Op naar minder voedselverspilling!

De eerste keer dat ik, Helle, iets hoorde over de circulaire economie was anderhalf jaar geleden. Ik was toen student bij de Universiteit van Groningen en bezocht het KIVI-jaarcongres Circular Economy in Wageningen. Ondanks mijn beperkte kennis van de Nederlandse taal (ik was net twee jaar geleden van Noorwegen naar Nederland verhuisd) begreep ik in ieder geval dit: het kernconcept van de circulaire economie – een samenleving zonder afval – kan een echte gamechanger zijn voor klimaatverandering en milieu-uitdagingen. Eén van de milieu-uitdagingen waar relatief weinig aandacht voor is, is voedselverspilling. Het is tijd om daar verandering in te brengen!

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Velen van ons hebben in het verleden wel eens een aantal vervelende ontdekkingen gedaan bij het openen van de koelkast. Een volledig groene en donzige citroen, de overblijfselen van een half verrotte komkommer of een stinkend groen blok kaas die je een paar weken geleden hebt gekocht. Het weggooien van deze voedselwaren in de vuilnisbak veroorzaakt een slecht gevoel bij de meesten van ons, vaak om morele en economische redenen. De verspilling van voedsel heeft echter ook een enorme impact op het milieu. Ongeveer een derde van het voedsel dat voor menselijke consumptie wordt geproduceerd, gaat elk jaar verloren of wordt verspild. Dat is 1,3 miljard ton! Weinig mensen beseffen dat het vergeten van die druiven op de bodem van de koelkast bijdraagt ​​aan de klimaatverandering.

Dus: wat kunnen wij eraan doen?
Veel mensen geloven dat hun bijdrage aan het verminderen van voedselverspilling weinig invloed heeft op het wereldwijde voedselverspillingsprobleem. Wat doet het er bijvoorbeeld toe wat ik doe als mijn buurman of mijn collega zich hier niets van aantrekt? Of: wat maakt het uit wat de consument doet als voedsel wordt verspild in alle fasen van de toeleveringsketen, niet alleen tijdens de consumentenfase? Misschien een verrassing, maar: van alle beschikbare oplossingen om voedselverspilling tegen te gaan, lijkt het veranderende consumentengedrag het meest veelbelovend. Kortom, beginnen bij jezelf helpt echt!

Door simpelweg bepaalde voedingsmiddelen te eten en anderen te vermijden, kunnen we de hoeveelheid afval aanzienlijk verminderen. Als bijvoorbeeld alle gewassen die momenteel aan veevoer worden toegewezen, direct door mensen worden geconsumeerd, zou de wereldwijde voedselproductie met zo’n twee miljard ton toenemen en zouden de voedsel calorieën met 49 procent toenemen. Na de fossiele brandstoffen is de voedingsmiddelenindustrie, en met name de vlees- en zuivelsector, een van de belangrijkste oorzaken van de klimaatverandering. Een verschuiving van standaard naar vegetarische diëten zou ongeveer dezelfde impact hebben als het wegnemen van voedselverlies op retail- en consumentenniveau. Minder vaak vlees eten is dus één van de belangrijkste afzonderlijke daden ter bestrijding van de klimaatverandering. Bovendien zijn er tal van manieren om voedselverspilling tegen te gaan:

  1. Zorg voor een georganiseerde koelkast
    Het gezegde “uit het oog, uit het hart” is in deze context erg toepasselijk. Gebruik de FIFO-methode (First in, First out) voor het ‘beheren’ van de voorraad in de koelkast en minder voedsel wordt verspild.
  2. Gebruik acceptabele portiegroottes
    Door ervoor te zorgen dat de portiegroottes binnen een gezond bereik blijven, is dit niet alleen goed voor de gezondheid, maar vermindert het ook voedselverspilling
  3. Begrijp de vervaldata
    “Best te consumeren voor” of “verloopt op” zijn slechts twee van de vele verwarrende termen die bedrijven op voedseletiketten gebruiken. Het meeste voedsel dat net de houdbaarheidsdatum heeft overschreden, is echter nog steeds veilig om te eten. Leer de verschillen tussen de labels en gebruik je eigen zintuigen van smaak en geur om het voedselproduct te beoordelen.
  4. Bewaar voedsel op de juiste manier
    Verkeerde opslag van fruit en groenten kan leiden tot vroegtijdige rijping en rotte producten. Houd voedsel dat ethyleengas (bananen, peren, avocado’s enz.) produceert uit de buurt van ethyleengevoelige voedingsmiddelen zoals aardappelen, appels, bessen, enz.
  5. Zeg het voort!
    Niets is krachtiger dan kennis. Samen kunnen we een verschil maken!

