrijven tot kennisinstellingen. We zijn actief binnen diverse sectoren over de gehele waardeketen. Dit zijn o.a. bedrijven en/of organisaties in de sectoren water, agro, food, feed, chemie, materialen en energie.

KNN ondersteunt haar opdrachtgevers in het daadwerkelijk realiseren van hun duurzaamheidsambities door het inzetten van inhoudelijke (technisch, chemisch, biologisch, maar ook economisch) kennis en ervaring. Met 20 jaar ervaring helpen we bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen een stap verder in de transitie naar een duurzame toekomst. Dat doen we vanuit praktisch idealisme; met passie voor ons vak en doel, maar ook vanuit een realistisch oogpunt. Dát is waar KNN voor staat.


Wat we zoeken
Binnen het speerpunt Energietransitie richten we ons voornamelijk op beleidsondersteuning en procesoptimalisatie onder andere door middel van de door KNN ontwikkelde Dynamische Energietool.

Profielschets
• Je hebt een afgeronde HBO en/of WO opleiding in, en bij voorkeur (werk)ervaring met, Energiekunde en duurzame) energie gerelateerde vraagstukken.
• Achtergrond en/of ervaring in procesoptimalisatie, werktuigbouwkunde is een pré.
• Je hebt affiniteit en goede vaardigheden met software/ ICT producten en kunt goed uit de voeten met onder andere Excel.
• Je bent goed in samenwerken (zowel intern als extern).
• Je bent oplossings- en resultaatgericht.
• Je bent initiatiefrijk, durft verantwoordelijkheid te nemen en hebt een zekere mate van zelfstandigheid.
• Je bent klantgericht en hebt affiniteit met het werken in een commerciële sector.
• Je hebt goede communicatieve vaardigheden, zowel Nederlands als Engels.

Wat we bieden
• Marktconforme primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden.
• Een baan (min. 32 uur per week) waarin je een concrete bijdrage kunt leveren aan de ontwikkeling van een duurzamere maatschappij.
• Een motiverend en enthousiast team van collega’s (gemiddelde leeftijd 30).
• Ruimte om het bedrijf verder helpen vorm te geven.
• Ruimte om jezelf verder te ontwikkelen.


Herken jij jezelf in één van de bovenstaande omschrijvingen en denk jij dat je ons team en bureau kunt versterken? Dan ontvangen we graag je motivatiebrief met CV inclusief twee relevante referenties vóór maandag 2 september 2019. Je kunt deze sturen naar info@knnadvies.nl t.a.v. dhr. Sven Jurgens.

Voor inhoudelijke vragen neem contact op met Sven Jurgens, projectleider Energietransitie via 050-317 55 50.

Acquisitie stellen we niet op prijs.

Op naar minder voedselverspilling!

De eerste keer dat ik, Helle, iets hoorde over de circulaire economie was anderhalf jaar geleden. Ik was toen student bij de Universiteit van Groningen en bezocht het KIVI-jaarcongres Circular Economy in Wageningen. Ondanks mijn beperkte kennis van de Nederlandse taal (ik was net twee jaar geleden van Noorwegen naar Nederland verhuisd) begreep ik in ieder geval dit: het kernconcept van de circulaire economie – een samenleving zonder afval – kan een echte gamechanger zijn voor klimaatverandering en milieu-uitdagingen. Eén van de milieu-uitdagingen waar relatief weinig aandacht voor is, is voedselverspilling. Het is tijd om daar verandering in te brengen!

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Velen van ons hebben in het verleden wel eens een aantal vervelende ontdekkingen gedaan bij het openen van de koelkast. Een volledig groene en donzige citroen, de overblijfselen van een half verrotte komkommer of een stinkend groen blok kaas die je een paar weken geleden hebt gekocht. Het weggooien van deze voedselwaren in de vuilnisbak veroorzaakt een slecht gevoel bij de meesten van ons, vaak om morele en economische redenen. De verspilling van voedsel heeft echter ook een enorme impact op het milieu. Ongeveer een derde van het voedsel dat voor menselijke consumptie wordt geproduceerd, gaat elk jaar verloren of wordt verspild. Dat is 1,3 miljard ton! Weinig mensen beseffen dat het vergeten van die druiven op de bodem van de koelkast bijdraagt ​​aan de klimaatverandering.

