Advies Circulaire Economie bij KNN

Heb jij geen idee wat jouw organisatie/bedrijf kan doen op het gebied van de circulaire economie? Of heb je een idee maar weet je niet waar je moet beginnen? Meld je nu aan voor een adviesgesprek bij KNN. Tijdens dit uur werpen wij graag een blik op uw circulaire uitdaging(en) en verkennen we samen de verduurzamingskansen. Stuur snel je vraagstuk over de circulaire economie naar info@knnadvies.nl – de eerste 5 aanmeldingen nodigen wij uit voor een gratis adviesgesprek (+ verse koffie natuurlijk!)

 

 

 

CO2 footprint analyse BioPanel

De uitdaging

AbelLeisure is een bedrijf die zich specialiseert in het ontwikkelen en realiseren van recreatieve routeconcepten. Eén van die concepten is de BioPanel; een kunststof plaatmateriaal dat voor 100% bestaat uit hernieuwbare plantaardige grondstoffen (industriële hennep, vlasvezels en een thermoplastisch biopolymeer van melkzuur (PLA).

AbelLeisure namen contact met ons op om meer te weten over de duurzaamheid van de BioPanel. Zij willen door een uitgebreide CO2 footprint analyse uitzoeken de CO2-uitstoot van de BioPanel in vergelijking met twee andere materialen:

  • Het gangbare materiaal gemaakt van High Pressure Laminate (HPL) (o.a. verkocht onder de naam ‘Trespa’).
  • Aluminium

Het doel van dit onderzoek was om in eerste instantie licht werpen op de potentiële milieuvoordelen van het BioPanel in vergelijking met de gangbare producten, en deze resultaten gebruiken voor communicatie en onderbouwing in de aanbesteding richting potentiële opdrachtgevers.

Onze aanpak

Onze aanpak van de CO2 Footprint analyse was gebaseerd op de LCA-methodologie van het Greenhouse gas protocol (WBSCD). Op basis van specifieke data van AbelLeisure en de resterende leveranciers die in de keten zitten, naast data van toonaangevende databases, hebben we een milieuanalyse uitgevoerd en een beoordeling van de CO2-emissies van de productie van de BioPanel en de twee andere materialen uitgevoerd.

De uitkomst

Met hulp van onze CO2 footprint analyse hebben we de CO2 uitstoot van alle drie producten in kaart gebracht. Wij hebben een beknopte rapportage afgeleverd met de resultaten van de CO2 uitstoot en onze adviezen/aanbevelingen op de milieuvoordelen.

In vergelijking met het HPL-paneel en het aluminiumpaneel heeft het BioPanel zeer goed gescoord op de CO2 footprint. De belangrijkste redenen hiervoor zijn het gebruik van hennep en PLA als grondstoffen in plaats van hars en papier (HPL) en aluminium. Bovendien is het energieverbruik veel hoger voor HPL en aluminium in vergelijking met het BioPanel. Dit is hoofdzakelijk vanwege:

  • HPL: de productie van de grondstoffen, waarbij bijna 50% en 20% van het energieverbruik is gekoppeld aan respectievelijk hars- en papierproductie
  • Aluminiumpaneel: de primair aluminiumproductie en in het bijzonder de elektrolyseproces

Bovendien blijkt uit dit onderzoek dat het zinvol is om het BioPanel na de gebruiksfase te recyclen. Het is aan te bevelen de mogelijkheden tot recycling verder te onderzoeken, gezien de impact hiervan op de CO2 footprint.

Naast communicatie en onderbouwing, zijn de resultaten en adviesen van de CO2 footprint analyse gebruikelijk voor bepaling van hotspots binnen de productieketen, en/of als basis voor verder onderzoek van de footprint van AbelLeisure’s producten. Dit bieden wij ook in de vorm van een LCA.

 

Circulariteit meten van uw product of bedrijf? Dat kan!

In 2050 wil Nederland 100% circulair zijn –  een erg ambitieuze doelstelling waar veel sturing voor nodig zal zijn. Maar wat betekent circulair nou precies? Wanneer is een product/materiaal nou (het meest) circulair? Wat betekent dit voor mijn bedrijf? En hoe pas ik circulariteit het beste toe in mijn toekomstplannen? Dit zijn allemaal belangrijke vragen wanneer we met een kritisch blik naar deze transitie kijken.