Helle Trapnes

Op weg naar circulaire verdienmodellen

Mijn gewaardeerde collega Willemien schreef er in haar vorige blog al even over. In een interessant verhaal werd en passant -weliswaar onder het laatste puntje, punt 5, maar het is haar vergeven- het Product as a Service Model genoemd. Het fenomeen waarbij de consument in de toekomst niet meer gaan betalen voor eigendom, maar voor gebruik. Vanuit mijn economische achtergrond vooral interessant vanaf de andere kant; hoe gaan bedrijven daar nou mee om?


Er ontstaat een deeleconomie. De consument en dus ook de bedrijven denken steeds vaker na over consumeren. Wat gebruik ik eigenlijk? Waar komt dit vandaan en wat gaat er gebeuren met dit product als ik het niet meer gebruik? In de huidige lineaire economie is het ‘simpel’. Een bedrijf produceert wat, de consument gebruikt het en we gooien het bij het afval. Dat afval wordt -gelukkig- steeds vaker hergebruikt, maar dat is toch nog altijd vrij lastig. In een circulaire economie werkt het echter anders. In een circulaire economie wordt er namelijk nagedacht over de manier waarop het geproduceerd wordt, zodat het ook weer heel makkelijk te hergebruiken is. Minder afval, minder productie en minder vervuiling. Een prachtige ontwikkeling!

Wat helemaal past in die ontwikkeling is het Product as a Service Model. Het PaaS-model sluit uitstekend aan bij een economie gebaseerd op het aanbieden van diensten in plaats van het aanbieden van producten. Denk bijvoorbeeld aan Uber, AirBNB, maar ook aan het aanbieden van licht in plaats van lampjes en het aanbieden van matrassen in plaats van het verkopen. Doordat bedrijven deze diensten aanbieden blijven ze eigenaar over het product en is het in hun voordeel om het product zo te ontwerpen dat het makkelijk te repareren/ hergebruiken is als de consument klaar is met het gebruik.

Echter, in een organisatie de overstap maken van een lineair verdienmodel naar een circulair verdienmodel, waarbij je eventueel gebruik gaat maken van een PaaS-model, is nog niet zo makkelijk. Er is vaak organisatorische weerstand, de logistiek rondom het terughalen van je eigen product moet geregeld worden. De vraag blijft altijd of het wel voldoende oplevert én of het daadwerkelijk tot milieuwinst leidt, de consument is er misschien niet op ingesteld, etc, etc. Veel vragen. Vragen die we bij KNN kunnen beantwoorden. Tegelijkertijd vergaren we nog meer kennis over het onderwerp doordat Micha Klaarenbeek, student van de Rijksuniversiteit Groningen, een onderzoek uitvoert over het PaaS-model. Zodat wij ook blijven leren, en bedrijven nóg beter kunnen helpen met deze vraagstukken.

Transities; het biedt enorme kansen.

 

Jelmer

5 stappen naar een circulaire economie

In de vorige blog van collega Sven Jurgens kon u lezen over het belang van kwaliteit van grondstoffen om ze beter te kunnen recyclen. Net als dat ik eerder schreef over dat Kwaliteit Verkoopt als het gaat om de productie van duurzame producten, geldt dit ook voor grondstoffen. Kwaliteit van grondstoffen is essentieel willen we de opgave die voor ons ligt, een circulaire economie in 2050, realiseren.


De uitdaging is: hoe zorgen we er met elkaar en de keten voor dat de producten die we maken van origine kwalitatief hoogwaardig zijn en óók op kwaliteit blijven zodat ze beter hergebruikt kunnen worden? Dat houdt automatisch in dat we anders moeten gaan denken over de manier waarop we producten gebruiken.