Dus: wat kunnen wij eraan doen?
Veel mensen geloven dat hun bijdrage aan het verminderen van voedselverspilling weinig invloed heeft op het wereldwijde voedselverspillingsprobleem. Wat doet het er bijvoorbeeld toe wat ik doe als mijn buurman of mijn collega zich hier niets van aantrekt? Of: wat maakt het uit wat de consument doet als voedsel wordt verspild in alle fasen van de toeleveringsketen, niet alleen tijdens de consumentenfase? Misschien een verrassing, maar: van alle beschikbare oplossingen om voedselverspilling tegen te gaan, lijkt het veranderende consumentengedrag het meest veelbelovend. Kortom, beginnen bij jezelf helpt echt!

Door simpelweg bepaalde voedingsmiddelen te eten en anderen te vermijden, kunnen we de hoeveelheid afval aanzienlijk verminderen. Als bijvoorbeeld alle gewassen die momenteel aan veevoer worden toegewezen, direct door mensen worden geconsumeerd, zou de wereldwijde voedselproductie met zo’n twee miljard ton toenemen en zouden de voedsel calorieën met 49 procent toenemen. Na de fossiele brandstoffen is de voedingsmiddelenindustrie, en met name de vlees- en zuivelsector, een van de belangrijkste oorzaken van de klimaatverandering. Een verschuiving van standaard naar vegetarische diëten zou ongeveer dezelfde impact hebben als het wegnemen van voedselverlies op retail- en consumentenniveau. Minder vaak vlees eten is dus één van de belangrijkste afzonderlijke daden ter bestrijding van de klimaatverandering. Bovendien zijn er tal van manieren om voedselverspilling tegen te gaan:

  1. Zorg voor een georganiseerde koelkast
    Het gezegde “uit het oog, uit het hart” is in deze context erg toepasselijk. Gebruik de FIFO-methode (First in, First out) voor het ‘beheren’ van de voorraad in de koelkast en minder voedsel wordt verspild.
  2. Gebruik acceptabele portiegroottes
    Door ervoor te zorgen dat de portiegroottes binnen een gezond bereik blijven, is dit niet alleen goed voor de gezondheid, maar vermindert het ook voedselverspilling
  3. Begrijp de vervaldata
    “Best te consumeren voor” of “verloopt op” zijn slechts twee van de vele verwarrende termen die bedrijven op voedseletiketten gebruiken. Het meeste voedsel dat net de houdbaarheidsdatum heeft overschreden, is echter nog steeds veilig om te eten. Leer de verschillen tussen de labels en gebruik je eigen zintuigen van smaak en geur om het voedselproduct te beoordelen.
  4. Bewaar voedsel op de juiste manier
    Verkeerde opslag van fruit en groenten kan leiden tot vroegtijdige rijping en rotte producten. Houd voedsel dat ethyleengas (bananen, peren, avocado’s enz.) produceert uit de buurt van ethyleengevoelige voedingsmiddelen zoals aardappelen, appels, bessen, enz.
  5. Zeg het voort!
    Niets is krachtiger dan kennis. Samen kunnen we een verschil maken!

Helle Trapnes

Op weg naar circulaire verdienmodellen

Mijn gewaardeerde collega Willemien schreef er in haar vorige blog al even over. In een interessant verhaal werd en passant -weliswaar onder het laatste puntje, punt 5, maar het is haar vergeven- het Product as a Service Model genoemd. Het fenomeen waarbij de consument in de toekomst niet meer gaan betalen voor eigendom, maar voor gebruik. Vanuit mijn economische achtergrond vooral interessant vanaf de andere kant; hoe gaan bedrijven daar nou mee om?


