Een beter milieu begint stiekem toch ook wel bij jezelf

We schrijven maandag 18 maart 2019. Ik ben net terug van een heerlijk weekje wintersport in het altijd fijne Oostenrijk. Naast dat ik – en mijn collega’s, ga ik vanuit – altijd weer opgelucht ben als ik zonder noemenswaardige (bot)breuken de pistes heb overleefd, was ik ditmaal over nog iets anders opgelucht: we gingen reizen met de trein. En het was heerlijk.


Het zit er zo ingebakken: de consument gaat op vakantie, pakt de auto, rijdt een uur of 10, doet er eventueel een overnachting bij en komt op de plaats van bestemming aan. In dezelfde categorie ‘normaal’ als ook het dagelijks stukje vlees bij de groenten en aardappelen. Of lekker lang en warm douchen. De steeds groter wordende aanwezigheid van klimaatproblematiek, de protestacties, het veelbesproken klimaatakkoord, het is enorm actueel. En toen bedacht ik mij: ik denk er eigenlijk onbewust niet genoeg over na. Het is allemaal zo normaal geworden.

Er is gelukkig hoop! Er was schijnbaar namelijk een tijd dat bijvoorbeeld roken in vliegtuigen en bussen normaal was. Dat moet je nu nog eens proberen. Niet dat iedereen die elke dag een stukje vlees eet of met de auto op vakantie gaat direct in hetzelfde hoekje zit als de rokers in vliegtuigen, maar een stukje bewustwording mag best.

Mijn vakantie was daarom een eyeopener. Vooraf twijfelde ik nog, want met de auto is toch veel relaxter? Achteraf ben ik groot fan geworden van reizen met de trein, en dat terwijl wij door een zware storm op de heenreis zelfs moesten overnachten in Keulen (heb ik weer.. geen straf overigens). Het is heerlijk rustgevend en je hoeft je nergens druk om te maken. Tijd voor een serietje en een boekje en in praktisch dezelfde reistijd op de plaats van bestemming. Een regelrechte aanrader.

Ik ben van mening dat overheden en het bedrijfsleven een cruciale rol spelen in de transitie naar een circulaire economie, naar een betere wereld. Dit is echter geen vrijbrief voor de consument om dan maar niks te hoeven doen. Probeer daarom eens met de trein in plaats van met de auto op vakantie te gaan. Douche eens koud in plaats van warm. Probeer eens wat vegetarische gerechten uit. Geloof mij – en ik spreek uit ervaring -; het is helemaal niet zo eng, en misschien vindt je het zelfs prettiger.

Ik ga in ieder geval in de toekomst vaker met de trein (en dat stukje vlees minder at ik al).

Alle beetjes helpen.

 

Jelmer

Circulaire Cupido

Valentijnsdag is alweer twee weken geleden. Ondanks dat ik verder zelf niets heb met deze ietwat commerciële dag, is het wel leuk om af en toe stil te staan bij de waardevolle liefdes die je om je heen hebt. Ik ben al bijna 9 jaar samen met mijn grote liefde en ik weet nog goed hoe spannend en ook wel ongemakkelijk de eerste dates waren. En dat moment van in het diepe springen met elkaar en zien waar de reis je heen brengt. Tot nu toe is het een groot avontuur! Maar waren we wel met elkaar in contact gekomen als nou die ene vriendin niet net even dat zetje had gegeven? Zonder deze Cupido hadden we elkaar wellicht niet eens door een andere bril bekeken. We kenden elkaar al, maar wisten zelf nog niet dat er een mogelijke match was.


Vanuit mijn werk als aanjager kunststoffen voor Circulair Friesland en voor de Noordelijke provincies breed ben ik eigenlijk constant als een soort cupido aan het zoeken welke circulaire matches er mogelijk zijn. Welke wensen en eisen heeft eenieder voor de toepassing waarin kunststoffen worden gebruikt? Naar welke grondstoffen wordt gezocht en aan welke specificaties moeten deze voldoen? Wie heeft wat in de aanbieding? Welke ambities zijn er en welke energie? Wat voor mensen werken er bij het bedrijf? En is er op basis van feitelijke, maar ook gevoelsmatige zaken een mogelijke match?