Om te komen tot een Circulaire Economie zijn er diverse hordes die we moeten overwinnen. Naar mijn idee zijn de volgende vijf zaken van wezenlijk belang richting een volledig Circulaire Economie in 2050:

  1. Ga maar eens bij jezelf na hoeveel producten die je in huis hebt of je ze echt nodig hebt. En of je zelf een andere keuze kunt maken in de producten die je koopt en hoe ze bijvoorbeeld verpakt zijn. Grotere bedrijven kunnen nagaan of ze minder materiaal kunnen gebruiken of ander materiaal. Hoe minder materialen en producten we gebruiken hoe beter. Immers een beter milieu begin bij jezelf!
  2. Meer focus op hoe we de producten ontwerpen. Hoe maak ik mijn product nou zo dat het, in zijn geheel of onderdelen ervan, makkelijker her te gebruiken of te recyclen is? We hebben hiervoor echt de kennis in huis! Zo heeft NHL Stenden een Circulair Design Lab opgezet, en is het bedrijf House of Design een prachtig voorbeeld en inspiratie. De Tegenlicht uitzending uit 2006 over de Cradle 2 Cradle filosofie en theorie was voor mij een persoonlijke eye opener en inspiratiebron
  3. Het is essentieel dat we ervoor zorgen dat we de inzamelingsstructuur van onze grondstoffen goed organiseren. Dit kan bijvoorbeeld via een statiegeldsysteem (en dan niet alleen voor flessen maar ook voor bijvoorbeeld kleding of matrassen). Er zijn grote (sport)merken die al experimenteren met een dergelijk model. Nu vind ik H&M niet het streefbeeld van kwaliteit en duurzaamheid, maar eerlijk is eerlijk: je kunt er wel al je oude kleding inruilen tegen een kortingsbon.
  4. Ontwikkelen van technieken om de grondstoffen beter te recyclen. Die technieken zijn volop in ontwikkeling. Zo vindt er in Emmen chemische recycling plaats van polyesters. Polyester zit onder andere in sportkleding en tapijten. Met deze techniek kunnen de waardevolle grondstoffen weer terug naar dezelfde toepassing, iets wat nu nog onmogelijk is via mechanische recycling. De vraag naar de gerecyclede polyester grondstof is al groter dan het aanbod aan grondstoffen, dus de juiste inzameling en voorbewerking is van groot belang.
  5. Tot slot: het Product as a Service Model. Ik ben er heilig van overtuigd dat we in de toekomst niet meer gaan betalen voor eigendom maar voor gebruik.

De bovenstaande vijf punten zijn mijns inziens concrete en haalbare onderdelen die we met elkaar kunnen verkennen en realiseren. Waar ziet u belangrijke focus punten om te komen tot een volledig circulaire economie? Ik hoor graag hoe u dit ziet!

Willemien

It’s the economy, stupid

Mede dankzij deze uitspraak won Bill Clinton in 1992 de presidentsverkiezingen in de VS. Ik moest hieraan denken tijdens het lezen van de Rapportage Nulmeting Friese Circulaire Economie van de Rijksuniversiteit Groningen/Campus Fryslân.

In de inner circle van biobased en circulair veronderstellen we al gauw dat de hele wereld draait rond biogrondstoffen en het in de loop houden van materialen. Tegelijkertijd constateren we met regelmaat dat we in onze wereld vaak dezelfde partijen tegenkomen, we noemen dat dan de usual suspects. Dat dit wringt lijkt mij evident.

Het onderzoek van Gjalt de Jong en Manon Eikelenboom van de Rijksuniversiteit Groningen/Campus Fryslân komt in dat licht op een goed moment. Het bevestigt naar mijn idee dat het thema ‘circulair’, maar dat geldt in gelijke mate voor het zusterthema ‘biobased’, tot op heden eigenlijk vooral  een thema is voor beleidsvorming en (toegepast) wetenschappelijk onderzoek. Uitzonderingen daar gelaten spelen de bedrijven tot dusverre een beperkte rol.  Althans, als ik mijn interpretatie van de resultaten voor Fryslân verder doortrek.

Uitermate kenmerkend is dat De Jong en Eikelenboom vaststellen dat van de benaderde bedrijven 6 van de 10 aangeven (helemaal) niet tot neutraal geïnformeerd te zijn over de circulaire economie.  In het verlengde daarvan geeft zo ongeveer de helft van de bedrijven aan een klein circulair netwerk te hebben.

Juist daar zit hem volgens mij de crux. Als we in 2050 volledig circulair willen zijn, wat de nationale doelstelling is, zullen we het bedrijfsleven veel actiever moeten mobiliseren. Of beter geformuleerd, moeten we ondernemerschap veel meer centraal stellen.  Dat kan via nieuwe start ups, maar zeker ook vanuit bestaande bedrijven. Zowel overheden als kennisinstellingen zullen daarbij dienstbaar dienen te zijn aan het risicodragend gedrag van ondernemers.  Voor overheden kan zo’n rol liggen op het terrein van het leveren van organiserend vermogen of ten aanzien van het stimuleren via regelgeving.