Er ontstaat een deeleconomie. De consument en dus ook de bedrijven denken steeds vaker na over consumeren. Wat gebruik ik eigenlijk? Waar komt dit vandaan en wat gaat er gebeuren met dit product als ik het niet meer gebruik? In de huidige lineaire economie is het ‘simpel’. Een bedrijf produceert wat, de consument gebruikt het en we gooien het bij het afval. Dat afval wordt -gelukkig- steeds vaker hergebruikt, maar dat is toch nog altijd vrij lastig. In een circulaire economie werkt het echter anders. In een circulaire economie wordt er namelijk nagedacht over de manier waarop het geproduceerd wordt, zodat het ook weer heel makkelijk te hergebruiken is. Minder afval, minder productie en minder vervuiling. Een prachtige ontwikkeling!

Wat helemaal past in die ontwikkeling is het Product as a Service Model. Het PaaS-model sluit uitstekend aan bij een economie gebaseerd op het aanbieden van diensten in plaats van het aanbieden van producten. Denk bijvoorbeeld aan Uber, AirBNB, maar ook aan het aanbieden van licht in plaats van lampjes en het aanbieden van matrassen in plaats van het verkopen. Doordat bedrijven deze diensten aanbieden blijven ze eigenaar over het product en is het in hun voordeel om het product zo te ontwerpen dat het makkelijk te repareren/ hergebruiken is als de consument klaar is met het gebruik.

Echter, in een organisatie de overstap maken van een lineair verdienmodel naar een circulair verdienmodel, waarbij je eventueel gebruik gaat maken van een PaaS-model, is nog niet zo makkelijk. Er is vaak organisatorische weerstand, de logistiek rondom het terughalen van je eigen product moet geregeld worden. De vraag blijft altijd of het wel voldoende oplevert én of het daadwerkelijk tot milieuwinst leidt, de consument is er misschien niet op ingesteld, etc, etc. Veel vragen. Vragen die we bij KNN kunnen beantwoorden. Tegelijkertijd vergaren we nog meer kennis over het onderwerp doordat Micha Klaarenbeek, student van de Rijksuniversiteit Groningen, een onderzoek uitvoert over het PaaS-model. Zodat wij ook blijven leren, en bedrijven nóg beter kunnen helpen met deze vraagstukken.

Transities; het biedt enorme kansen.

 

Jelmer

5 stappen naar een circulaire economie

In de vorige blog van collega Sven Jurgens kon u lezen over het belang van kwaliteit van grondstoffen om ze beter te kunnen recyclen. Net als dat ik eerder schreef over dat Kwaliteit Verkoopt als het gaat om de productie van duurzame producten, geldt dit ook voor grondstoffen. Kwaliteit van grondstoffen is essentieel willen we de opgave die voor ons ligt, een circulaire economie in 2050, realiseren.


De uitdaging is: hoe zorgen we er met elkaar en de keten voor dat de producten die we maken van origine kwalitatief hoogwaardig zijn en óók op kwaliteit blijven zodat ze beter hergebruikt kunnen worden? Dat houdt automatisch in dat we anders moeten gaan denken over de manier waarop we producten gebruiken.

Om te komen tot een Circulaire Economie zijn er diverse hordes die we moeten overwinnen. Naar mijn idee zijn de volgende vijf zaken van wezenlijk belang richting een volledig Circulaire Economie in 2050:

