Biobased & circulair: belemmeringen uit de praktijk

Onze grondstofbasis moet veranderen. We moeten daartoe meer biobased en/of circulair denken. Dit vooral vanwege de milieugevolgen van fossiele grondstoffen, zoals olie.  In plaats daarvan moeten we meer gebruik gaan maken van stromen van biologische oorsprong en/of stromen die worden teruggewonnen uit afval. In het laatste geval noemen we het geen afval meer trouwens, maar reststromen.

Er is veel potentie voor deze vervanging, vooral technisch. Economisch is het echter veelal nog een ander verhaal. Belangrijkste oorzaken: verborgen subsidies op fossiel en subsidies op toepassing naar energie in plaats van naar materialen. Een andere sta-in-de-weg voor een daadwerkelijke overgang naar biobased en circulair zit hem aan de institutionele kant. Meer concreet, bij de wet- & regelgeving. In deze blog een illustratie hiervan uit de KNN praktijk.

Een bedrijf uit ons netwerk produceert behalve haar hoofdproduct meerdere reststromen.  Eén daarvan bevat een significante hoeveelheid fosfaat. Dit maakt deze stroom in potentie geschikt als organische meststof of grondstof voor de kunstmestindustrie. In de huidige situatie dient er voor deze stroom een gate-fee betaald te worden voor de verwerking. Daarnaast was niet altijd duidelijk waar de stroom nu precies terecht komt en voor welke doeleinden. Al met al is hier ruimte voor verbetering.

Door de oorsprong en het productieproces werd vrij snel duidelijk dat het materiaal viel onder de Europese regeling dierlijke bijproducten (EC 1069/2009). Aan verwerkers van dergelijke bijproducten zijn strenge eisen verbonden. Zo moeten producten, transporteurs en verwerkers erkend zijn door de voedsel- en warenautoriteit; de NVWA. Vanuit het verleden is dit besloten, om de gevolgen voor o.a. milieu en volksgezondheid van lozing en verwijderen te reguleren. In de huidige situatie wordt er anders tegen deze materialen aangekeken en worden ze mogelijk geld waard. De bestaande regelgeving kan verwaarding van het materiaal in de weg zitten.

De Europese Commissie probeert hierin te voorzien door voor afvalproducten een einde-afvalstatus mogelijk te maken. Wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is, kan deze status worden toegekend en is de afvalwetgeving niet meer van toepassing. De productie en hergebruik van struviet is in dit kader een mooi voorbeeld. Voor dierlijke bijproducten gelden echter andere eisen. Hier is een lijst met specifieke eindpunten vastgesteld, waar niet eenvoudig van afgeweken kan worden.

Zowel leverancier als potentiële afnemers van het materiaal hebben aangegeven economisch heil in het product te zien. In dit geval is voornamelijk de juridische status de bottleneck voor hoogwaardige toepassing. De Europese Commissie is bezig haar meststoffenwetgeving te herzien en hierin meer ruimte te maken voor herwonnen meststoffen. Hierin wordt getracht een link te leggen met omliggende wetgeving, zoals de Verordening dierlijke bijproducten en de wetgeving rond handel in grondstoffen (REACH). Totdat het zo ver is zijn er echter nog veel regels die een circulaire economie in de weg staan.

Sven

 

Presentatie uitkomsten stofstromenanalyse Noord-Nederland

In het afgelopen jaar hebben wij ons samen met het Amsterdamse Metabolic ingezet om de materiaalstromen in Noord-Nederland in kaart te brengen. Dit als vervolg op verscheidene voorgaande onderzoeken, zoals de kansen binnen de biobased economy in Noord4Bio en een vergelijkbare stromenstudie voor de provincie Friesland. De uitkomsten van de stofstromenanalyse in Noord-Nederland worden op donderdag 31 mei 2018 gepresenteerd aan de deelnemers van het onderzoek.

