KNN als extern adviseur voor de Transitievisie warmte

Het opstellen van een Transitievisie warmte kost veel kennis en mankracht, KNN biedt beide. KNN heeft meer dan 20 jaar ervaring op het gebied van de energietransitie. Daarmee zijn wij de perfecte partner in uw warmtetransitie vraagstukken.


Wij ondersteunen u bij de volgende onderdelen
– Interpreteren van de Startanalyse van de Leidraad Aardgasvrije Wijken;
– Verrijken van Startanalyse met lokale data en opstellen van de Transitievisie Warmte;
– Vertalen van de Transitievisie Warmte naar Wijkuitvoeringsplannen.

Het Rijk heeft een regeling extern advies warmte (EAWT) in het leven geroepen. KNN kan u helpen met de aanvraag. Daarmee kunnen gemeenten tot €20.660,- subsidie krijgen voor de inhuur van externe experts. Dan kunnen we samen werken aan een groene toekomst!

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze energie expert, Paul Noteboom via:

06-57 48 40 51
p.noteboom@knnadvies.nl

 

Vraagt een duurzaam energiesysteem om een nieuwe blik op energie?

Exergie deel 2: Een energie Deltaplan

Door de energietransitie gaan we naar een ander energiesysteem toe dan dat we nu kennen. Bij dit nieuwe energiesysteem hoort ook een nieuwe manier nieuwe blik op energie. Ik ga een voorzetje geven waarom er op een andere manier naar energie gekeken moet worden in de toekomst. Om mijn verhaal goed te volgen is het handig om een paar basis begrippen scherp te hebben. Daarom ga ik ze nog even kort bij langs:

  • Energie kan alleen van één vorm omgezet worden in een andere vorm, het kan niet uit het niks verschijnen en ook niet verdwijnen.
  • Warmte energie stroomt altijd van hoge temperaturen naar lage temperaturen. In de overgang van een hoge temperatuur naar een lage temperatuur kan arbeid (bijvoorbeeld bewegingsenergie) gehaald worden.
  • Wanneer energie gebruikt wordt, wordt een deel omgezet naar energie die we nuttig vinden en een deel wordt omgevormd naar een energie vorm die we niet kunnen gebruiken. Bij een gloeilamp wordt veel energie omgezet in warmte, dit is verspilde energie. Het andere deel van de energie wordt omgevormd naar light dit noemen we nuttige energie.
  • In de energie leer wordt arbeid omschreven als het werk dat geleverd word door een krachtbron om een gewicht een afstand te verplaatsen. Technische arbeid beschrijft hoeveel van een bepaalde soort energie omgezet kan worden in nuttige energie.
  • Exergie is een relatief ongebruikte term. Het beschrijft de waarde van de technische arbeid. Elektriciteit heeft een hoge exergie waarde omdat het met een hoog rendement om te zetten is in bijvoorbeeld bewegingsenergie. De warmte in de woonkamer heeft een lage exergie waarde, het is heel lastig om uit de energie in de woonkamer nog nuttige arbeid te halen.

Moeten we van rendement denken naar exergie denken?

Als alle energie uit dezelfde bron komt dan heeft de begin hoeveelheid in principe allemaal dezelfde exergie waarde en hoef je hier dus geen rekening mee te houden. Dankzij de energietransitie gaan we naar een energievoorziening waar niet alle energie die we als maatschappij gebruiken uit fossiele bronnen komt. Windmolens en zonnepanelen wekken bijvoorbeeld energie op in elektrische vorm en elektriciteit heeft een uitzonderlijk hoge exergie waarde.

In het nieuwe energiesysteem wordt er energie opgewekt in verschillende vormen en willen we zo efficiënt mogelijk omgaan met deze energie. Goed nadenken over hoe we energie gebruiken wordt steeds belangrijker.

Een voorbeeld van waarom we goed moeten gaan nadenken over hoe we energie gebruiken is de cv ketel. De moderne cv ketel heeft een rendement van rond de 100%. 100% van het aardgas dat erin gaat wordt omgezet naar de warmte die we kunnen gebruiken. Een fantastische rendement zou ik zeggen. Maar de kwaliteit van de warmte energie is erg laag, je kan er zo gezegd weinig arbeid meer mee verrichten. De kwaliteit van energie is door deze omzetten met 92% afgenomen. Door de normale CV ketel die we allemaal hebben wordt dus elke keer 92% van de potentiele arbeid die uit het gas gehaald kan worden weg gegooid. Dit is eigenlijk eeuwig zonde en als we een efficiënt systeem willen zullen we moeten nadenken of er oplossingen zijn waarbij er meer arbeid uit onze energie gehaald kan worden.