  1. Ga maar eens bij jezelf na hoeveel producten die je in huis hebt of je ze echt nodig hebt. En of je zelf een andere keuze kunt maken in de producten die je koopt en hoe ze bijvoorbeeld verpakt zijn. Grotere bedrijven kunnen nagaan of ze minder materiaal kunnen gebruiken of ander materiaal. Hoe minder materialen en producten we gebruiken hoe beter. Immers een beter milieu begin bij jezelf!
  2. Meer focus op hoe we de producten ontwerpen. Hoe maak ik mijn product nou zo dat het, in zijn geheel of onderdelen ervan, makkelijker her te gebruiken of te recyclen is? We hebben hiervoor echt de kennis in huis! Zo heeft NHL Stenden een Circulair Design Lab opgezet, en is het bedrijf House of Design een prachtig voorbeeld en inspiratie. De Tegenlicht uitzending uit 2006 over de Cradle 2 Cradle filosofie en theorie was voor mij een persoonlijke eye opener en inspiratiebron
  3. Het is essentieel dat we ervoor zorgen dat we de inzamelingsstructuur van onze grondstoffen goed organiseren. Dit kan bijvoorbeeld via een statiegeldsysteem (en dan niet alleen voor flessen maar ook voor bijvoorbeeld kleding of matrassen). Er zijn grote (sport)merken die al experimenteren met een dergelijk model. Nu vind ik H&M niet het streefbeeld van kwaliteit en duurzaamheid, maar eerlijk is eerlijk: je kunt er wel al je oude kleding inruilen tegen een kortingsbon.
  4. Ontwikkelen van technieken om de grondstoffen beter te recyclen. Die technieken zijn volop in ontwikkeling. Zo vindt er in Emmen chemische recycling plaats van polyesters. Polyester zit onder andere in sportkleding en tapijten. Met deze techniek kunnen de waardevolle grondstoffen weer terug naar dezelfde toepassing, iets wat nu nog onmogelijk is via mechanische recycling. De vraag naar de gerecyclede polyester grondstof is al groter dan het aanbod aan grondstoffen, dus de juiste inzameling en voorbewerking is van groot belang.
  5. Tot slot: het Product as a Service Model. Ik ben er heilig van overtuigd dat we in de toekomst niet meer gaan betalen voor eigendom maar voor gebruik.

De bovenstaande vijf punten zijn mijns inziens concrete en haalbare onderdelen die we met elkaar kunnen verkennen en realiseren. Waar ziet u belangrijke focus punten om te komen tot een volledig circulaire economie? Ik hoor graag hoe u dit ziet!

Willemien

Beweeggeld

De discussie over uitbreiding van het statiegeldsysteem loopt al vanaf begin jaren ’00 van deze eeuw. Onlangs laaide de discussie weer op, met het presenteren van conceptbesluit over het aanpassen van de regelgeving om ook op kleine flesjes statiegeld te kunnen heffen.


In Nederland wordt naar schatting jaarlijks 900 miljoen kleine PET flesjes en dubbel zoveel blikjes gebruikt. Hiervan komen ongeveer 150 – 260 miljoen flesjes en blikjes als zwerfafval op straat of in de natuur terecht. Door beide kanten worden verschillende oplossingen aangehaald voor dit probleem. Zo heeft een merendeel van de gemeenten onlangs gepleit voor uitbreiding van statiegeld naar blikjes en kleine flesjes. Daar tegenover staat het verpakkend bedrijfsleven, die in haar lobby juist pleit voor afschaffing van het statiegeldsysteem en inzet op bewustwording en alternatieve vormen van inzameling.

De argumenten die beide kampen gebruiken richten zich voornamelijk op reductie van zwerfafval (met name zwerfafval in Nederland, laat staan plastic dat naar de oceaan verdwijnt) en kosten van een dergelijk systeem. Tot nu toe slagen zij er echter niet in om tot een compromis te komen en heeft de regering de beslissing tot uitbreiding van het statiegeldsysteem steeds uitgesteld.

Misschien zit de impasse ook verborgen in het woord. Statie komt van het Latijnse ‘statio’ (denk ook aan ‘statisch’): het staan of stilstaan. Het statiegeld is daarmee staangeld: het geld voor iets dat men in bruikleen heeft staan*. Toch is statiegeld juist iets dat ons moet bewegen tot het retourneren van onze verpakkingen om deze hoogwaardig te kunnen recyclen.

Een punt dat nog vaak onderbelicht blijft in de discussie is de kwaliteit die het statiegeldsysteem levert. Verschillende kunststofrecyclers geven aan enkel de PET flessen uit het statiegeldsysteem te kunnen gebruiken in nieuwe voedselverpakkingen. Het materiaal dat via bronscheiding of nascheiding wordt opgehaald is te vervuild om aan de strenge eisen te voldoen. Het huidige statiegeldsysteem levert namelijk een homogene stroom van voornamelijk PET kunststof, zonder vervuiling van andere verpakkingen en aanhangend afval.