Vanuit KNN opereren we eigenlijk als een matchmaker tussen partijen. We zetten in op potentiële langdurige samenwerkingsmogelijkheden en bedrijfseconomische kansen. Deze matches zijn mijns inziens echt alleen mogelijk op basis van iemand die beide partijen kent en op de hoogte is van hun wensen. Die als intermediair optreedt tussen de partijen, een neutraal terrein is waar eenieder in vertrouwelijkheid zijn of haar zorgen, ervaringen en gedachten kwijt kan. We doen een eerste inventarisatie naar de mogelijkheden over en weer. Er vinden eerste dates plaats. Om echt te weten of er een match is worden er projecten ontwikkeld om elkaar echt beter te leren kennen. Stap voor stap en rustig aan. Soms gaat het ook ineens heel snel. Ieder doet het op zijn eigen manier. En zie daar een nieuwe samenwerking is gerealiseerd!

Wil je ook op date? Of zoek je een nieuwe circulaire relatie? Laat het ons weten en we vliegen voor jou uit om de juiste matches te vinden.

Willemien

Een keer hergebruik maakt nog geen circulaire economie

Het zijn vaak de partijen die dicht bij de consument staan die stappen zetten. Denk aan grote partijen zoals IKEA of Coca-Cola®, maar ook zeker aan partijen uit Noord-Nederland zoals Vepa en EPS Nederland. Soms uit overtuiging, soms als Unique Selling Point, vaak een combinatie van beide. Dit blijft echter tot op heden nog een kleine groep. Een grote groep voelt minder urgentie en wacht af. Hoe zijn zij te verleiden om stappen te zetten?


Sinds kort ben ik Aanjager circulaire Chemie in Noord-Nederland. Neem ik een kijk in de keuken bij een groot aantal bedrijven en help hen zo stappen te zetten richting meer circulaire producten of dienstverlening.

Een discussie die vaak om de hoek komt kijken is de vraag: wat is nu precies circulair? De puristen zien enkel een volledig ingericht ecosysteem met vrijwel onbeperkt herbruikbare producten als circulair. Ik hang zelf een andere school aan. Een circulaire economie is niet van de ene op de andere dag gerealiseerd. Om bedrijven te verleiden stappen te gaan zetten kan het helpen eerst laaghangend fruit te plukken.

Een eerste punt waar zich kansen aandienen zijn vaak de afvalstromen: hier moet vaak voor worden betaald en deze kosten gaan in de toekomst niet afnemen. Sterker nog, bepaalde vormen van laagwaardige afzet worden verboden (bijvoorbeeld toepassing als energiebron of onbewerkt opbrengen op het land). Door actief naar kansen en mogelijkheden te zoeken kan worden voorkomen dat je met een voldongen feit geconfronteerd wordt.

Nu vraag je je natuurlijk af: hoe is dit te bereiken? Gelukkig zijn er een aantal stappen die je kan nemen om het laaghangend fruit in beeld te krijgen:


 

Inventariseer. Breng je afvalstromen in kaart: Omvang, kosten/opbrengsten, huidige afzet en lopende contracten.

 

 


 

Prioriteer. Geef op basis van de inventarisatie de prioriteit aan. Welke onderwerpen zijn het meeste van belang en waar gaan we het eerst mee bezig?

 

 


 

Onderzoek. Kijk op basis van inhoudsstoffen en eigenschappen naar potentiële markten. Schakel experts in die zowel binnen het eigen veld als in een bredere context kunnen kijken naar ontwikkelingen en kansen.

 


 

Verken. Neem marktpartijen vanaf het begin mee in de overweging. Welke markten zijn interessant, welke partijen zijn hier mee bezig? Welke belangen spelen er?