Om dit proces op gang te brengen zullen we om te beginnen wegen moeten zoeken om meer bedrijven (zeer) goed geïnformeerd te krijgen over de circulaire economie. En parallel daaraan hun netwerken op dat gebied te vergroten. Ik ben graag bereid om stad en land af te reizen om bij bedrijvenverenigingen op de zeepkist te gaan staan en een vurig pleidooi te houden voor de economische kansen van de circulaire economie. Aansprekende voorbeelden te over!

Pas als circulair economisch wordt, wordt de economie circulair. It’s the economy, stupid.

 

Cor

Een beter milieu begint stiekem toch ook wel bij jezelf

We schrijven maandag 18 maart 2019. Ik ben net terug van een heerlijk weekje wintersport in het altijd fijne Oostenrijk. Naast dat ik – en mijn collega’s, ga ik vanuit – altijd weer opgelucht ben als ik zonder noemenswaardige (bot)breuken de pistes heb overleefd, was ik ditmaal over nog iets anders opgelucht: we gingen reizen met de trein. En het was heerlijk.


Het zit er zo ingebakken: de consument gaat op vakantie, pakt de auto, rijdt een uur of 10, doet er eventueel een overnachting bij en komt op de plaats van bestemming aan. In dezelfde categorie ‘normaal’ als ook het dagelijks stukje vlees bij de groenten en aardappelen. Of lekker lang en warm douchen. De steeds groter wordende aanwezigheid van klimaatproblematiek, de protestacties, het veelbesproken klimaatakkoord, het is enorm actueel. En toen bedacht ik mij: ik denk er eigenlijk onbewust niet genoeg over na. Het is allemaal zo normaal geworden.

Er is gelukkig hoop! Er was schijnbaar namelijk een tijd dat bijvoorbeeld roken in vliegtuigen en bussen normaal was. Dat moet je nu nog eens proberen. Niet dat iedereen die elke dag een stukje vlees eet of met de auto op vakantie gaat direct in hetzelfde hoekje zit als de rokers in vliegtuigen, maar een stukje bewustwording mag best.

Mijn vakantie was daarom een eyeopener. Vooraf twijfelde ik nog, want met de auto is toch veel relaxter? Achteraf ben ik groot fan geworden van reizen met de trein, en dat terwijl wij door een zware storm op de heenreis zelfs moesten overnachten in Keulen (heb ik weer.. geen straf overigens). Het is heerlijk rustgevend en je hoeft je nergens druk om te maken. Tijd voor een serietje en een boekje en in praktisch dezelfde reistijd op de plaats van bestemming. Een regelrechte aanrader.

Ik ben van mening dat overheden en het bedrijfsleven een cruciale rol spelen in de transitie naar een circulaire economie, naar een betere wereld. Dit is echter geen vrijbrief voor de consument om dan maar niks te hoeven doen. Probeer daarom eens met de trein in plaats van met de auto op vakantie te gaan. Douche eens koud in plaats van warm. Probeer eens wat vegetarische gerechten uit. Geloof mij – en ik spreek uit ervaring -; het is helemaal niet zo eng, en misschien vindt je het zelfs prettiger.

Ik ga in ieder geval in de toekomst vaker met de trein (en dat stukje vlees minder at ik al).

Alle beetjes helpen.

 

Jelmer

Circulaire Cupido

Valentijnsdag is alweer twee weken geleden. Ondanks dat ik verder zelf niets heb met deze ietwat commerciële dag, is het wel leuk om af en toe stil te staan bij de waardevolle liefdes die je om je heen hebt. Ik ben al bijna 9 jaar samen met mijn grote liefde en ik weet nog goed hoe spannend en ook wel ongemakkelijk de eerste dates waren. En dat moment van in het diepe springen met elkaar en zien waar de reis je heen brengt. Tot nu toe is het een groot avontuur! Maar waren we wel met elkaar in contact gekomen als nou die ene vriendin niet net even dat zetje had gegeven? Zonder deze Cupido hadden we elkaar wellicht niet eens door een andere bril bekeken. We kenden elkaar al, maar wisten zelf nog niet dat er een mogelijke match was.