Als we met zijn allen naar een circulaire economie toe willen, nationaal als doel gesteld in 2050, kunnen we niet om kwaliteit heen. We kloppen onszelf op de borst met ingezamelde tonnen kunststof, maar als er niemand is die hierop zit te wachten zit je alsnog met een berg afval.

Statiegeld is wat dat betreft een middel en geen doel op zich.  Het doel is uiteindelijk een verantwoord materiaalgebruik en bijbehorende positieve milieueffecten. Als er zich alternatieven aandienen die een vergelijkbaar positief milieueffect hebben moeten we daar zeker open voor staan.

Echter, vooralsnog blijkt alleen hoogwaardige recycling via het statiegeldsysteem dit effect te hebben.

* zie ook www.trouw.nl

 

Sven

Klimaattop: Door de (kool)zure appel heen bijten

De komende twee weken wordt in Polen de jaarlijkse klimaattop gehouden. Door de tegenstrijdige belangen is het maar de vraag of men tot concrete afspraken komt. En dit terwijl de uitdaging alleen maar groter wordt. Laten we bijvoorbeeld eens inzoomen op Nederland:

Onze uitstoot per hoofd van de bevolking is tussen 1990 en 2017 afgenomen (van ongeveer 11 ton per inwoner naar 9,5 ton in 2017), toch is de totale uitstoot van CO2 uitstoot ongeveer gelijk gebleven, zo rond de 163 miljard ton in een jaar.

Zowel in de uitstoot van broeikasgassen per inwoner als in de opwek van hernieuwbare energie behoren we tot de slechtste jongens/meisjes van de klas in de EU.

Klik op het tabel om de afbeelding te vergroten

Dit is natuurlijk geen nieuws. Over de jaren is dit al vele malen benoemd en uitgemeten. Toch lijkt er qua daadwerkelijk inspanningen nog te weinig te gebeuren. De inspanning die nodig is om aan de afspraken in het Parijs akkoord te voldoen betekent een verdrie- tot vervijfvoudiging (!) van het huidige tempo.

De doelstellingen worden opgeschroefd, we discussiëren wat af over windmolens, biomassa bijstook en kernenergie, maar effectief beleid en acties om daadwerkelijk slagen te maken ontbreekt. Op een gegeven moment is er geen tijd meer voor discussie. Velen zullen zeggen dat deze tijd al gekomen en verstreken is.

Hoe dan toch deze impasse te doorbreken?

Op lokaal vlak is er veel enthousiasme en energie om met dit onderwerp aan de slag te gaan. Toch is er voor grote slagen veel meer coördinatie nodig op diverse (beleids)niveaus. Ondernemers willen niet de eerste zijn (en daarmee onnodig risico lopen) en wachten dus op elkaar. Daar lijkt uitstekend een rol weggelegd voor de overheid om dit te faciliteren en de juiste ‘prikkels’ te geven. Tijd om de prik uit de fles te nemen en door de (kool)zure appel heen te bijten.

 

Bron header: CBS.nl

Biobased & circulair: belemmeringen uit de praktijk

Onze grondstofbasis moet veranderen. We moeten daartoe meer biobased en/of circulair denken. Dit vooral vanwege de milieugevolgen van fossiele grondstoffen, zoals olie.  In plaats daarvan moeten we meer gebruik gaan maken van stromen van biologische oorsprong en/of stromen die worden teruggewonnen uit afval. In het laatste geval noemen we het geen afval meer trouwens, maar reststromen.

Er is veel potentie voor deze vervanging, vooral technisch. Economisch is het echter veelal nog een ander verhaal. Belangrijkste oorzaken: verborgen subsidies op fossiel en subsidies op toepassing naar energie in plaats van naar materialen. Een andere sta-in-de-weg voor een daadwerkelijke overgang naar biobased en circulair zit hem aan de institutionele kant. Meer concreet, bij de wet- & regelgeving. In deze blog een illustratie hiervan uit de KNN praktijk.

