Transitie naar een groene economie: wie neemt de verantwoordelijkheid?

Om de transitie naar een groene en duurzame economie te laten plaatsvinden is een verandering nodig in ons denkpatroon. Enige tijd geleden werd ik benaderd om te spreken op het STOSO-congres, een congres georganiseerd door de Studievereniging Psychologie Groningen (VIP) dat als doel heeft het gat tussen theorie en praktijk te dichten. Het thema van dit jaar was “Engineering the green mind”, een onderwerp dat in mijn beleving de komende jaren steeds belangrijker zal worden. De al zo vaak besproken transitie is namelijk allang niet meer enkel een technologisch vraagstuk. Veelbelovende initiatieven stranden regelmatig omdat niemand zich verantwoordelijk voelt. Naast de in een eerder geplaatst artikel besproken belemmeringen, moeten we dus ook bij onszelf te rade gaan: wie neemt de verantwoordelijkheid?

Om te verduidelijken wat ik bedoel met het gebrek verantwoordelijkheidsgevoel zal ik een voorbeeld uit de praktijk illustreren. Een veelbelovende technologie om van reststromen waardevolle chemische bouwstenen te produceren is op labschaal geverifieerd. Echter, om de economische haalbaarheid en applicatie mogelijkheden verder te onderzoeken is een pilot-faciliteit noodzakelijk. Hiervoor zijn logischerwijs investeringen nodig, maar wie neemt deze verantwoordelijkheid op zich? Mogelijke leveranciers van grondstofstromen vinden dat zij niet de verantwoordelijken zijn omdat zij het proces niet willen uitvoeren. Afnemers, daarentegen, willen zekerheid en vragen daarom of er materiaal is dat ze kunnen testen. Het laatste is nou net de reden voor het opzetten van de pilot-faciliteit: meer materiaal produceren zodat het getest kan worden.

Het resultaat van het bovenstaande voorbeeld is dat er diffusie van verantwoordelijkheidsgevoel is en dus naar elkaar wordt gewezen. Op basis van ervaringen uit de praktijk en input van de op het congres aanwezige studenten kan een aantal oorzaken aangewezen worden. Om te beginnen bij de normen en waarden van een individu. Gedraagt een individu zich op een manier dat de levensverwachtingen van een of meer soortgenoten verhoogd wordt zonder dat het voordeel oplevert voor het individu zelf of heb je de een opvatting of levenshouding waarbij de handelwijze van een persoon enkel gericht is op het eigen belang-welzijn, met andere woorden altruïstisch gedrag versus egoïstisch gedrag.

Verder betekent verandering ook iets verliezen, met als resultaat: angst, risico en inspanning. De genoemde angst wordt onder andere veroorzaakt door wat we ook wel “loss aversion” noemen. Mensen hebben een hekel aan verliezen en bouwen daarom het liefst zoveel mogelijk zekerheid in om het risico in te perken. Echter, zonder risico is de kans op succes ook gering. Tot slot is er ook een inspanning, oftewel tijd en geld nodig. Zoals algemeen bekend zijn deze middelen kostbaar en ook niet altijd aanwezig, zeker bij startende ondernemingen.

Er zijn verschillende mogelijkheden om te voorkomen dat veelbelovende initiatieven stranden door de diffusie in verantwoordelijkheidsgevoel. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan crowdfunding om de benodigde investeringen binnen te halen. Op deze manier worden de financiële lasten en de daarbij behorende risico’s niet gedragen door een enkele partij maar verspreid over een veelvoud. Hierdoor neemt de omvang van het risico voor de betrokken partijen af, waarmee de drempel om verantwoordelijkheid te nemen lager wordt. Daarnaast kunnen overheden door middel van een launching customer rol en het aanpassen van de wet- en regelgeving een nuttige invulling geven aan haar verantwoordelijkheid.