Hoe kunnen we meer uit onze energie halen?

Als we dus meer potentiele arbeid uit onze energie weten te halen hoeven we minder energie te winnen. Dit kan op verschillende manieren. De eerste stap is dat we geen energie met een hoge exergie waarde gebruiken voor processen die ook met energie met een lage exergie waarde volbracht kan worden.

Daarnaast hoeft energie niet “weggegooid” te worden nadat het gebruikt is voor één proces. Het is erg zonde om energie wat gebruikt is voor een proces niet meer te gebruiken voor een ander proces.  Afval warmte van een fabriek zou bijvoorbeeld nog prima gebruikt kunnen worden om producten te steriliseren en de warmte die daarbij overblijft kan nog goed gebruikt worden om ruimtes te verwarmen.

Zoals we eerder besproken hebben produceren zonnepanelen en windmolens elektriciteit en is de Exergie waarde hiervan hoger dan bij brandstoffen. Als we deze extra Exergie waarde goed gebruiken kunnen we hier al een flinke efficiëntie stap maken.

Wat gaat er veranderen in het nieuwe hernieuwbare energiesysteem?

Bron Eneco

Om de energie zo goed mogelijk te gebruiken moet de gebouwde omgeving goed ingericht worden aan de gebruikskant. Een voorbeeld van hoe aan de gebruikers kant beter omgegaan kan worden met energie is om in plaats van een cv ketel op aardgas een warmtenet op restwarmte te hebben voor de verwarming van de woning. De restwarmte zou normaal gesproken afgevoerd worden naar de omgeving, dit terwijl er nog genoeg exergie in deze energiestroom zit om woningen mee te verwarmen.

Aan de opwek kant is een hernieuwbaar energiesysteem ook zichtbaarder. De productie van duurzame energie gaat ruimte kosten. Om de energietransitie efficiënt en in goede banen te leiden is een goede ruimtelijke planning erg belangrijk.

Een dirigent van de energietransitie zou een oplossing kunnen zijn?

Hoe het toekomstige energiesysteem er precies uit komt te zien is nog onduidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat het veel gaat vragen van onze gebouwde omgeving. Helaas is er nog geen ei van Columbus uitgevonden. Daarom zijn veel partijen nu aan het pionieren om voor hun probleem de beste oplossing te vinden. Het nadeel van voor je eigen probleem de beste oplossing te vinden is dat dit voor het hele systeem niet altijd de beste oplossing is. Het optimale ontwerp voor een zonneweide kan grote nadelen opleveren voor het elektriciteitsnetwerk bijvoorbeeld. Als in dit voorbeeld de exploitant van de zonneweide wat water bij de wijn doet zijn de totale kosten (van netwerk en zonneweide) misschien wel een stuk gunstiger.

Om een duurzame energie voorziening te krijgen zullen we dus de gebruikskant van energie moeten aanpassen. Er zal nieuwe energie opwek nodig zijn en dit moet allemaal goed vervoerd worden. Het is waarschijnlijk dat om het gehele energiesysteem optimaal in te richten geen enkel subsysteem optimaal is.

Om een efficiënt duurzaam energiesysteem te krijgen moeten er dus veel aanpassingen gedaan worden. Er zullen veel verschillende bronnen van energie nodig zijn en de energie die gemaakt wordt moet ook nog efficiënter gebruikt worden. Om het netwerk niet te overbelasten kan het handig zijn om een subsysteem niet optimaal te laten draaien of op bepaalde tijdstippen.

Om dit goed te organiseren moet er op een hoge schaal georganiseerd worden. Naast deze grote schaal zullen de plannen ook voor een langere tijd vastgezet moeten worden. Gemeenten hebben nu de regie. De Regionale EnergieStrategie (RES) regio’s ondersteunen nu meerdere gemeenten per regio. De tijd zal het leren of dit de goede schaal is of dat er in de toekomst net als bij de waterschappen nog op een niveau hoger georganiseerd moet worden en er een energiecommissaris moet komen die de dirigent wordt van het hele Nederlandse energietransitie.