Een bedrijf uit ons netwerk produceert behalve haar hoofdproduct meerdere reststromen.  Eén daarvan bevat een significante hoeveelheid fosfaat. Dit maakt deze stroom in potentie geschikt als organische meststof of grondstof voor de kunstmestindustrie. In de huidige situatie dient er voor deze stroom een gate-fee betaald te worden voor de verwerking. Daarnaast was niet altijd duidelijk waar de stroom nu precies terecht komt en voor welke doeleinden. Al met al is hier ruimte voor verbetering.

Door de oorsprong en het productieproces werd vrij snel duidelijk dat het materiaal viel onder de Europese regeling dierlijke bijproducten (EC 1069/2009). Aan verwerkers van dergelijke bijproducten zijn strenge eisen verbonden. Zo moeten producten, transporteurs en verwerkers erkend zijn door de voedsel- en warenautoriteit; de NVWA. Vanuit het verleden is dit besloten, om de gevolgen voor o.a. milieu en volksgezondheid van lozing en verwijderen te reguleren. In de huidige situatie wordt er anders tegen deze materialen aangekeken en worden ze mogelijk geld waard. De bestaande regelgeving kan verwaarding van het materiaal in de weg zitten.

De Europese Commissie probeert hierin te voorzien door voor afvalproducten een einde-afvalstatus mogelijk te maken. Wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is, kan deze status worden toegekend en is de afvalwetgeving niet meer van toepassing. De productie en hergebruik van struviet is in dit kader een mooi voorbeeld. Voor dierlijke bijproducten gelden echter andere eisen. Hier is een lijst met specifieke eindpunten vastgesteld, waar niet eenvoudig van afgeweken kan worden.

Zowel leverancier als potentiële afnemers van het materiaal hebben aangegeven economisch heil in het product te zien. In dit geval is voornamelijk de juridische status de bottleneck voor hoogwaardige toepassing. De Europese Commissie is bezig haar meststoffenwetgeving te herzien en hierin meer ruimte te maken voor herwonnen meststoffen. Hierin wordt getracht een link te leggen met omliggende wetgeving, zoals de Verordening dierlijke bijproducten en de wetgeving rond handel in grondstoffen (REACH). Totdat het zo ver is zijn er echter nog veel regels die een circulaire economie in de weg staan.

Sven

 

Presentatie uitkomsten stofstromenanalyse Noord-Nederland

In het afgelopen jaar hebben wij ons samen met het Amsterdamse Metabolic ingezet om de materiaalstromen in Noord-Nederland in kaart te brengen. Dit als vervolg op verscheidene voorgaande onderzoeken, zoals de kansen binnen de biobased economy in Noord4Bio en een vergelijkbare stromenstudie voor de provincie Friesland. De uitkomsten van de stofstromenanalyse in Noord-Nederland worden op donderdag 31 mei 2018 gepresenteerd aan de deelnemers van het onderzoek.

Voor de sectoren bouw, landbouw, afval en chemie zijn de grondstoffen, reststromen en afvalstromen in kaart gebracht. Door het aangaan van nieuwe samenwerkingen, doorlopende monitoring en het mogelijk te maken dat deze partijen elkaar weten te vinden kunnen er grote stappen worden gemaakt richting een circulaire economie in 2030. Om de opgave voor de sectoren verder te concretiseren zijn er een 9-tal transitiepaden benoemd. Met deze negen paden wordt een eerste aanzet gedaan voor een tijdspad en stappenplan. Het doel is om voor deze (en andere) transitiepaden eigenaarschap te vinden bij de bedrijven, organisaties, kennisinstellingen en overheden om deze stappen ook daadwerkelijk te gaan zetten.

De samenvatting van het onderzoek kan u hier vinden. Wilt u meer weten? Neem dan contact op met ons, of klik hier voor de volledige rapporten!

Biobased & circulair: belemmeringen uit de praktijk

Onze grondstofbasis moet veranderen. We moeten daartoe meer biobased en/of circulair denken. Dit vooral vanwege de milieugevolgen van fossiele grondstoffen zoals olie.  In plaats daarvan moeten we meer gebruik gaan maken van stromen van biologische oorsprong en/of stromen die worden teruggewonnen uit afval. In het laatste geval noemen we het geen afval meer trouwens, maar reststromen.