Vanuit mijn werk als aanjager kunststoffen voor Circulair Friesland en voor de Noordelijke provincies breed ben ik eigenlijk constant als een soort cupido aan het zoeken welke circulaire matches er mogelijk zijn. Welke wensen en eisen heeft eenieder voor de toepassing waarin kunststoffen worden gebruikt? Naar welke grondstoffen wordt gezocht en aan welke specificaties moeten deze voldoen? Wie heeft wat in de aanbieding? Welke ambities zijn er en welke energie? Wat voor mensen werken er bij het bedrijf? En is er op basis van feitelijke, maar ook gevoelsmatige zaken een mogelijke match?

Vanuit KNN opereren we eigenlijk als een matchmaker tussen partijen. We zetten in op potentiële langdurige samenwerkingsmogelijkheden en bedrijfseconomische kansen. Deze matches zijn mijns inziens echt alleen mogelijk op basis van iemand die beide partijen kent en op de hoogte is van hun wensen. Die als intermediair optreedt tussen de partijen, een neutraal terrein is waar eenieder in vertrouwelijkheid zijn of haar zorgen, ervaringen en gedachten kwijt kan. We doen een eerste inventarisatie naar de mogelijkheden over en weer. Er vinden eerste dates plaats. Om echt te weten of er een match is worden er projecten ontwikkeld om elkaar echt beter te leren kennen. Stap voor stap en rustig aan. Soms gaat het ook ineens heel snel. Ieder doet het op zijn eigen manier. En zie daar een nieuwe samenwerking is gerealiseerd!

Wil je ook op date? Of zoek je een nieuwe circulaire relatie? Laat het ons weten en we vliegen voor jou uit om de juiste matches te vinden.

Willemien

Een keer hergebruik maakt nog geen circulaire economie

Het zijn vaak de partijen die dicht bij de consument staan die stappen zetten. Denk aan grote partijen zoals IKEA of Coca-Cola®, maar ook zeker aan partijen uit Noord-Nederland zoals Vepa en EPS Nederland. Soms uit overtuiging, soms als Unique Selling Point, vaak een combinatie van beide. Dit blijft echter tot op heden nog een kleine groep. Een grote groep voelt minder urgentie en wacht af. Hoe zijn zij te verleiden om stappen te zetten?


Sinds kort ben ik Aanjager circulaire Chemie in Noord-Nederland. Neem ik een kijk in de keuken bij een groot aantal bedrijven en help hen zo stappen te zetten richting meer circulaire producten of dienstverlening.

Een discussie die vaak om de hoek komt kijken is de vraag: wat is nu precies circulair? De puristen zien enkel een volledig ingericht ecosysteem met vrijwel onbeperkt herbruikbare producten als circulair. Ik hang zelf een andere school aan. Een circulaire economie is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Om bedrijven te verleiden stappen te gaan zetten kan het helpen eerst laaghangend fruit te plukken.

Een eerste punt waar zich kansen aandienen zijn vaak de afvalstromen: hier moet vaak voor worden betaald en deze kosten gaan in de toekomst niet afnemen. Sterker nog, bepaalde vormen van laagwaardige afzet worden verboden (bijvoorbeeld toepassing als energiebron of onbewerkt opbrengen op het land). Door actief naar kansen en mogelijkheden te zoeken kan worden voorkomen dat je met een voldongen feit geconfronteerd wordt.

Nu vraag je je natuurlijk af: hoe is dit te bereiken? Gelukkig zijn er een aantal stappen die je kan nemen om het laaghangend fruit in beeld te krijgen:


 

Inventariseer. Breng je afvalstromen in kaart: Omvang, kosten/opbrengsten, huidige afzet en lopende contracten.

 

 


 

Prioriteer. Geef op basis van de inventarisatie de prioriteit aan. Welke onderwerpen zijn het meeste van belang en waar gaan we het eerst mee bezig?

 

 


 

Onderzoek. Kijk op basis van inhoudsstoffen en eigenschappen naar potentiële markten. Schakel experts in die zowel binnen het eigen veld als in een bredere context kunnen kijken naar ontwikkelingen en kansen.

 


 

Verken. Neem marktpartijen vanaf het begin mee in de overweging. Welke markten zijn interessant, welke partijen zijn hier mee bezig? Welke belangen spelen er?