Exergie: Het ongebruikte onderdeel van Energie

Als er over energie gesproken wordt in de media of de politiek dan gaat het altijd over de hoeveelheid energie, de kwantiteit. Voor het gemak zijn dan alle soorten energie (elektriciteit, warmte en brandstoffen) bij elkaar opgeteld en op een bult geveegd. Er wordt geen onderscheid gemaakt in het verschil van kwaliteit van verschillende energievormen. Met een oog op het ontstaan van het huidige energiesysteem is deze denk methode niet vreemd. In de afgelopen eeuw was de bron voor alle energie, fossiele brandstof. Deze energie was uitbundig voorhanden en het optimale gebruik van energie had toen geen hoge prioriteit.

De energietransitie is in volle gang en het optimale gebruik van energie begint een steeds groter belang te krijgen. Het wordt tijd om meer aandacht te geven aan een belangrijk aspect van energie. De kwaliteit van energie! Dit wordt ook wel exergie genoemd. Exergie is de hoeveelheid arbeid die we met een eenheid energie gedaan kunnen krijgen. Alle soorten energie behalve warmte energie kunnen in theorie zonder verlies omgezet worden in een andere energie soort.

Hoewel brandstof eigenlijk chemische energie is, zegt het woord het al. Om bruikbare energie uit brandstoffen te halen moet het verbrand worden. En moet er warmte (wat altijd een relatief lage exergie waarde heeft) omgezet worden in een andere energie vorm. Duurzame energie bronnen produceren vaak elektriciteit. Elektriciteit heeft een hoge exergie waarde. En hoewel in werkelijkheid altijd verliezen optreden doordat geen enkele machine perfect is, kan door het gebruik van een andere energiesoort de efficiëntie al erg verbeteren. Een mooi voorbeeld van een machine die goed gebruikt maakt van de exergie van elektriciteit is de elektromotor. Hier wordt 90% van de elektrische energie omgezet in bewegingsenergie. Als we dit vergelijken met de brandstofmotor, waarin chemische energie omgezet wordt naar warmte en vervolgens naar bewegingsenergie, dan houden we nog grofweg 25% van de energie over.

Wanneer er gepraat wordt over energiegebruik klinkt het als of de energie verbruikt wordt, terwijl in werkelijkheid de energie blijft bestaan en alleen wordt omgevormd van de ene soort naar de andere. Dit zijn de basis principes van de thermodynamica. Tot dat het uiteindelijk overblijft als lage temperatuur warmte.


Figuur 1: Energie en Exergie gebruik bij aardgas verwarming

 

 

Lage temperatuur warmte heeft een erg lage exergie waarde. Het is eigenlijk ook zonde dat we energie gebruiken met een hoge kwaliteit voor het verwarmen van onze huizen. In Nederland gebruiken we hiervoor aardgas. Ook al wordt alle energie die zich in aardgas bevind gebruikt voor de verwarming van huizen. Zoals in figuur 1 te zien valt, wordt er maar een klein gedeelte van de exergie gebruikt als gas gebruikt wordt voor het verwarmen van huizen. Als het gas anders gebruikt was had het veel meer arbeid kunnen verrichten. Aardgas kan voor veel industriële processen gebruikt worden, maar met de warmte in de woonkamer kan nog geen ei gekookt worden.

 

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

 


Figuur 2: Energie en exergie van een warmtepomp

 

Voor het opwekken van elektriciteit wordt in Nederland nog vaak aardgas gebruikt. Als we dit als uitgangspunt gebruiken dan valt in figuur 2 te zien dat verwarmen met een warmtepomp al iets beter de exergie gebruikt dan een HR ketel. Maar dit niveau is nog steeds erg laag. Met de temperatuur warmte die een warmte pomp produceert kunnen weinig processen nog volbracht worden. De potentie van de energie word nog nauwelijks gebruikt, maar de kwantiteit wel volledig. Verspilling van exergie betekent eigenlijk dat er in theorie meer arbeid verricht had kunnen worden met dezelfde hoeveelheid energie.

 

 

 

 

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland


 

Figuur 3: Een schematische weergave waarbij meerdere processen worden volbracht door dezelfde energie

Met de temperatuur warmte die een warmte pomp produceert kunnen weinig processen nog volbracht worden. De potentie van de energie word nog nauwelijks gebruikt, maar de kwantiteit wel volledig. Verspilling van exergie betekent eigenlijk dat er in theorie meer arbeid verricht had kunnen worden met dezelfde hoeveelheid energie.