Voor de sectoren bouw, landbouw, afval en chemie zijn de grondstoffen, reststromen en afvalstromen in kaart gebracht. Door het aangaan van nieuwe samenwerkingen, doorlopende monitoring en het mogelijk te maken dat deze partijen elkaar weten te vinden kunnen er grote stappen worden gemaakt richting een circulaire economie in 2030. Om de opgave voor de sectoren verder te concretiseren zijn er een 9-tal transitiepaden benoemd. Met deze negen paden wordt een eerste aanzet gedaan voor een tijdspad en stappenplan. Het doel is om voor deze (en andere) transitiepaden eigenaarschap te vinden bij de bedrijven, organisaties, kennisinstellingen en overheden om deze stappen ook daadwerkelijk te gaan zetten.

De samenvatting van het onderzoek kan u hier vinden. Wilt u meer weten? Neem dan contact op met ons, of klik hier voor de volledige rapporten!

Biobased & circulair: belemmeringen uit de praktijk

Onze grondstofbasis moet veranderen. We moeten daartoe meer biobased en/of circulair denken. Dit vooral vanwege de milieugevolgen van fossiele grondstoffen zoals olie.  In plaats daarvan moeten we meer gebruik gaan maken van stromen van biologische oorsprong en/of stromen die worden teruggewonnen uit afval. In het laatste geval noemen we het geen afval meer trouwens, maar reststromen.

Er is veel potentie voor deze vervanging, vooral technisch. Economisch is het echter veelal nog een ander verhaal. Belangrijkste oorzaken: verborgen subsidies op fossiel en subsidies op toepassing naar energie in plaats van naar materialen. Een andere sta-in-de-weg voor een daadwerkelijke overgang naar biobased en circulair zit hem aan de institutionele kant. Meer concreet, bij de wet- & regelgeving. In deze blog een illustratie hiervan uit de KNN-praktijk.

Juridisch speelveld Reststromen (klik op de afbeelding om te vergroten)

Een bedrijf uit ons netwerk produceert behalve haar hoofdproduct meerdere reststromen.  Een daarvan bevat een significante hoeveelheid fosfaat. Dit maakt deze stroom in potentie geschikt als organische meststof of grondstof voor de kunstmestindustrie.

In de huidige situatie dient er voor deze stroom een gate-fee betaald te worden voor de verwerking. Daarnaast was niet altijd duidelijk waar de stroom nu precies terecht komt en voor welke doeleinden. Al met al is hier ruimte voor verbetering.

Door de oorsprong en het productieproces werd vrij snel duidelijk dat het materiaal viel onder de Europese regeling dierlijke bijproducten (EC 1069/2009). Aan verwerkers van dergelijke bijproducten zijn strenge eisen verbonden. Zo moeten producten, transporteurs en verwerkers erkend zijn door de voedsel- en warenautoriteit; de NVWA. Vanuit het verleden is dit besloten, om de gevolgen voor o.a. milieu en volksgezondheid van lozing en verwijderen te reguleren. In de huidige situatie wordt er anders tegen deze materialen aangekeken en worden ze mogelijk geld waard. De bestaande regelgeving kan verwaarding van het materiaal in de weg zitten.

De Europese Commissie probeert hierin te voorzien door voor afvalproducten een einde-afvalstatus mogelijk te maken. Wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is, kan deze status worden toegekend en is de afvalwetgeving niet meer van toepassing. De productie en hergebruik van struviet is in dit kader een mooi voorbeeld. Voor dierlijke bijproducten gelden echter andere eisen. Hier is een lijst met specifieke eindpunten vastgesteld, waar niet eenvoudig van afgeweken kan worden.

Zowel leverancier als potentiële afnemers van het materiaal hebben aangegeven economisch heil in het product te zien. In dit geval is voornamelijk de juridische status de bottleneck voor hoogwaardige toepassing. De Europese Commissie is bezig haar meststoffenwetgeving te herzien en hierin meer ruimte te maken voor herwonnen meststoffen. Hierin wordt getracht een link te leggen met omliggende wetgeving, zoals de Verordening dierlijke bijproducten en de wetgeving rond handel in grondstoffen (REACH). Totdat het zo ver is zijn er echter nog veel regels die een circulaire economie in de weg staan.