 

 


 

Verdiep. Ga met geschikte partijen een samenwerking aan en onderzoek de mogelijkheden tot hergebruik. Bepaal samen een route en onderzoeksstrategie.

 

 

Door een afvalstroom een hogere waarde te geven maakt men op een laagdrempelige manier kennis maken met het circulaire gedachtegoed. Tegelijkertijd wend je een potentieel risico af, creëer je hogere waarde en positioneer je jezelf op een andere manier in de markt. Zie het als de eerste broodnodige stappen naar een circulaire productie.

Sven

Nieuwe collega!

KNN heeft een nieuwe collega!

Maandag 4 februari is Helle Hofstad Trapnes bij ons werkzaam als onderzoeker/ adviseur. In deze functie zal zij zich inzetten op de gebieden Energietransitie en Biobased & Circulariteit.

Van harte welkom, Helle.

Kwaliteit Verkoopt!

Quality is Key!

Ik ben een voorstander van een “Beter Milieu Begint bij Jezelf”. Daarom ben ik in mijn dagelijkse leven, en dus ook naast mijn werk bij KNN Advies, constant bezig met hoe ik duurzaamheid in de praktijk kan toepassen. Zo heb ik thuis bijvoorbeeld een wormenbak waarin we ons groenafval composteren in ons appartement op 5 hoog in Stad.

Toch is er één element in mijn levensstijl dat ik lastig vind op aan te passen: Kleding. In mijn werk ga ik vaak voor de business-casual look, maar vindt maar zoiets tussen de vintage en tweedehands kleding. Voor vrouwen ligt dit wellicht anders dan bij mannen. Maar hoe zorg ik er dan voor dat ik op dit vlak ook duurzaam bezig ben? De kledingbranche heeft een zware impact op het milieu. Dit wordt veroorzaakt door het grondstoffen gebruik, de chemicaliën om te kleuren, maar vooral omdat de kwaliteit van kleding sterk verminderd is. Denk aan ketens zoals de Primark die zo goedkoop mogelijk zo veel mogelijk producten op de markt willen brengen. Deze kleding is na eenmalig gebruik vaak niet meer her te gebruiken door een ander en verdwijnt eerder in een toepassing als stofdoek, tapijt of energietoepassing. Zonde natuurlijk! De kleding is in die zin dus niet goed ontworpen. Gelukkig is hier steeds meer aandacht voor. Zo was er de afgelopen maand weer de The Dutch Sustainable Fashion Week.

De kledingstukken die je tweedehands of vintage kunt kopen zijn soms wel 20 jaar oud. De kwaliteit is hoogwaardig én de gebruiker is zorgvol met zijn/haar kledingstuk omgegaan. Daardoor kan het goed hergebruikt worden door een ander.

Wat ik zelf als consument merk, maar ook in contact met marktpartijen, is dat het belang van kwaliteit weer aan het groeien is. Ik denk dat dát ook de enige manier is waarop nieuwe circulaire en/of biobased producten zich kunnen onderscheiden. Prijs is één ding. Maar kwaliteit is een ander leidend aspect, waar het niet belangrijker. Als je een biobased muurverf, of een bureau gemaakt van biolaminaten en bermgras of een notitieblok uit koffieafval koopt, dan heb je in je achterhoofd dat het een milieuvriendelijk product is en het er goed uitziet, maar vooral dat het doet wat het moet doen en dus functioneel hoogwaardig is. Dat het niet bij het eerste gebruik afbladdert of uit elkaar valt.

Laat zien dat je nieuwe product kwalitatief niet onder doet voor het product waarmee het vergelijkbaar is. Sterker nog, het liefst veel beter! Dat het sterk ontworpen is, en dat betekent niet per direct duur design, maar dat het aan het einde van de gebruiksduur (onderdelen) weer opnieuw hergebruikt kunnen worden. Er wordt dus geen afval gemaakt. Als het product kwalitatief hoogwaardig is kan een hogere prijs verantwoord worden. En dan komt dat mijns inziens niet door het labeltje ‘Circulair’, ‘Biobased” of ‘Duurzaam’. Dat kan helemaal achterwege gelaten worden. Men koopt kwaliteit, niet circulariteit. Dat is een mooie bijkomstigheid. Dan lever je met je product een echte toegevoegde waarde.