 

 


 

Verdiep. Ga met geschikte partijen een samenwerking aan en onderzoek de mogelijkheden tot hergebruik. Bepaal samen een route en onderzoeksstrategie.

 

 

Door een afvalstroom een hogere waarde te geven maakt men op een laagdrempelige manier kennis maken met het circulaire gedachtegoed. Tegelijkertijd wend je een potentieel risico af, creëer je hogere waarde en positioneer je jezelf op een andere manier in de markt. Zie het als de eerste broodnodige stappen naar een circulaire productie.

Sven

Nieuwe collega!

KNN heeft een nieuwe collega!

Maandag 4 februari is Helle Hofstad Trapnes bij ons werkzaam als onderzoeker/ adviseur. In deze functie zal zij zich inzetten op de gebieden Energietransitie en Biobased & Circulariteit.

Van harte welkom, Helle.

Kwaliteit Verkoopt!

Quality is Key!

Ik ben een voorstander van een “Beter Milieu Begint bij Jezelf”. Daarom ben ik in mijn dagelijkse leven, en dus ook naast mijn werk bij KNN Advies, constant bezig met hoe ik duurzaamheid in de praktijk kan toepassen. Zo heb ik thuis bijvoorbeeld een wormenbak waarin we ons groenafval composteren in ons appartement op 5 hoog in Stad.

Toch is er één element in mijn levensstijl dat ik lastig vind op aan te passen: Kleding. In mijn werk ga ik vaak voor de business-casual look, maar vindt maar zoiets tussen de vintage en tweedehands kleding. Voor vrouwen ligt dit wellicht anders dan bij mannen. Maar hoe zorg ik er dan voor dat ik op dit vlak ook duurzaam bezig ben? De kledingbranche heeft een zware impact op het milieu. Dit wordt veroorzaakt door het grondstoffen gebruik, de chemicaliën om te kleuren, maar vooral omdat de kwaliteit van kleding sterk verminderd is. Denk aan ketens zoals de Primark die zo goedkoop mogelijk zo veel mogelijk producten op de markt willen brengen. Deze kleding is na eenmalig gebruik vaak niet meer her te gebruiken door een ander en verdwijnt eerder in een toepassing als stofdoek, tapijt of energietoepassing. Zonde natuurlijk! De kleding is in die zin dus niet goed ontworpen. Gelukkig is hier steeds meer aandacht voor. Zo was er de afgelopen maand weer de The Dutch Sustainable Fashion Week.

De kledingstukken die je tweedehands of vintage kunt kopen zijn soms wel 20 jaar oud. De kwaliteit is hoogwaardig én de gebruiker is zorgvol met zijn/haar kledingstuk omgegaan. Daardoor kan het goed hergebruikt worden door een ander.

Wat ik zelf als consument merk, maar ook in contact met marktpartijen, is dat het belang van kwaliteit weer aan het groeien is. Ik denk dat dát ook de enige manier is waarop nieuwe circulaire en/of biobased producten zich kunnen onderscheiden. Prijs is één ding. Maar kwaliteit is een ander leidend aspect, waar het niet belangrijker. Als je een biobased muurverf, of een bureau gemaakt van biolaminaten en bermgras of een notitieblok uit koffieafval koopt, dan heb je in je achterhoofd dat het een milieuvriendelijk product is en het er goed uitziet, maar vooral dat het doet wat het moet doen en dus functioneel hoogwaardig is. Dat het niet bij het eerste gebruik afbladdert of uit elkaar valt.

Laat zien dat je nieuwe product kwalitatief niet onder doet voor het product waarmee het vergelijkbaar is. Sterker nog, het liefst veel beter! Dat het sterk ontworpen is, en dat betekent niet per direct duur design, maar dat het aan het einde van de gebruiksduur (onderdelen) weer opnieuw hergebruikt kunnen worden. Er wordt dus geen afval gemaakt. Als het product kwalitatief hoogwaardig is kan een hogere prijs verantwoord worden. En dan komt dat mijns inziens niet door het labeltje ‘Circulair’, ‘Biobased” of ‘Duurzaam’. Dat kan helemaal achterwege gelaten worden. Men koopt kwaliteit, niet circulariteit. Dat is een mooie bijkomstigheid. Dan lever je met je product een echte toegevoegde waarde.