Er is veel potentie voor deze vervanging, vooral technisch. Economisch is het echter veelal nog een ander verhaal. Belangrijkste oorzaken: verborgen subsidies op fossiel en subsidies op toepassing naar energie in plaats van naar materialen. Een andere sta-in-de-weg voor een daadwerkelijke overgang naar biobased en circulair zit hem aan de institutionele kant. Meer concreet, bij de wet- & regelgeving. In deze blog een illustratie hiervan uit de KNN-praktijk.

Juridisch speelveld Reststromen (klik op de afbeelding om te vergroten)

Een bedrijf uit ons netwerk produceert behalve haar hoofdproduct meerdere reststromen.  Een daarvan bevat een significante hoeveelheid fosfaat. Dit maakt deze stroom in potentie geschikt als organische meststof of grondstof voor de kunstmestindustrie.

In de huidige situatie dient er voor deze stroom een gate-fee betaald te worden voor de verwerking. Daarnaast was niet altijd duidelijk waar de stroom nu precies terecht komt en voor welke doeleinden. Al met al is hier ruimte voor verbetering.

Door de oorsprong en het productieproces werd vrij snel duidelijk dat het materiaal viel onder de Europese regeling dierlijke bijproducten (EC 1069/2009). Aan verwerkers van dergelijke bijproducten zijn strenge eisen verbonden. Zo moeten producten, transporteurs en verwerkers erkend zijn door de voedsel- en warenautoriteit; de NVWA. Vanuit het verleden is dit besloten, om de gevolgen voor o.a. milieu en volksgezondheid van lozing en verwijderen te reguleren. In de huidige situatie wordt er anders tegen deze materialen aangekeken en worden ze mogelijk geld waard. De bestaande regelgeving kan verwaarding van het materiaal in de weg zitten.

De Europese Commissie probeert hierin te voorzien door voor afvalproducten een einde-afvalstatus mogelijk te maken. Wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is, kan deze status worden toegekend en is de afvalwetgeving niet meer van toepassing. De productie en hergebruik van struviet is in dit kader een mooi voorbeeld. Voor dierlijke bijproducten gelden echter andere eisen. Hier is een lijst met specifieke eindpunten vastgesteld, waar niet eenvoudig van afgeweken kan worden.

Zowel leverancier als potentiële afnemers van het materiaal hebben aangegeven economisch heil in het product te zien. In dit geval is voornamelijk de juridische status de bottleneck voor hoogwaardige toepassing. De Europese Commissie is bezig haar meststoffenwetgeving te herzien en hierin meer ruimte te maken voor herwonnen meststoffen. Hierin wordt getracht een link te leggen met omliggende wetgeving, zoals de Verordening dierlijke bijproducten en de wetgeving rond handel in grondstoffen (REACH). Totdat het zo ver is zijn er echter nog veel regels die een circulaire economie in de weg staan.

 

Willemien en Sven

Energietransitie in de praktijk

Momenteel komt er veel op gemeenten af. Nederland heeft ingestemd met het Parijsakkoord, waardoor gemeenten aan de slag moeten om energieneutraal te worden. Daarnaast wordt er gewerkt aan de nieuwe Omgevingswet die in 2021 moet ingaan. De Omgevingswet is een positieve ontwikkeling voor de energietransitie, maar legt tegelijkertijd een aanzienlijk forsere taak neer bij de gemeenten. Energie komt in meerdere van de te samenvoegen wetten terug. Hierdoor is het ten eerste van belang dat er een alomvattend beeld is van de duurzame energie potentie binnen een gemeente. Dit maakt het makkelijker voor een gemeente om een visie op te stellen en vroegtijdig om tafel te gaan om draagvlak te creëren voor duurzame energie.
Ten tweede, en nog veel belangrijker, is de daadwerkelijke implementatie van deze visie middels de uitvoering van concrete projecten. Dit maakt het ook direct een meer uitdagende opgave, waar wij merken dat veel partijen mee worstelen. Daarom hieronder een aantal voorbeelden en tips om de uitvoering van de energietransitie vorm te geven.