Ondanks de groeiende aandacht voor de circulaire economie is circulariteit voor veel organisaties nog een complex en onbezonnen begrip. En dat is heel goed te begrijpen, want hoe meet je circulariteit nou precies? Wanneer je het over de energietransitie hebt, dan is meten relatief simpel –  je meet in energie-eenheden. Maar wanneer je het hebt over circulariteit zijn er meerdere aspecten van belang, denk aan:

  • Circulaire input                                  (hoeveel gerecycled materiaal wordt toegepast?)
  • Virgin input                                         (hoeveel virgin (nieuw) materiaal wordt er toegepast?)
  • Potentie voor hergebruik                 (kan het product of een component worden hergebruikt?)
  • Recycle potentie                                 (materiaalverliezen door slijtage of contaminatie)
  • Recycle efficiëntie                              (welke deel raakt ‘’verloren’’ tijdens het recycle proces?)

Daarnaast kun je ook aspecten meenemen zoals kritische materialen of risicovolle grondstoffen. Benieuwd of je product kritische materiaal bevat? Kijk even op de Grondstoffenscanner!

Wanneer je circulariteit wilt gaan meten kun je dat doen met een aantal tools. Om de verschillende toepassingen binnen deze tools wat te verhelderen heb ik drie van hen uiteengezet. De tools zijn ontwikkeld door o.a. The Ellen MacArthur Foundation, WBCSD en KPMG.


Figuur 1 Screenshot van de Excel tool MCI (Bron: EMF)

Circulariteit op product/materiaal niveau 

De Material Circularity Indicator (MCI) is een (Excel-gebaseerd) instrument voor bedrijven om de circulariteit van producten en/of materiaal te boordelen. Met behulp van een aantal sliders kan men circulariteitsaspecten (bijv. het percentage hergebruik) van het product/materiaal aanpassen. Wanneer je gaat experimenteren met deze sliders kun je de impact van deze verandering direct zien in de totale circulariteitsscore. Deze tool heeft een relatief lage (inlees)drempel en daarom raad ik deze ook aan wanneer je een eerste stap wil maken in het meten van Circulariteit.

De tool kan ook gebruikt worden om bijvoorbeeld businessmodel scenario’s met elkaar te vergelijken. Op de scoreladder hieronder zie je een voorbeeld van de circulariteitscore van een product vóór (oranje) en ná (groen) de invoering van een Product-as-a-Service model. Deze grote stap in circulariteit wordt in deze case voornamelijk veroorzaakt door een hoge potentie in recycling (& efficiëntie) bij terugname van het product.

Figuur 2 MCI Score – illustratie ontwikkeld door KNN

 

 

 

 

 

 


Circulariteit op bedrijfsniveau 

De volgende tool, het Circularity Transition Indicators (CTI) raamwerk van WBCSD en KPMG,  biedt een set indicatoren waarmee bedrijven geholpen worden met het identificeren van lineaire risico’s en circulaire kansen & potenties. Deze set aan indicatoren is mede ontwikkeld door 25 internationale bedrijven ‘metrics for business, by business’. De opgestelde metrics zorgen voor een meer transparante en uniforme verwerking van circulariteitsindicatoren.  Deze tool vraagt wel meer input (data en voorbereiding) van de gebruiker dan de hiervoor genoemde MCI tool, maar biedt meer inzicht in de circulariteitprestatie op bedrijfsniveau. Vanaf deze week kun je als bedrijf ook online aan de slag met deze tool via de online CTI tool.

Figuur 3 Company in- and outflow of material (Bron: WBCSD)

 

 

 

 

 

 


Circulariteitprestatie op bedrijfsniveau + strategisch inzicht

Een recent uitgebrachte tool genaamd Circulytics willen we ook even onder de aandacht brengen. Deze tool wordt geprezen als ‘the most comprehensive company-level circularity measurement tool in the world’. Met behulp van deze tool, wordt de circulariteitsprestatie van uw bedrijf in kaart gebracht aan de hand van een online survey. De onderdelen in deze survey zijn grotendeels in lijn gebracht met de hiervoor genoemde tools maar bevatten ook onderdelen als ‘people & skills’, ‘strategy’ en ‘systems & infrastructure’. De survey behandeld naast de in- en outflow van materialen dus ook meerdere circulariteitsfacetten binnen een organisatie. Een aantal hiervan zullen lastig zijn om in te vullen maar op de website staat veel informatie – daarnaast bestaat er ook de mogelijkheid om surveyonderdelen te skippen. Na het invullen van de survey wordt er een scorecard gegenereerd waarop de circulariteitsprestatie van je bedrijf te zien is binnen de verschillende facetten.