Ik kies daarom voor mijn garderobe op dit moment voor zoveel mogelijk milieu- en sociaalbewust geproduceerde kleding, gemaakt van zoveel mogelijk natuurlijke grondstoffen van een hoge kwaliteit. Ik ben me overigens ten zeerste bewust dat ik het voorrecht heb om dit te kunnen doen. Maar omdat de kwaliteit hoogwaardig is, hoef ik veel minder vaak nieuwe kleding aan te schaffen en ben ik op termijn minder geld kwijt.

Er zijn overigens voldoende nieuwe biobased en circulaire producten in ontwikkeling die ook de kwaliteit leveren die ze moeten leveren. Vanuit KNN Advies willen we deze producten een goed vindbare plaats geven. Dat doen we door een nieuw initiatief van ons, genaamd ASARNA.

Mocht je nog een kledingtip hebben of een circulair en/of biobased product weten die aandacht verdient, laat het me weten 😊!

 

Willemien

De milieu-impact van de circulaire economie

Het concept ‘circulaire economie’ begint steeds meer een rol te krijgen in het denken bij bedrijfsleven en overheden. Zo zijn er binnen het Grondstoffenakkoord voor een vijftal sectoren een transitieagenda uitgewerkt om de komende vijf jaar stappen te gaan zetten om slimmer met materialen om te gaan.

Dit maakt dat ook de vraag naar kwantificering van het concept ‘circulair’ toeneemt. Een complexe vraag. De bestaande methoden om het milieuvoordeel inzichtelijk te maken zijn ontstaan in de tijd dat er van een circulaire economie nog geen sprake was. Zij zijn daarmee uitstekend in staat om voor losse lineaire ketens, dus van grondstof via product naar afval, de milieu-impact uit te rekenen. Het mooie van een goed functionerende circulaire economie is daarentegen dat er van afval geen sprake meer is. Daarmee komen ook de losse lineaire ketens te vervallen. Afval wordt grondstof en systemen raken verbonden. Een exact beginpunt van de keten kan niet meer gevonden worden.

Neem als voorbeeld de case van Recell®. Het bedrijf Cellvation wint wc-papier terug uit rioolwater. Kun je daar nog wat mee? Zeker. Dit is zeer goed terug te winnen, op te waarderen en te gebruiken als grondstof voor o.a. de wegenbouw. Om de milieuwinst duidelijk te maken én hierover te kunnen communiceren is KNN Advies gevraagd de winst te vertalen in CO2-emissies. Van buitenaf beschouwd valt te verwachten dat een dergelijk product milieuvoordelen met zich meebrengt ten opzichte van het gebruik van nieuwe grondstoffen.

Zowel de veel gebruikte methodiek in DuboCalc als de uitgebreidere LCA-methodiek bleken echter niet in staat dit eenduidig inzichtelijk te maken. Deze bestaande methoden geven geen volledig beeld van de waarde van teruggewonnen wc-papier, terwijl dit concept juist stoelt op het milieuvoordeel van deze producten.

Voorbeeld footprint Recell®

Om dit te ondervangen hebben wij een nieuwe methode ontwikkeld die de waarde inzichtelijk maakt van dit soort duurzame producten. Wat is bijvoorbeeld de waarde van een boom die blijft staan door het terugwinnen van wc-papier? Wij hebben aannemelijk gemaakt dat het oud-papier, dat in de Recell-keten overblijft om een nieuwe functie te vervullen, op zijn beurt weer nieuw papier (gemaakt uit bomen) vervangt. Hiermee blijven er door het teruggewonnen wc-papier te gebruiken als cellulose-grondstof uiteindelijk meer bomen staan, dan wanneer het wc-papier niet uit het rioolwater gehaald zou zijn. Deze bomen bepalen uiteindelijk voor een groot deel de milieu-impact van Recell®.