Uitvoeringsplan

De nieuwe Omgevingswet leidt ertoe dat gemeenten een duidelijk beleids- en uitvoeringsplan moeten hebben. Het uitvoeringsplan combineert de technologische aspecten, de sociale aspecten en een uitgewerkte planning waar binnen de gewenste duurzaamheidsdoelen gehaald moeten worden. Hierbij is het van belang dat het uitvoeringsplan zo concreet mogelijk is. De volgende onderdelen moeten in ieder geval hierin terugkomen:

  • Omschrijving van plan
  • Bijdrage aan gemeentelijke doelstellingen
  • Concrete planning met milestones
  • Budget en het vaststellen van de projecteigenaar buiten de gemeentelijke organisatie

Een goed voorbeeld hiervan is het plan van de regio Noord-Oost Fryslân.

Bij de daadwerkelijke uitvoering zijn veel belanghebbenden betrokken. Deze kunnen op verschillende manieren betrokken worden bij het traject, zoals bijvoorbeeld middels serious gaming.

Om vast te kunnen stellen wat het effect is van de projecten in het uitvoeringsplan en om de voortgang in de gaten te kunnen houden, is het noodzakelijk om de uitvoering te blijven monitoren. Hoe sneller de feedback over het effect van een project, hoe eerder er wijzigingen doorgevoerd kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld middels real-time monitoring.

Serious gaming

Voor een succesvolle energietransitie binnen een gemeente is voldoende draagvlak van uiterst belang. Zonder voldoende draagvlak lopen duurzame energieprojecten vaak stuk. Slimme technologie biedt een nieuwe manier om het draagvlak voor duurzame energie binnen een gemeente te vergroten bijvoorbeeld via serious gaming. Serious games zijn spellen die gericht zijn om een boodschap over te dragen en kennis te vergroten. Hierbij kan gedacht worden aan een spel dat kinderen en ouders stimuleert om energie te besparen en inzicht te krijgen in het belang van duurzame energie. Het spel is niet alleen gericht op interactie met kinderen en ouders, maar kan ook competitief ingericht worden, bijvoorbeeld competities met je buurt/ wijk of dorp. Hierdoor wordt het “ownership” van projecten of maatregelen vergroot.

Realtime monitoring

Een goed monitoringssysteem is een belangrijk onderdeel van het uitvoeringsplan. De transitie van de situatie nu tot een volledige duurzame gemeente in 2050 is een continue proces. Tijdens dit proces worden er voortdurend projecten opgestart met elk hun eigen effecten op de energie transitie en op de duurzaamheid binnen de gemeente. Om ervoor te zorgen dat tijdens de transitie de juiste keuzes gemaakt worden, is het van belang om het proces te monitoren. Het monitoringssysteem kan informatie bieden over bijvoorbeeld:

  • Huidige stand van duurzame/ fossiele energie binnen de gemeente
  • Welke projecten het meest efficiënt zijn
  • Welke wijken achterlopen met verduurzaming
  • Welke gebieden geschikt zijn voor duurzame energie

Daarnaast is het een geschikt middel om automatisch de stand van zaken terug te koppelen naar burgers, maar ook naar de gemeenteraad. Hierdoor wordt de werkdruk verlaagd en het draagvlak vergroot.


Aardgasvrije wijken

In relatie tot de energietransitie staat ook het vraagstuk rondom het afbouwen van het gasverbruik. Dit vooral vanwege de aardbevingen in Groningen. Vanuit het Rijk wordt ondersteuning geboden om wijken aardgasvrij te maken. Momenteel is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bezig met het opzetten van een proeftuin voor aardgasvrije wijken. Om hieraan mee te kunnen doen is op korte termijn (voor 1 juli 2018) een haalbaarheidsstudie en plan van aanpak nodig.


Wilt u meer informatie over de energietransitie en/of energiemonitoring? Neem dan contact op met Sven.