Als de energietransitie kans van slagen wil hebben zullen we naar deze manier van denken moeten. In plaats dat we energie met een hoge kwaliteit gebruiken voor alle toepassingen en het daarna laten vervliegen, zouden we energie net als in figuur 3 opnieuw moeten inzetten voor een proces. Bij elk proces zou de kwaliteit van de energie lager worden, maar als dit voldoende is voor het proces dan maakt dat niet uit. Om dit te kunnen doen zal er waarschijnlijk nagedacht moeten worden over welke processen waar worden volbracht. Voor het vervoer van energie moet namelijk ook een infrastructuur worden aangelegd en zal er energie verloren gaan. Ondanks de grote winsten die te halen vallen is het nog niet zo makkelijk om optimaal gebruik te maken van de exergie.

 

Bron: Energieboek, Teus van Eck

 

Paul

Op naar minder voedselverspilling!

De eerste keer dat ik, Helle, iets hoorde over de circulaire economie was anderhalf jaar geleden. Ik was toen student bij de Universiteit van Groningen en bezocht het KIVI-jaarcongres Circular Economy in Wageningen. Ondanks mijn beperkte kennis van de Nederlandse taal (ik was net twee jaar geleden van Noorwegen naar Nederland verhuisd) begreep ik in ieder geval dit: het kernconcept van de circulaire economie – een samenleving zonder afval – kan een echte gamechanger zijn voor klimaatverandering en milieu-uitdagingen. Eén van de milieu-uitdagingen waar relatief weinig aandacht voor is, is voedselverspilling. Het is tijd om daar verandering in te brengen!

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Velen van ons hebben in het verleden wel eens een aantal vervelende ontdekkingen gedaan bij het openen van de koelkast. Een volledig groene en donzige citroen, de overblijfselen van een half verrotte komkommer of een stinkend groen blok kaas die je een paar weken geleden hebt gekocht. Het weggooien van deze voedselwaren in de vuilnisbak veroorzaakt een slecht gevoel bij de meesten van ons, vaak om morele en economische redenen. De verspilling van voedsel heeft echter ook een enorme impact op het milieu. Ongeveer een derde van het voedsel dat voor menselijke consumptie wordt geproduceerd, gaat elk jaar verloren of wordt verspild. Dat is 1,3 miljard ton! Weinig mensen beseffen dat het vergeten van die druiven op de bodem van de koelkast bijdraagt ​​aan de klimaatverandering.

Dus: wat kunnen wij eraan doen?
Veel mensen geloven dat hun bijdrage aan het verminderen van voedselverspilling weinig invloed heeft op het wereldwijde voedselverspillingsprobleem. Wat doet het er bijvoorbeeld toe wat ik doe als mijn buurman of mijn collega zich hier niets van aantrekt? Of: wat maakt het uit wat de consument doet als voedsel wordt verspild in alle fasen van de toeleveringsketen, niet alleen tijdens de consumentenfase? Misschien een verrassing, maar: van alle beschikbare oplossingen om voedselverspilling tegen te gaan, lijkt het veranderende consumentengedrag het meest veelbelovend. Kortom, beginnen bij jezelf helpt echt!

Door simpelweg bepaalde voedingsmiddelen te eten en anderen te vermijden, kunnen we de hoeveelheid afval aanzienlijk verminderen. Als bijvoorbeeld alle gewassen die momenteel aan veevoer worden toegewezen, direct door mensen worden geconsumeerd, zou de wereldwijde voedselproductie met zo’n twee miljard ton toenemen en zouden de voedsel calorieën met 49 procent toenemen. Na de fossiele brandstoffen is de voedingsmiddelenindustrie, en met name de vlees- en zuivelsector, een van de belangrijkste oorzaken van de klimaatverandering. Een verschuiving van standaard naar vegetarische diëten zou ongeveer dezelfde impact hebben als het wegnemen van voedselverlies op retail- en consumentenniveau. Minder vaak vlees eten is dus één van de belangrijkste afzonderlijke daden ter bestrijding van de klimaatverandering. Bovendien zijn er tal van manieren om voedselverspilling tegen te gaan:

  1. Zorg voor een georganiseerde koelkast
    Het gezegde “uit het oog, uit het hart” is in deze context erg toepasselijk. Gebruik de FIFO-methode (First in, First out) voor het ‘beheren’ van de voorraad in de koelkast en minder voedsel wordt verspild.
  2. Gebruik acceptabele portiegroottes
    Door ervoor te zorgen dat de portiegroottes binnen een gezond bereik blijven, is dit niet alleen goed voor de gezondheid, maar vermindert het ook voedselverspilling
  3. Begrijp de vervaldata
    “Best te consumeren voor” of “verloopt op” zijn slechts twee van de vele verwarrende termen die bedrijven op voedseletiketten gebruiken. Het meeste voedsel dat net de houdbaarheidsdatum heeft overschreden, is echter nog steeds veilig om te eten. Leer de verschillen tussen de labels en gebruik je eigen zintuigen van smaak en geur om het voedselproduct te beoordelen.
  4. Bewaar voedsel op de juiste manier
    Verkeerde opslag van fruit en groenten kan leiden tot vroegtijdige rijping en rotte producten. Houd voedsel dat ethyleengas (bananen, peren, avocado’s enz.) produceert uit de buurt van ethyleengevoelige voedingsmiddelen zoals aardappelen, appels, bessen, enz.
  5. Zeg het voort!
    Niets is krachtiger dan kennis. Samen kunnen we een verschil maken!

Helle Trapnes

Op weg naar circulaire verdienmodellen

Mijn gewaardeerde collega Willemien schreef er in haar vorige blog al even over. In een interessant verhaal werd en passant -weliswaar onder het laatste puntje, punt 5, maar het is haar vergeven- het Product as a Service Model genoemd. Het fenomeen waarbij de consument in de toekomst niet meer gaan betalen voor eigendom, maar voor gebruik. Vanuit mijn economische achtergrond vooral interessant vanaf de andere kant; hoe gaan bedrijven daar nou mee om?


Er ontstaat een deeleconomie. De consument en dus ook de bedrijven denken steeds vaker na over consumeren. Wat gebruik ik eigenlijk? Waar komt dit vandaan en wat gaat er gebeuren met dit product als ik het niet meer gebruik? In de huidige lineaire economie is het ‘simpel’. Een bedrijf produceert wat, de consument gebruikt het en we gooien het bij het afval. Dat afval wordt -gelukkig- steeds vaker hergebruikt, maar dat is toch nog altijd vrij lastig. In een circulaire economie werkt het echter anders. In een circulaire economie wordt er namelijk nagedacht over de manier waarop het geproduceerd wordt, zodat het ook weer heel makkelijk te hergebruiken is. Minder afval, minder productie en minder vervuiling. Een prachtige ontwikkeling!

Wat helemaal past in die ontwikkeling is het Product as a Service Model. Het PaaS-model sluit uitstekend aan bij een economie gebaseerd op het aanbieden van diensten in plaats van het aanbieden van producten. Denk bijvoorbeeld aan Uber, AirBNB, maar ook aan het aanbieden van licht in plaats van lampjes en het aanbieden van matrassen in plaats van het verkopen. Doordat bedrijven deze diensten aanbieden blijven ze eigenaar over het product en is het in hun voordeel om het product zo te ontwerpen dat het makkelijk te repareren/ hergebruiken is als de consument klaar is met het gebruik.

Echter, in een organisatie de overstap maken van een lineair verdienmodel naar een circulair verdienmodel, waarbij je eventueel gebruik gaat maken van een PaaS-model, is nog niet zo makkelijk. Er is vaak organisatorische weerstand, de logistiek rondom het terughalen van je eigen product moet geregeld worden. De vraag blijft altijd of het wel voldoende oplevert én of het daadwerkelijk tot milieuwinst leidt, de consument is er misschien niet op ingesteld, etc, etc. Veel vragen. Vragen die we bij KNN kunnen beantwoorden. Tegelijkertijd vergaren we nog meer kennis over het onderwerp doordat Micha Klaarenbeek, student van de Rijksuniversiteit Groningen, een onderzoek uitvoert over het PaaS-model. Zodat wij ook blijven leren, en bedrijven nóg beter kunnen helpen met deze vraagstukken.

Transities; het biedt enorme kansen.

 

Jelmer

5 stappen naar een circulaire economie

In de vorige blog van collega Sven Jurgens kon u lezen over het belang van kwaliteit van grondstoffen om ze beter te kunnen recyclen. Net als dat ik eerder schreef over dat Kwaliteit Verkoopt als het gaat om de productie van duurzame producten, geldt dit ook voor grondstoffen. Kwaliteit van grondstoffen is essentieel willen we de opgave die voor ons ligt, een circulaire economie in 2050, realiseren.