Benieuwd naar deze methode? Neem dan contact op met Sven Jurgens

 


 

Case: Recell®

Cellvation BV produceert tertiaire cellulosegrondstoffen uit afvalstromen. Een van deze afvalstromen is rioolwater. In Nederland wordt jaarlijks zo’n 10 kg wc-papier per persoon doorgetrokken. In het verleden werd hier ten hoogste nog energie uit teruggewonnen. Met de technologie van Cellvation wordt deze stroom echter weer opgewaardeerd tot hoogwaardige grondstof. Deze vindt zijn toepassing in o.a. de bouw, infra en de chemie.

Cellvation is een joint-venture van KNN Cellulose en CirTec.

Hoe om te gaan met transitie

Transitie. Een woord dat veel gebruikt wordt. Zeker in het kader van DE energietransitie, of DE transitie naar een circulaire en biobased economie. Iedereen is er mee bezig, maar er is geen handleiding hoe het echt moet. Wél kun je putten uit ervaring van anderen. Onze omgeving verandert constant. Soms langzaam zonder dat we het echt goed doorhebben en soms heel snel. Soms maken we een keuze om een transitie in gang te zetten en soms kan je soms niet anders. Charles Darwin, een Engels autodidact, stelde ooit al dat niet de sterkste soort overleeft, maar diegene die zich het beste weet aan te passen, te veranderen, oftewel: de Transitie.


Zelf heb ik een kleine vier maanden geleden een heftige transitie doorgemaakt. Ik werd moeder. Je bereidt je er al 9 maanden op voor, maar echt voorbereiden op het krijgen van kind of het ouderschap kun je écht niet. Cliché! Je kunt alle randvoorwaarden regelen. Zoals de hele baby uitzetlijst, of een combinatie van allerlei lijsten, bij elkaar zoeken. Want er zijn veel verschillende met net dat ene item wat misschien toch wel van pas kan komen, plus nog wat extra spullen. Zolang je overal maar genoeg van hebt, want dan komt het vast goed?! Omdat ik niet van afval houd en circulariteit integreer in mijn persoonlijke leven -een beter milieu begint immers bij jezelf- bestaat de baby uitzet bij mij thuis voor 95% uit tweedehands spullen en hebben we wasbare luiers en billendoeken.

Van de ene op de andere dag is alles anders. En de oude situatie, voordat de vliezen braken, komt nooit meer terug. Dat is flink wennen. Zoals een goede vriendin tegen mij zei: ‘als je op een dag de vaatwasser hebt in- óf uitgeruimd, dan heb je veel gedaan’. Ik kon het niet geloven, maar het is toch echt waar. Om voor mezelf toch een soort grip te blijven houden op deze alles veranderende situatie probeerde ik vast te houden aan totaal onzinnige randzaken en ‘het oude’. Zolang de was en de afwas gedaan waren, er was stof gezogen en er genoeg boodschappen in huis waren, dan kwam alles goed. Onzin natuurlijk. De randzaken gingen domineren, en dat leidde tot conflict. En dat leidde weer tot inzicht. Inzicht om de randzaken en het oude los te kunnen laten. Te zien wat er nú weer op me af kwam en het allemaal maar te laten gebeuren. Waar ik veel aan had waren de adviezen en ervaringen van andere (kersverse) moeders.

Vanaf het moment dat ik die mindset had werd het pas echt leuk en genoot ik meer en meer. Zelfs met al het slaapgebrek en de spuug- en poepvlekken. Je kind kan zichzelf en jezelf volledig onder spugen, of een poepbroek tot aan zijn of haar nekje hebben, of je midden in de nacht uit je slaap krijsen, maar als er dan een glimlachje verschijnt op dat koppie, dan maakt het allemaal niet meer uit. Dat geeft een onbeschrijfelijk gevoel van liefde, trots en blijheid. Het blijft hard werken, maar het is het allemaal waard.