 

Wilt u meer weten over deze tools of circulair ondernemen? Neem contact op met Micha.

 

 

 

 

 

 

 


 

Micha Klaarenbeek officieel CIRCO-trainer

Vanaf dit jaar is Micha ook officieel CIRCO-trainer! In zijn rol als trainer zal hij o.a. productiebedrijven activeren en uitrusten met methoden/kennis om concreet aan de slag te gaan met circulair ondernemen. Door producten, diensten en businessmodellen te (her)ontwerpen wordt circulair ondernemen in veel gevallen mogelijk. De methode die CIRCO hiervoor heeft ontwikkeld heeft zich bewezen (ook internationaal), ieder jaar doen er weer meer bedrijven mee!

Wil je meer weten over ? Neem dan gerust contact op.

 

Polyhydroxyalkanoate (PHA): De tijd is rijp voor een keerpunt in de plastic geschiedenis | KNN Blog

Als werknemer bij KNN krijg ik de kans om mee te werken aan veel interessante en belangrijke onderwerpen. Eén van deze onderwerpen staat zeer hoog op de agenda in de huidige samenleving, namelijk plasticvervuiling.


Plasticvervuiling is een groeiend wereldwijd probleem omdat de commerciële kunststoffen niet biologisch afbreekbaar zijn. De manier waarop we momenteel kunststoffen ontwerpen, produceren en consumeren is zowel onhoudbaar als inefficiënt. Eén van de belangrijke maatregelen om plasticvervuiling te bestrijden en vervolgens een duurzame toekomst voor mens en milieu veilig te stellen, is door het ontwerp van plastic producten te herzien.

De industrie heeft al jaren onderzoek gedaan naar milieuvriendelijke alternatieven voor petrochemische kunststoffen. De heilige graal is om materialen te maken die aan het einde van hun levenscyclus efficiënt biologisch worden afgebroken in de natuurlijke omgeving en tegelijkertijd de duurzaamheid van conventioneel plastic bezitten.

In dit opzicht zijn polyhydroxyalkanoaten (PHA’s) naar voren gekomen als een veelbelovende oplossing vanwege de vele gunstige eigenschappen. PHA’s zijn een familie van polymeren die geproduceerd worden door micro-organismen. Eén van de unieke eigenschappen van PHA’s is dat micro-organismen zowel kunnen produceren als afbreken in bijna elke omgevingen (composteerbak, bodem en zee). Verder zijn de eigenschappen van veel onderzochte PHA’s vergelijkbaar met traditionele kunststoffen zoals polyethyleen (PE) en polypropyleen (PP). Bovendien kan de grondstof voor het maken van deze polymeren afvalstromen zijn zoals; GFT-afval, afvalwater, of papierafvalstromen. Dit maakt PHA plastics een kansrijk alternatief voor een duurzame toekomst.

Ondanks veel onderzoeken en inspanningen is grootschalige productie van PHA nog niet bereikt vanwege technische en economische uitdagingen. Een innovatieve productiemethode van PHA’s is daarom noodzakelijk om PHA volledig te commercialiseren en de plasticindustrie naar een “groenere” toekomst te brengen.

Recente ontwikkelingen binnen de PHA-industrie duiden er nu op dat de PHA-markt geleidelijk vorm begint te krijgen. Met de toegenomen focus van zowel consumenten als producenten op duurzaamheid, de circulaire economie en een ‘groene’ toekomst, is dit het juiste moment om de PHA-productie naar een hoger niveau te tillen. Wij staan aan de vooravond van een keerpunt van het gebruik van grondstoffen. Het is enorm spannend om betrokken te zijn bij de initiatieven die nu op het gebied van PHA plaatsvinden. We geloven dat “being at the right place at the right time” met een unieke strategie het verschil zal maken!