 

Willemien en Sven

Energietransitie in de praktijk

Momenteel komt er veel op gemeenten af. Nederland heeft ingestemd met het Parijsakkoord, waardoor gemeenten aan de slag moeten om energieneutraal te worden. Daarnaast wordt er gewerkt aan de nieuwe Omgevingswet die in 2021 moet ingaan. De Omgevingswet is een positieve ontwikkeling voor de energietransitie, maar legt tegelijkertijd een aanzienlijk forsere taak neer bij de gemeenten. Energie komt in meerdere van de te samenvoegen wetten terug. Hierdoor is het ten eerste van belang dat er een alomvattend beeld is van de duurzame energie potentie binnen een gemeente. Dit maakt het makkelijker voor een gemeente om een visie op te stellen en vroegtijdig om tafel te gaan om draagvlak te creëren voor duurzame energie.
Ten tweede, en nog veel belangrijker, is de daadwerkelijke implementatie van deze visie middels de uitvoering van concrete projecten. Dit maakt het ook direct een meer uitdagende opgave, waar wij merken dat veel partijen mee worstelen. Daarom hieronder een aantal voorbeelden en tips om de uitvoering van de energietransitie vorm te geven.

Uitvoeringsplan

De nieuwe Omgevingswet leidt ertoe dat gemeenten een duidelijk beleids- en uitvoeringsplan moeten hebben. Het uitvoeringsplan combineert de technologische aspecten, de sociale aspecten en een uitgewerkte planning waar binnen de gewenste duurzaamheidsdoelen gehaald moeten worden. Hierbij is het van belang dat het uitvoeringsplan zo concreet mogelijk is. De volgende onderdelen moeten in ieder geval hierin terugkomen:

  • Omschrijving van plan
  • Bijdrage aan gemeentelijke doelstellingen
  • Concrete planning met milestones
  • Budget en het vaststellen van de projecteigenaar buiten de gemeentelijke organisatie

Een goed voorbeeld hiervan is het plan van de regio Noord-Oost Fryslân.

Bij de daadwerkelijke uitvoering zijn veel belanghebbenden betrokken. Deze kunnen op verschillende manieren betrokken worden bij het traject, zoals bijvoorbeeld middels serious gaming.

Om vast te kunnen stellen wat het effect is van de projecten in het uitvoeringsplan en om de voortgang in de gaten te kunnen houden, is het noodzakelijk om de uitvoering te blijven monitoren. Hoe sneller de feedback over het effect van een project, hoe eerder er wijzigingen doorgevoerd kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld middels real-time monitoring.

Serious gaming

Voor een succesvolle energietransitie binnen een gemeente is voldoende draagvlak van uiterst belang. Zonder voldoende draagvlak lopen duurzame energieprojecten vaak stuk. Slimme technologie biedt een nieuwe manier om het draagvlak voor duurzame energie binnen een gemeente te vergroten bijvoorbeeld via serious gaming. Serious games zijn spellen die gericht zijn om een boodschap over te dragen en kennis te vergroten. Hierbij kan gedacht worden aan een spel dat kinderen en ouders stimuleert om energie te besparen en inzicht te krijgen in het belang van duurzame energie. Het spel is niet alleen gericht op interactie met kinderen en ouders, maar kan ook competitief ingericht worden, bijvoorbeeld competities met je buurt/ wijk of dorp. Hierdoor wordt het “ownership” van projecten of maatregelen vergroot.

Realtime monitoring

Een goed monitoringssysteem is een belangrijk onderdeel van het uitvoeringsplan. De transitie van de situatie nu tot een volledige duurzame gemeente in 2050 is een continue proces. Tijdens dit proces worden er voortdurend projecten opgestart met elk hun eigen effecten op de energie transitie en op de duurzaamheid binnen de gemeente. Om ervoor te zorgen dat tijdens de transitie de juiste keuzes gemaakt worden, is het van belang om het proces te monitoren. Het monitoringssysteem kan informatie bieden over bijvoorbeeld:

  • Huidige stand van duurzame/ fossiele energie binnen de gemeente
  • Welke projecten het meest efficiënt zijn
  • Welke wijken achterlopen met verduurzaming
  • Welke gebieden geschikt zijn voor duurzame energie

Daarnaast is het een geschikt middel om automatisch de stand van zaken terug te koppelen naar burgers, maar ook naar de gemeenteraad. Hierdoor wordt de werkdruk verlaagd en het draagvlak vergroot.