Wat ik met dit zoetsappige verhaal duidelijk wil maken is het volgende: Transitie. Je kunt je er nooit volledig op voorbereiden, je moet het laten gebeuren en dat is eng en spannend. Je wilt controle houden, maar dat kan maar ten dele. Er is geen boek voor ouderschap en ook niet voor transitie. Je kunt de randzaken regelen (baby uitzetlijst, verzekeringen etc.), maar de echte transitie zal je echt zelf door moeten maken. Er komt veel op je af, maar als je het toe laat en het oude los laat is het leuk! Je doet nieuwe kennis op (borstvoeding is een wetenschap op zich), ontdekt nieuwe (leuke en minder leuke) dingen in jezelf (dat je meer geduld hebt dan eerder) en leert nieuwe vaardigheden (véél efficiënter met je kostbare tijd omgaan). En gelukkig ben je niet de enige die dit doormaakt of heeft gemaakt. Je kunt putten uit de ervaring van anderen die dit al eens hebben doorgemaakt. En dat kan erg waardevol zijn. Daarnaast vergt het durf en lef om je grenzen bewust op te zoeken en te verleggen. Bovenal is het ook gewoon hard werken.

Als bedrijf zijn wij voortdurend in transitie. We moeten ons blijven aanpassen aan de steeds veranderende markt en omgeving met nieuwe partijen. We ondernemen zelf, expliciet via onze zusterbedrijven KNN Bioplastic, KNN Cellulose en BioBTX, actief binnen de biobased en circulaire economie, omdat we daarin geloven. We willen anderen inspireren en motiveren om de stap te zetten. We zijn bij uitstek geschikt om te begeleiden tijdens de transitie in het ondernemen binnen de biobased en circulaire economie, omdat het onze kern is. Niet in de laatste plaats omdat we daarmee een bijdrage leveren aan een betere wereld en wij zo samen de klimaatcrisis te lijf gaan. Dát is het uiteindelijke einddoel dat we via de biobased en circulaire economie willen bereiken. Belangrijk daarbij is naar mijn mening dat je de stap durft te nemen om de transitie in te gaan. Het brengt nieuwe inzichten en vaardigheden op je pad. Het gaat je veel energie kosten, maar ook opleveren. En wat het uiteindelijk precies op gaat leveren is niet altijd exact vast te stellen in cijfers of woorden. Het is vooral een heel fijn gevoel dat je met elkaar de goede dingen aan het doen bent voor het klimaat en je directe omgeving.

Wilt u de transitie ingaan of zit uw organisatie er middenin? En heeft u behoefte aan concrete handvaten en ervaring van anderen? Neem dan contact met ons op.

Presentatie uitkomsten stofstromenanalyse Noord-Nederland

In het afgelopen jaar hebben wij ons samen met het Amsterdamse Metabolic ingezet om de materiaalstromen in Noord-Nederland in kaart te brengen. Dit als vervolg op verscheidene voorgaande onderzoeken, zoals de kansen binnen de biobased economy in Noord4Bio en een vergelijkbare stromenstudie voor de provincie Friesland. De uitkomsten van de stofstromenanalyse in Noord-Nederland worden op donderdag 31 mei 2018 gepresenteerd aan de deelnemers van het onderzoek.

Voor de sectoren bouw, landbouw, afval en chemie zijn de grondstoffen, reststromen en afvalstromen in kaart gebracht. Door het aangaan van nieuwe samenwerkingen, doorlopende monitoring en het mogelijk te maken dat deze partijen elkaar weten te vinden kunnen er grote stappen worden gemaakt richting een circulaire economie in 2030. Om de opgave voor de sectoren verder te concretiseren zijn er een 9-tal transitiepaden benoemd. Met deze negen paden wordt een eerste aanzet gedaan voor een tijdspad en stappenplan. Het doel is om voor deze (en andere) transitiepaden eigenaarschap te vinden bij de bedrijven, organisaties, kennisinstellingen en overheden om deze stappen ook daadwerkelijk te gaan zetten.