De bovengenoemde financiële- en institutionele oplossingen zijn echter niet zaligmakend, er zal ook een verandering in ons denkpatroon moeten plaatsvinden. Als KNN Advies willen wij hier ons, samen met onze partners, voor inzetten en nodigen daarom ook iedereen uit om mee te denken over hoe we dit kunnen bewerkstelligen.

Rob

 

Biobased & circulair: belemmeringen uit de praktijk

Onze grondstofbasis moet veranderen. We moeten daartoe meer biobased en/of circulair denken. Dit vooral vanwege de milieugevolgen van fossiele grondstoffen zoals olie.  In plaats daarvan moeten we meer gebruik gaan maken van stromen van biologische oorsprong en/of stromen die worden teruggewonnen uit afval. In het laatste geval noemen we het geen afval meer trouwens, maar reststromen.

Er is veel potentie voor deze vervanging, vooral technisch. Economisch is het echter veelal nog een ander verhaal. Belangrijkste oorzaken: verborgen subsidies op fossiel en subsidies op toepassing naar energie in plaats van naar materialen. Een andere sta-in-de-weg voor een daadwerkelijke overgang naar biobased en circulair zit hem aan de institutionele kant. Meer concreet, bij de wet- & regelgeving. In deze blog een illustratie hiervan uit de KNN-praktijk.

Juridisch speelveld Reststromen (klik op de afbeelding om te vergroten)

Een bedrijf uit ons netwerk produceert behalve haar hoofdproduct meerdere reststromen.  Een daarvan bevat een significante hoeveelheid fosfaat. Dit maakt deze stroom in potentie geschikt als organische meststof of grondstof voor de kunstmestindustrie.

In de huidige situatie dient er voor deze stroom een gate-fee betaald te worden voor de verwerking. Daarnaast was niet altijd duidelijk waar de stroom nu precies terecht komt en voor welke doeleinden. Al met al is hier ruimte voor verbetering.

Door de oorsprong en het productieproces werd vrij snel duidelijk dat het materiaal viel onder de Europese regeling dierlijke bijproducten (EC 1069/2009). Aan verwerkers van dergelijke bijproducten zijn strenge eisen verbonden. Zo moeten producten, transporteurs en verwerkers erkend zijn door de voedsel- en warenautoriteit; de NVWA. Vanuit het verleden is dit besloten, om de gevolgen voor o.a. milieu en volksgezondheid van lozing en verwijderen te reguleren. In de huidige situatie wordt er anders tegen deze materialen aangekeken en worden ze mogelijk geld waard. De bestaande regelgeving kan verwaarding van het materiaal in de weg zitten.

De Europese Commissie probeert hierin te voorzien door voor afvalproducten een einde-afvalstatus mogelijk te maken. Wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is, kan deze status worden toegekend en is de afvalwetgeving niet meer van toepassing. De productie en hergebruik van struviet is in dit kader een mooi voorbeeld. Voor dierlijke bijproducten gelden echter andere eisen. Hier is een lijst met specifieke eindpunten vastgesteld, waar niet eenvoudig van afgeweken kan worden.

Zowel leverancier als potentiële afnemers van het materiaal hebben aangegeven economisch heil in het product te zien. In dit geval is voornamelijk de juridische status de bottleneck voor hoogwaardige toepassing. De Europese Commissie is bezig haar meststoffenwetgeving te herzien en hierin meer ruimte te maken voor herwonnen meststoffen. Hierin wordt getracht een link te leggen met omliggende wetgeving, zoals de Verordening dierlijke bijproducten en de wetgeving rond handel in grondstoffen (REACH). Totdat het zo ver is zijn er echter nog veel regels die een circulaire economie in de weg staan.