De uitdaging is: hoe zorgen we er met elkaar en de keten voor dat de producten die we maken van origine kwalitatief hoogwaardig zijn en óók op kwaliteit blijven zodat ze beter hergebruikt kunnen worden? Dat houdt automatisch in dat we anders moeten gaan denken over de manier waarop we producten gebruiken.

Om te komen tot een Circulaire Economie zijn er diverse hordes die we moeten overwinnen. Naar mijn idee zijn de volgende vijf zaken van wezenlijk belang richting een volledig Circulaire Economie in 2050:

  1. Ga maar eens bij jezelf na hoeveel producten die je in huis hebt of je ze echt nodig hebt. En of je zelf een andere keuze kunt maken in de producten die je koopt en hoe ze bijvoorbeeld verpakt zijn. Grotere bedrijven kunnen nagaan of ze minder materiaal kunnen gebruiken of ander materiaal. Hoe minder materialen en producten we gebruiken hoe beter. Immers een beter milieu begin bij jezelf!
  2. Meer focus op hoe we de producten ontwerpen. Hoe maak ik mijn product nou zo dat het, in zijn geheel of onderdelen ervan, makkelijker her te gebruiken of te recyclen is? We hebben hiervoor echt de kennis in huis! Zo heeft NHL Stenden een Circulair Design Lab opgezet, en is het bedrijf House of Design een prachtig voorbeeld en inspiratie. De Tegenlicht uitzending uit 2006 over de Cradle 2 Cradle filosofie en theorie was voor mij een persoonlijke eye opener en inspiratiebron
  3. Het is essentieel dat we ervoor zorgen dat we de inzamelingsstructuur van onze grondstoffen goed organiseren. Dit kan bijvoorbeeld via een statiegeldsysteem (en dan niet alleen voor flessen maar ook voor bijvoorbeeld kleding of matrassen). Er zijn grote (sport)merken die al experimenteren met een dergelijk model. Nu vind ik H&M niet het streefbeeld van kwaliteit en duurzaamheid, maar eerlijk is eerlijk: je kunt er wel al je oude kleding inruilen tegen een kortingsbon.
  4. Ontwikkelen van technieken om de grondstoffen beter te recyclen. Die technieken zijn volop in ontwikkeling. Zo vindt er in Emmen chemische recycling plaats van polyesters. Polyester zit onder andere in sportkleding en tapijten. Met deze techniek kunnen de waardevolle grondstoffen weer terug naar dezelfde toepassing, iets wat nu nog onmogelijk is via mechanische recycling. De vraag naar de gerecyclede polyester grondstof is al groter dan het aanbod aan grondstoffen, dus de juiste inzameling en voorbewerking is van groot belang.
  5. Tot slot: het Product as a Service Model. Ik ben er heilig van overtuigd dat we in de toekomst niet meer gaan betalen voor eigendom maar voor gebruik.

De bovenstaande vijf punten zijn mijns inziens concrete en haalbare onderdelen die we met elkaar kunnen verkennen en realiseren. Waar ziet u belangrijke focus punten om te komen tot een volledig circulaire economie? Ik hoor graag hoe u dit ziet!

Willemien

Beweeggeld

De discussie over uitbreiding van het statiegeldsysteem loopt al vanaf begin jaren ’00 van deze eeuw. Onlangs laaide de discussie weer op, met het presenteren van conceptbesluit over het aanpassen van de regelgeving om ook op kleine flesjes statiegeld te kunnen heffen.


In Nederland wordt naar schatting jaarlijks 900 miljoen kleine PET flesjes en dubbel zoveel blikjes gebruikt. Hiervan komen ongeveer 150 – 260 miljoen flesjes en blikjes als zwerfafval op straat of in de natuur terecht. Door beide kanten worden verschillende oplossingen aangehaald voor dit probleem. Zo heeft een merendeel van de gemeenten onlangs gepleit voor uitbreiding van statiegeld naar blikjes en kleine flesjes. Daar tegenover staat het verpakkend bedrijfsleven, die in haar lobby juist pleit voor afschaffing van het statiegeldsysteem en inzet op bewustwording en alternatieve vormen van inzameling.

De argumenten die beide kampen gebruiken richten zich voornamelijk op reductie van zwerfafval (met name zwerfafval in Nederland, laat staan plastic dat naar de oceaan verdwijnt) en kosten van een dergelijk systeem. Tot nu toe slagen zij er echter niet in om tot een compromis te komen en heeft de regering de beslissing tot uitbreiding van het statiegeldsysteem steeds uitgesteld.