De samenvatting van het onderzoek kan u hier vinden. Wilt u meer weten? Neem dan contact op met ons, of klik hier voor de volledige rapporten!

Transitie naar een groene economie: wie neemt de verantwoordelijkheid?

Om de transitie naar een groene en duurzame economie te laten plaatsvinden is een verandering nodig in ons denkpatroon. Enige tijd geleden werd ik benaderd om te spreken op het STOSO-congres, een congres georganiseerd door de Studievereniging Psychologie Groningen (VIP) dat als doel heeft het gat tussen theorie en praktijk te dichten. Het thema van dit jaar was “Engineering the green mind”, een onderwerp dat in mijn beleving de komende jaren steeds belangrijker zal worden. De al zo vaak besproken transitie is namelijk allang niet meer enkel een technologisch vraagstuk. Veelbelovende initiatieven stranden regelmatig omdat niemand zich verantwoordelijk voelt. Naast de in een eerder geplaatst artikel besproken belemmeringen, moeten we dus ook bij onszelf te rade gaan: wie neemt de verantwoordelijkheid?

Om te verduidelijken wat ik bedoel met het gebrek verantwoordelijkheidsgevoel zal ik een voorbeeld uit de praktijk illustreren. Een veelbelovende technologie om van reststromen waardevolle chemische bouwstenen te produceren is op labschaal geverifieerd. Echter, om de economische haalbaarheid en applicatie mogelijkheden verder te onderzoeken is een pilot-faciliteit noodzakelijk. Hiervoor zijn logischerwijs investeringen nodig, maar wie neemt deze verantwoordelijkheid op zich? Mogelijke leveranciers van grondstofstromen vinden dat zij niet de verantwoordelijken zijn omdat zij het proces niet willen uitvoeren. Afnemers, daarentegen, willen zekerheid en vragen daarom of er materiaal is dat ze kunnen testen. Het laatste is nou net de reden voor het opzetten van de pilot-faciliteit: meer materiaal produceren zodat het getest kan worden.

Het resultaat van het bovenstaande voorbeeld is dat er diffusie van verantwoordelijkheidsgevoel is en dus naar elkaar wordt gewezen. Op basis van ervaringen uit de praktijk en input van de op het congres aanwezige studenten kan een aantal oorzaken aangewezen worden. Om te beginnen bij de normen en waarden van een individu. Gedraagt een individu zich op een manier dat de levensverwachtingen van een of meer soortgenoten verhoogd wordt zonder dat het voordeel oplevert voor het individu zelf of heb je de een opvatting of levenshouding waarbij de handelwijze van een persoon enkel gericht is op het eigen belang-welzijn, met andere woorden altruïstisch gedrag versus egoïstisch gedrag.

Verder betekent verandering ook iets verliezen, met als resultaat: angst, risico en inspanning. De genoemde angst wordt onder andere veroorzaakt door wat we ook wel “loss aversion” noemen. Mensen hebben een hekel aan verliezen en bouwen daarom het liefst zoveel mogelijk zekerheid in om het risico in te perken. Echter, zonder risico is de kans op succes ook gering. Tot slot is er ook een inspanning, oftewel tijd en geld nodig. Zoals algemeen bekend zijn deze middelen kostbaar en ook niet altijd aanwezig, zeker bij startende ondernemingen.

Er zijn verschillende mogelijkheden om te voorkomen dat veelbelovende initiatieven stranden door de diffusie in verantwoordelijkheidsgevoel. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan crowdfunding om de benodigde investeringen binnen te halen. Op deze manier worden de financiële lasten en de daarbij behorende risico’s niet gedragen door een enkele partij maar verspreid over een veelvoud. Hierdoor neemt de omvang van het risico voor de betrokken partijen af, waarmee de drempel om verantwoordelijkheid te nemen lager wordt. Daarnaast kunnen overheden door middel van een launching customer rol en het aanpassen van de wet- en regelgeving een nuttige invulling geven aan haar verantwoordelijkheid.