Helle

Op naar een Plasticvrije Waddenzee | KNN Blog

Vanuit mijn werk als aanjager op het thema kunststoffen voor Circulair Friesland en Noord-Nederland neem ik zitting in de Community Plasticvrije Waddenzee welke gefaciliteerd wordt door Rijkswaterstaat. De community bestaat uit een groep van meer dan 25 stakeholders uit het waddengebied, dus de kust, eilanden en degenen die vooral op de zee te vinden zijn. De community heeft als doel om in 2025 een plasticvrije Waddenzee gerealiseerd te hebben. Met elkaar hebben we een aantal lijnen uitgezet waar we actief mee bezig gaan. Dit is onder andere het wergwerpplastic gebruik sterk te verminderen, beginnend bij de horecaondernemers, de festivals en ten slotte hopen we ook met de supermarkten aan de slag te gaan. Het plasticafval dat aanspoelt ruimen we op en zetten we om in producten die van toegevoegde waarde zijn voor de regio. En we voorkomen dat vanuit de zoetwaterwegen plastics de Waddenzee inkomen door deze af te te vangen en ook om te zetten naar bruikbare producten. Met al het inzamelen wordt er data verzameld over de herkomst en typen materialen die er voornamelijk worden aangetroffen. De Community heeft als doel initiatieven die er al lopen te versnellen, te koppelen en verder aan te jagen en iedereen kan zich aansluiten.

Wat ik nou zo ontzettend mooi vind om te zien aan deze Community is dat het stuk voor stuk mensen en partijen zijn die dit gebied in hun hart dragen. Ik zelf ga ook al jaren naar eilanden toe, alleen Texel ontbreekt nog op het lijstje. Iedereen zet zich in vanuit eigen motivatie en tijd en er worden directe koppelingen gelegd met allerlei projecten die er al lopen op en rond dit gebied. Hier zie je echt de kracht van de gemeenschap heel sterk naar voren komen. We nemen het heft in eigen hand en bewegen hemel en aarde om een verandering te weeg te brengen. Want het moet anders en het mooie is, HET KAN ook anders! De oplossingen zijn er al, maar hebben soms nog een zetje nodig en een goede voedingsbodem om groot te worden. Het doel met de community gaat verder dan alleen het vervangen van de plasticrietjes. We beogen een systeemverandering. Dat we het nu écht anders gaan doen. Zo zullen er testen gedaan worden op Terschelling met het anders inzamelen van bedrijfsafval van de horeca. Daarnaast biedt deze verandering ook een economisch perspectief. Door ons enige UNESCO World Heritage gebied plasticvrij en zo duurzaam mogelijk in te richten wordt en blijft het gebied een plek die mensen graag willen bezoeken en waar ze direct met eigen ogen kunnen zien hoe het ook anders kan. Een inspiratieplek en een plek waar mensen graag naar toe komen om te recreëren, te werken en zelfs voor langere tijd te gaan wonen of terug te keren.

Ik word zo ontzettend blij en enthousiast van dit soort initiatieven, omdat het laat zien dat de wil er echt is en het geloof dat, ondanks de wereldwijde plasticproblematiek, we er met elkaar in geloven dat we zelf en met elkaar wel de verandering kunnen realiseren die we beogen en iedere dag keihard toewerken naar een schonere toekomst van dit gebied.


Wil je meer weten over de Community Plasticvrije Waddenzee? Neem dan gerust contact op. De website van de community komt in november 2019 online!

Willemien

Op naar minder voedselverspilling!

De eerste keer dat ik, Helle, iets hoorde over de circulaire economie was anderhalf jaar geleden. Ik was toen student bij de Universiteit van Groningen en bezocht het KIVI-jaarcongres Circular Economy in Wageningen. Ondanks mijn beperkte kennis van de Nederlandse taal (ik was net twee jaar geleden van Noorwegen naar Nederland verhuisd) begreep ik in ieder geval dit: het kernconcept van de circulaire economie – een samenleving zonder afval – kan een echte gamechanger zijn voor klimaatverandering en milieu-uitdagingen. Eén van de milieu-uitdagingen waar relatief weinig aandacht voor is, is voedselverspilling. Het is tijd om daar verandering in te brengen!

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Velen van ons hebben in het verleden wel eens een aantal vervelende ontdekkingen gedaan bij het openen van de koelkast. Een volledig groene en donzige citroen, de overblijfselen van een half verrotte komkommer of een stinkend groen blok kaas die je een paar weken geleden hebt gekocht. Het weggooien van deze voedselwaren in de vuilnisbak veroorzaakt een slecht gevoel bij de meesten van ons, vaak om morele en economische redenen. De verspilling van voedsel heeft echter ook een enorme impact op het milieu. Ongeveer een derde van het voedsel dat voor menselijke consumptie wordt geproduceerd, gaat elk jaar verloren of wordt verspild. Dat is 1,3 miljard ton! Weinig mensen beseffen dat het vergeten van die druiven op de bodem van de koelkast bijdraagt ​​aan de klimaatverandering.