Misschien zit de impasse ook verborgen in het woord. Statie komt van het Latijnse ‘statio’ (denk ook aan ‘statisch’): het staan of stilstaan. Het statiegeld is daarmee staangeld: het geld voor iets dat men in bruikleen heeft staan*. Toch is statiegeld juist iets dat ons moet bewegen tot het retourneren van onze verpakkingen om deze hoogwaardig te kunnen recyclen.

Een punt dat nog vaak onderbelicht blijft in de discussie is de kwaliteit die het statiegeldsysteem levert. Verschillende kunststofrecyclers geven aan enkel de PET flessen uit het statiegeldsysteem te kunnen gebruiken in nieuwe voedselverpakkingen. Het materiaal dat via bronscheiding of nascheiding wordt opgehaald is te vervuild om aan de strenge eisen te voldoen. Het huidige statiegeldsysteem levert namelijk een homogene stroom van voornamelijk PET kunststof, zonder vervuiling van andere verpakkingen en aanhangend afval.

Als we met zijn allen naar een circulaire economie toe willen, nationaal als doel gesteld in 2050, kunnen we niet om kwaliteit heen. We kloppen onszelf op de borst met ingezamelde tonnen kunststof, maar als er niemand is die hierop zit te wachten zit je alsnog met een berg afval.

Statiegeld is wat dat betreft een middel en geen doel op zich.  Het doel is uiteindelijk een verantwoord materiaalgebruik en bijbehorende positieve milieueffecten. Als er zich alternatieven aandienen die een vergelijkbaar positief milieueffect hebben moeten we daar zeker open voor staan.

Echter, vooralsnog blijkt alleen hoogwaardige recycling via het statiegeldsysteem dit effect te hebben.

* zie ook www.trouw.nl

 

Sven

Klimaattop: Door de (kool)zure appel heen bijten

De komende twee weken wordt in Polen de jaarlijkse klimaattop gehouden. Door de tegenstrijdige belangen is het maar de vraag of men tot concrete afspraken komt. En dit terwijl de uitdaging alleen maar groter wordt. Laten we bijvoorbeeld eens inzoomen op Nederland:

Onze uitstoot per hoofd van de bevolking is tussen 1990 en 2017 afgenomen (van ongeveer 11 ton per inwoner naar 9,5 ton in 2017), toch is de totale uitstoot van CO2 uitstoot ongeveer gelijk gebleven, zo rond de 163 miljard ton in een jaar.

Zowel in de uitstoot van broeikasgassen per inwoner als in de opwek van hernieuwbare energie behoren we tot de slechtste jongens/meisjes van de klas in de EU.

Klik op het tabel om de afbeelding te vergroten

Dit is natuurlijk geen nieuws. Over de jaren is dit al vele malen benoemd en uitgemeten. Toch lijkt er qua daadwerkelijk inspanningen nog te weinig te gebeuren. De inspanning die nodig is om aan de afspraken in het Parijs akkoord te voldoen betekent een verdrie- tot vervijfvoudiging (!) van het huidige tempo.

De doelstellingen worden opgeschroefd, we discussiëren wat af over windmolens, biomassa bijstook en kernenergie, maar effectief beleid en acties om daadwerkelijk slagen te maken ontbreekt. Op een gegeven moment is er geen tijd meer voor discussie. Velen zullen zeggen dat deze tijd al gekomen en verstreken is.

Hoe dan toch deze impasse te doorbreken?

Op lokaal vlak is er veel enthousiasme en energie om met dit onderwerp aan de slag te gaan. Toch is er voor grote slagen veel meer coördinatie nodig op diverse (beleids)niveaus. Ondernemers willen niet de eerste zijn (en daarmee onnodig risico lopen) en wachten dus op elkaar. Daar lijkt uitstekend een rol weggelegd voor de overheid om dit te faciliteren en de juiste ‘prikkels’ te geven. Tijd om de prik uit de fles te nemen en door de (kool)zure appel heen te bijten.

 

Bron header: CBS.nl

Biobased & circulair: belemmeringen uit de praktijk

Onze grondstofbasis moet veranderen. We moeten daartoe meer biobased en/of circulair denken. Dit vooral vanwege de milieugevolgen van fossiele grondstoffen, zoals olie.  In plaats daarvan moeten we meer gebruik gaan maken van stromen van biologische oorsprong en/of stromen die worden teruggewonnen uit afval. In het laatste geval noemen we het geen afval meer trouwens, maar reststromen.