De bovengenoemde financiële- en institutionele oplossingen zijn echter niet zaligmakend, er zal ook een verandering in ons denkpatroon moeten plaatsvinden. Als KNN Advies willen wij hier ons, samen met onze partners, voor inzetten en nodigen daarom ook iedereen uit om mee te denken over hoe we dit kunnen bewerkstelligen.

Rob

 

Biobased & circulair: belemmeringen uit de praktijk

Onze grondstofbasis moet veranderen. We moeten daartoe meer biobased en/of circulair denken. Dit vooral vanwege de milieugevolgen van fossiele grondstoffen zoals olie.  In plaats daarvan moeten we meer gebruik gaan maken van stromen van biologische oorsprong en/of stromen die worden teruggewonnen uit afval. In het laatste geval noemen we het geen afval meer trouwens, maar reststromen.

Er is veel potentie voor deze vervanging, vooral technisch. Economisch is het echter veelal nog een ander verhaal. Belangrijkste oorzaken: verborgen subsidies op fossiel en subsidies op toepassing naar energie in plaats van naar materialen. Een andere sta-in-de-weg voor een daadwerkelijke overgang naar biobased en circulair zit hem aan de institutionele kant. Meer concreet, bij de wet- & regelgeving. In deze blog een illustratie hiervan uit de KNN-praktijk.

Juridisch speelveld Reststromen (klik op de afbeelding om te vergroten)

Een bedrijf uit ons netwerk produceert behalve haar hoofdproduct meerdere reststromen.  Een daarvan bevat een significante hoeveelheid fosfaat. Dit maakt deze stroom in potentie geschikt als organische meststof of grondstof voor de kunstmestindustrie.

In de huidige situatie dient er voor deze stroom een gate-fee betaald te worden voor de verwerking. Daarnaast was niet altijd duidelijk waar de stroom nu precies terecht komt en voor welke doeleinden. Al met al is hier ruimte voor verbetering.

Door de oorsprong en het productieproces werd vrij snel duidelijk dat het materiaal viel onder de Europese regeling dierlijke bijproducten (EC 1069/2009). Aan verwerkers van dergelijke bijproducten zijn strenge eisen verbonden. Zo moeten producten, transporteurs en verwerkers erkend zijn door de voedsel- en warenautoriteit; de NVWA. Vanuit het verleden is dit besloten, om de gevolgen voor o.a. milieu en volksgezondheid van lozing en verwijderen te reguleren. In de huidige situatie wordt er anders tegen deze materialen aangekeken en worden ze mogelijk geld waard. De bestaande regelgeving kan verwaarding van het materiaal in de weg zitten.

De Europese Commissie probeert hierin te voorzien door voor afvalproducten een einde-afvalstatus mogelijk te maken. Wanneer aan bepaalde voorwaarden voldaan is, kan deze status worden toegekend en is de afvalwetgeving niet meer van toepassing. De productie en hergebruik van struviet is in dit kader een mooi voorbeeld. Voor dierlijke bijproducten gelden echter andere eisen. Hier is een lijst met specifieke eindpunten vastgesteld, waar niet eenvoudig van afgeweken kan worden.

Zowel leverancier als potentiële afnemers van het materiaal hebben aangegeven economisch heil in het product te zien. In dit geval is voornamelijk de juridische status de bottleneck voor hoogwaardige toepassing. De Europese Commissie is bezig haar meststoffenwetgeving te herzien en hierin meer ruimte te maken voor herwonnen meststoffen. Hierin wordt getracht een link te leggen met omliggende wetgeving, zoals de Verordening dierlijke bijproducten en de wetgeving rond handel in grondstoffen (REACH). Totdat het zo ver is zijn er echter nog veel regels die een circulaire economie in de weg staan.

 

Willemien en Sven