Ik kies daarom voor mijn garderobe op dit moment voor zoveel mogelijk milieu- en sociaalbewust geproduceerde kleding, gemaakt van zoveel mogelijk natuurlijke grondstoffen van een hoge kwaliteit. Ik ben me overigens ten zeerste bewust dat ik het voorrecht heb om dit te kunnen doen. Maar omdat de kwaliteit hoogwaardig is, hoef ik veel minder vaak nieuwe kleding aan te schaffen en ben ik op termijn minder geld kwijt.

Er zijn overigens voldoende nieuwe biobased en circulaire producten in ontwikkeling die ook de kwaliteit leveren die ze moeten leveren. Vanuit KNN Advies willen we deze producten een goed vindbare plaats geven. Dat doen we door een nieuw initiatief van ons, genaamd ASARNA.

Mocht je nog een kledingtip hebben of een circulair en/of biobased product weten die aandacht verdient, laat het me weten 😊!

 

Willemien

De milieu-impact van de circulaire economie

Het concept ‘circulaire economie’ begint steeds meer een rol te krijgen in het denken bij bedrijfsleven en overheden. Zo zijn er binnen het Grondstoffenakkoord voor een vijftal sectoren een transitieagenda uitgewerkt om de komende vijf jaar stappen te gaan zetten om slimmer met materialen om te gaan.

Dit maakt dat ook de vraag naar kwantificering van het concept ‘circulair’ toeneemt. Een complexe vraag. De bestaande methoden om het milieuvoordeel inzichtelijk te maken zijn ontstaan in de tijd dat er van een circulaire economie nog geen sprake was. Zij zijn daarmee uitstekend in staat om voor losse lineaire ketens, dus van grondstof via product naar afval, de milieu-impact uit te rekenen. Het mooie van een goed functionerende circulaire economie is daarentegen dat er van afval geen sprake meer is. Daarmee komen ook de losse lineaire ketens te vervallen. Afval wordt grondstof en systemen raken verbonden. Een exact beginpunt van de keten kan niet meer gevonden worden.

Neem als voorbeeld de case van Recell®. Het bedrijf Cellvation wint wc-papier terug uit rioolwater. Kun je daar nog wat mee? Zeker. Dit is zeer goed terug te winnen, op te waarderen en te gebruiken als grondstof voor o.a. de wegenbouw. Om de milieuwinst duidelijk te maken én hierover te kunnen communiceren is KNN Advies gevraagd de winst te vertalen in CO2-emissies. Van buitenaf beschouwd valt te verwachten dat een dergelijk product milieuvoordelen met zich meebrengt ten opzichte van het gebruik van nieuwe grondstoffen.

Zowel de veel gebruikte methodiek in DuboCalc als de uitgebreidere LCA-methodiek bleken echter niet in staat dit eenduidig inzichtelijk te maken. Deze bestaande methoden geven geen volledig beeld van de waarde van teruggewonnen wc-papier, terwijl dit concept juist stoelt op het milieuvoordeel van deze producten.

Voorbeeld footprint Recell®

Om dit te ondervangen hebben wij een nieuwe methode ontwikkeld die de waarde inzichtelijk maakt van dit soort duurzame producten. Wat is bijvoorbeeld de waarde van een boom die blijft staan door het terugwinnen van wc-papier? Wij hebben aannemelijk gemaakt dat het oud-papier, dat in de Recell-keten overblijft om een nieuwe functie te vervullen, op zijn beurt weer nieuw papier (gemaakt uit bomen) vervangt. Hiermee blijven er door het teruggewonnen wc-papier te gebruiken als cellulose-grondstof uiteindelijk meer bomen staan, dan wanneer het wc-papier niet uit het rioolwater gehaald zou zijn. Deze bomen bepalen uiteindelijk voor een groot deel de milieu-impact van Recell®.

Benieuwd naar deze methode? Neem dan contact op met Sven Jurgens

 


 

Case: Recell®

Cellvation BV produceert tertiaire cellulosegrondstoffen uit afvalstromen. Een van deze afvalstromen is rioolwater. In Nederland wordt jaarlijks zo’n 10 kg wc-papier per persoon doorgetrokken. In het verleden werd hier ten hoogste nog energie uit teruggewonnen. Met de technologie van Cellvation wordt deze stroom echter weer opgewaardeerd tot hoogwaardige grondstof. Deze vindt zijn toepassing in o.a. de bouw, infra en de chemie.

Cellvation is een joint-venture van KNN Cellulose en CirTec.