Er is veel potentie voor deze vervanging, vooral technisch. Economisch is het echter veelal nog een ander verhaal. Belangrijkste oorzaken: verborgen subsidies op fossiel en subsidies op toepassing naar energie in plaats van naar materialen. Een andere sta-in-de-weg voor een daadwerkelijke overgang naar biobased en circulair zit hem aan de institutionele kant. Meer concreet, bij de wet- & regelgeving. In deze blog een illustratie hiervan uit de KNN praktijk.

Een bedrijf uit ons netwerk produceert behalve haar hoofdproduct meerdere reststromen.  Eén daarvan bevat een significante hoeveelheid fosfaat. Dit maakt deze stroom in potentie geschikt als organische meststof of grondstof voor de kunstmestindustrie. In de huidige situatie dient er voor deze stroom een gate-fee betaald te worden voor de verwerking. Daarnaast was niet altijd duidelijk waar de stroom nu precies terecht komt en voor welke doeleinden. Al met al is hier ruimte voor verbetering.

Door de oorsprong en het productieproces werd vrij snel duidelijk dat het materiaal viel onder de Europese regeling dierlijke bijproducten (EC 1069/2009). Aan verwerkers van dergelijke bijproducten zijn strenge eisen verbonden. Zo moeten producten, transporteurs en verwerkers erkend zijn door de voedsel- en warenautoriteit; de NVWA. Vanuit het verleden is dit besloten, om de gevolgen voor o.a. milieu en volksgezondheid van lozing en verwijderen te reguleren. In de huidige situatie wordt er anders tegen deze materialen aangekeken en worden ze mogelijk geld waard. De bestaande regelgeving kan verwaarding van het materiaal in de weg zitten.

De Europese Commissie probeert hierin te voorzien door voor afvalproducten een einde-afvalstatus mogelijk te maken. Wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is, kan deze status worden toegekend en is de afvalwetgeving niet meer van toepassing. De productie en hergebruik van struviet is in dit kader een mooi voorbeeld. Voor dierlijke bijproducten gelden echter andere eisen. Hier is een lijst met specifieke eindpunten vastgesteld, waar niet eenvoudig van afgeweken kan worden.

Zowel leverancier als potentiële afnemers van het materiaal hebben aangegeven economisch heil in het product te zien. In dit geval is voornamelijk de juridische status de bottleneck voor hoogwaardige toepassing. De Europese Commissie is bezig haar meststoffenwetgeving te herzien en hierin meer ruimte te maken voor herwonnen meststoffen. Hierin wordt getracht een link te leggen met omliggende wetgeving, zoals de Verordening dierlijke bijproducten en de wetgeving rond handel in grondstoffen (REACH). Totdat het zo ver is zijn er echter nog veel regels die een circulaire economie in de weg staan.

Sven

 

Presentatie uitkomsten stofstromenanalyse Noord-Nederland

In het afgelopen jaar hebben wij ons samen met het Amsterdamse Metabolic ingezet om de materiaalstromen in Noord-Nederland in kaart te brengen. Dit als vervolg op verscheidene voorgaande onderzoeken, zoals de kansen binnen de biobased economy in Noord4Bio en een vergelijkbare stromenstudie voor de provincie Friesland. De uitkomsten van de stofstromenanalyse in Noord-Nederland worden op donderdag 31 mei 2018 gepresenteerd aan de deelnemers van het onderzoek.

Voor de sectoren bouw, landbouw, afval en chemie zijn de grondstoffen, reststromen en afvalstromen in kaart gebracht. Door het aangaan van nieuwe samenwerkingen, doorlopende monitoring en het mogelijk te maken dat deze partijen elkaar weten te vinden kunnen er grote stappen worden gemaakt richting een circulaire economie in 2030. Om de opgave voor de sectoren verder te concretiseren zijn er een 9-tal transitiepaden benoemd. Met deze negen paden wordt een eerste aanzet gedaan voor een tijdspad en stappenplan. Het doel is om voor deze (en andere) transitiepaden eigenaarschap te vinden bij de bedrijven, organisaties, kennisinstellingen en overheden om deze stappen ook daadwerkelijk te gaan zetten.

De samenvatting van het onderzoek kan u hier vinden. Wilt u meer weten? Neem dan contact op met ons, of klik hier voor de volledige rapporten!