Aardgasvrije wijken

In relatie tot de energietransitie staat ook het vraagstuk rondom het afbouwen van het gasverbruik. Dit vooral vanwege de aardbevingen in Groningen. Vanuit het Rijk wordt ondersteuning geboden om wijken aardgasvrij te maken. Momenteel is het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bezig met het opzetten van een proeftuin voor aardgasvrije wijken. Om hieraan mee te kunnen doen is op korte termijn (voor 1 juli 2018) een haalbaarheidsstudie en plan van aanpak nodig.


Wilt u meer informatie over de energietransitie en/of energiemonitoring? Neem dan contact op met Sven.

 

Een beter milieu begint bij…een festival?

Er wordt wel eens gezegd: het meest duurzame evenement is het evenement dat je niet organiseert. Met een beperkte blik is dit inderdaad waar. Toch heeft een evenement een veel grotere invloed dan enkel de directe milieu-impact. Door het tijdelijke karakter, de beperkte omvang en de uitstraling kan een evenement of festival veel doen voor de bewustwording van haar bezoekers.

Evenementenbeleid gemeente Groningen

In een traject voor de gemeente Groningen werkt KNN Advies (samen met Green Events Nederland) aan de verduurzaming van de evenementensector binnen de gemeente. Dit doen wij in eerste instantie middels een individueel begeleidingstraject voor drie evenementen en de vertaling van deze ervaringen naar een blauwdruk voor evenementenorganisatoren gemeentebreed.

De gemeente Groningen wil in 2035 energieneutraal zijn. Om die reden worden er over de hele breedte van de gemeente programma’s en acties opgezet, waaronder ook de evenementen. Om daar te komen kan zowel de wortel als de stok worden ingezet. Aan de voorkant wordt duidelijk gemaakt wat het einddoel moet zijn en dat dit over de tijd ook consequenties met zich meebrengt. Zo kan er in de vergunningaanvraag rekening worden gehouden met de duurzaamheidsaspecten en kunnen er bepaalde eisen of verboden worden ingesteld (bv. op dieselaggregaten). Tegelijkertijd wordt de transitie naar duurzamere evenementen gefaciliteerd door het opzetten van een centrale kennis- en vragenbank en in samenwerking met andere organisatoren gezocht worden naar versterkende effecten van samenwerking en kennisuitwisseling.

Nut en noodzaak

De motivatie om met duurzaamheid aan de slag te gaan verschilt per festival. Zo is het voor de één een marketingmiddel, terwijl door anderen het meer gezien wordt als morele verplichting. Ook kostenbesparing en interne motivatie zijn veel gehoorde drijfveren voor organisatoren. Hoe je het ook wendt of keert, om het voortbestaan van je festival te garanderen zul je het thema duurzaamheid moeten oppakken. Je kunt als organisator beginnen om inzicht te krijgen in de bestaande situatie middels het uitvoeren van een nulmeting en vervolgens acties inzetten gericht op het laaghangend fruit, om al op korte termijn bij te dragen aan een positief resultaat. Zowel voor milieu als voor de portemonnee.

Op wereldschaal is het directe milieu-effect van verduurzaming van een festival misschien te verwaarlozen. Laat je daardoor niet van de wijs brengen, want buiten het effect op planet en profit hebben festivals een grote sociale impact. Zo kan Groningen bijvoorbeeld haar gemeentebrede energieprogramma bij festivals in de schijnwerpers zetten. Door innovaties en interessante projecten te laten zien, te testen en hierover te communiceren wordt een grote groep inwoners bereikt die hier normaal gesproken niet meer in aanraking komen.

Een leuk voorbeeld van het gebruik van festivals als proeftuin is een organisatie als Innofest. Zij gebruiken festivals en andere evenementen als living lab, een testomgeving voor innovaties met relevantie ook (juist) buiten de festivalomgeving. Zo hebben zij al meerdere innovaties getest op onder andere Eurosonic-Noorderslag, Noorderzon, Paradigm, Welcome to the Village, TT Assen festival en Oerol.

Op zoek naar meer informatie? Neem dan contact op met Sven.