 

Willemien en Sven

Meer waarde uit uw reststromen met vluchtige vetzuren

Voorbeeld Factsheet (klik op de afbeelding om te vergroten)

Ondernemers staan vandaag de dag voor een grote uitdaging. Zowel regionaal, nationaal als internationaal zijn (en worden nog steeds) nieuwe doelstellingen gesteld. Voorbeelden hiervan zijn het VN Klimaatakkoord dat in 2016 getekend is en het Rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’. Om deze doelstellingen te behalen zal de industrie op zoek moeten gaan naar nieuwe grondstoffen en kijken naar mogelijkheden om hun reststromen beter te verwaarden. Een mooi voorbeeld is de productie van vluchtige vetzuren (VFA’s) uit biobased grondstoffen. KNN Advies zet zich al sinds 2012 in voor het ontwikkelen van deze keten. Maar wat zijn VFA’s nou eigenlijk en wat kunnen we ermee? 

Vluchtige vetzuren zoals melkzuur, azijnzuur, boterzuur, en propionzuur zijn belangrijke chemische bouwstoffen voor veel producten. De zuren vinden hun weg in veel industrieën zoals in polymeren, lijmen, verven, en coatings, maar ook in de voedselindustrie. Een aantal van deze VFA’s wordt vandaag de dag geproduceerd op basis van fossiele grondstoffen. Deze kunnen echter ook door middel van fermentatie van suikers, huishoudelijk organisch afval, en industriële afvalstromen geproduceerd worden. Zo kunnen de vluchtige vetzuren ook op een ‘groene’ manier geproduceerd worden, geheel in lijn met de filosofie van de circulaire en biobased economie. Welke zuren van nature in een stroom voorkomen of door middel van fermentatie geproduceerd kunnen worden, verschilt per stroom en de gebruikte micro-organismen.

KNN Advies heeft in de afgelopen jaren veel projecten op het gebied van VFA’s uitgevoerd. Zo hebben wij met onze eigen reactor voor meerdere bedrijven fermentatietesten uitgevoerd. Op deze manier hebben we voor een aanzienlijk aantal stromen het VFA potentieel in kaart kunnen brengen. Daarnaast is er ook op lab schaal bewezen dat wij met een nieuwe technologie de vluchtige zuren kunnen extraheren. Bovendien zijn wij ook actief betrokken geweest bij het PHARIO (PHA uit RIOolslib)-project. In dit project hebben we samen met onze projectpartners de technische- en economische haalbaarheid op pilotschaal onderzocht. Polyhydroxyalkanoaat (PHA) is een biologisch afbreekbaar polymeer (lineaire polyester) en wordt door micro-organismen geproduceerd met een koolstofbron als substraat. Het project was een samenwerking tussen Anoxkaldnes (Veolia Water Technologies), waterschap Brabantse Delta, waterschap De Dommel, Wetterskip Fryslân, STOWA en KNN Advies.

 

Wat kunnen wij voor u betekenen?

KNN Advies heeft met haar jarenlange ervaring op het gebied van VFA’s en PHA’s kennis over de gehele waardeketen. Wij kunnen niet alleen markten voor u inzichtelijk maken, maar ook technische en economische vraagstukken oplossen. Zo kunnen wij onder andere fermentatie testen uitvoeren in onze eigen fermentatie reactor, extractie testen uitvoeren, marktonderzoek doen en/of een business case opstellen.

Ook hebben wij een drietal factsheets gemaakt met daarin een overzicht van de markten, potentiële grondstoffen en technieken op het gebied van VFA’s. Een voorbeeld factsheet kan hierboven gevonden worden.

Wilt u meer weten of een factsheet bestellen?

Neem dan contact met ons op.

 

De biobased economy; wat is dat eigenlijk?

Stel je voor, een economie die niet meer draait op fossiele brandstoffen maar een die draait op biomassa! Dat is in essentie waar biobased economy (BBE) over gaat. Biobased economy is essentieel voor de transitie naar een CO2-arme wereld. De Rijksoverheid wil in 2050 geen uitstoot van broeikasgassen en is daarnaast ook het programma ‘Nederland Circulair in 2025’ gestart. Dit betekent dat zowel bedrijven als overheden niet meer om de transitie naar een duurzame economie heen kunnen en in de komende jaren moeten investeren op gebied van duurzaamheid, het principe van de biobased economy kan hier een belangrijke rol in spelen.

Lees meer