Dus: wat kunnen wij eraan doen?
Veel mensen geloven dat hun bijdrage aan het verminderen van voedselverspilling weinig invloed heeft op het wereldwijde voedselverspillingsprobleem. Wat doet het er bijvoorbeeld toe wat ik doe als mijn buurman of mijn collega zich hier niets van aantrekt? Of: wat maakt het uit wat de consument doet als voedsel wordt verspild in alle fasen van de toeleveringsketen, niet alleen tijdens de consumentenfase? Misschien een verrassing, maar: van alle beschikbare oplossingen om voedselverspilling tegen te gaan, lijkt het veranderende consumentengedrag het meest veelbelovend. Kortom, beginnen bij jezelf helpt echt!

Door simpelweg bepaalde voedingsmiddelen te eten en anderen te vermijden, kunnen we de hoeveelheid afval aanzienlijk verminderen. Als bijvoorbeeld alle gewassen die momenteel aan veevoer worden toegewezen, direct door mensen worden geconsumeerd, zou de wereldwijde voedselproductie met zo’n twee miljard ton toenemen en zouden de voedsel calorieën met 49 procent toenemen. Na de fossiele brandstoffen is de voedingsmiddelenindustrie, en met name de vlees- en zuivelsector, een van de belangrijkste oorzaken van de klimaatverandering. Een verschuiving van standaard naar vegetarische diëten zou ongeveer dezelfde impact hebben als het wegnemen van voedselverlies op retail- en consumentenniveau. Minder vaak vlees eten is dus één van de belangrijkste afzonderlijke daden ter bestrijding van de klimaatverandering. Bovendien zijn er tal van manieren om voedselverspilling tegen te gaan:

  1. Zorg voor een georganiseerde koelkast
    Het gezegde “uit het oog, uit het hart” is in deze context erg toepasselijk. Gebruik de FIFO-methode (First in, First out) voor het ‘beheren’ van de voorraad in de koelkast en minder voedsel wordt verspild.
  2. Gebruik acceptabele portiegroottes
    Door ervoor te zorgen dat de portiegroottes binnen een gezond bereik blijven, is dit niet alleen goed voor de gezondheid, maar vermindert het ook voedselverspilling
  3. Begrijp de vervaldata
    “Best te consumeren voor” of “verloopt op” zijn slechts twee van de vele verwarrende termen die bedrijven op voedseletiketten gebruiken. Het meeste voedsel dat net de houdbaarheidsdatum heeft overschreden, is echter nog steeds veilig om te eten. Leer de verschillen tussen de labels en gebruik je eigen zintuigen van smaak en geur om het voedselproduct te beoordelen.
  4. Bewaar voedsel op de juiste manier
    Verkeerde opslag van fruit en groenten kan leiden tot vroegtijdige rijping en rotte producten. Houd voedsel dat ethyleengas (bananen, peren, avocado’s enz.) produceert uit de buurt van ethyleengevoelige voedingsmiddelen zoals aardappelen, appels, bessen, enz.
  5. Zeg het voort!
    Niets is krachtiger dan kennis. Samen kunnen we een verschil maken!

Helle Trapnes

Op weg naar circulaire verdienmodellen

Mijn gewaardeerde collega Willemien schreef er in haar vorige blog al even over. In een interessant verhaal werd en passant -weliswaar onder het laatste puntje, punt 5, maar het is haar vergeven- het Product as a Service Model genoemd. Het fenomeen waarbij de consument in de toekomst niet meer gaan betalen voor eigendom, maar voor gebruik. Vanuit mijn economische achtergrond vooral interessant vanaf de andere kant; hoe gaan bedrijven daar nou mee om?


Er ontstaat een deeleconomie. De consument en dus ook de bedrijven denken steeds vaker na over consumeren. Wat gebruik ik eigenlijk? Waar komt dit vandaan en wat gaat er gebeuren met dit product als ik het niet meer gebruik? In de huidige lineaire economie is het ‘simpel’. Een bedrijf produceert wat, de consument gebruikt het en we gooien het bij het afval. Dat afval wordt -gelukkig- steeds vaker hergebruikt, maar dat is toch nog altijd vrij lastig. In een circulaire economie werkt het echter anders. In een circulaire economie wordt er namelijk nagedacht over de manier waarop het geproduceerd wordt, zodat het ook weer heel makkelijk te hergebruiken is. Minder afval, minder productie en minder vervuiling. Een prachtige ontwikkeling!

Wat helemaal past in die ontwikkeling is het Product as a Service Model. Het PaaS-model sluit uitstekend aan bij een economie gebaseerd op het aanbieden van diensten in plaats van het aanbieden van producten. Denk bijvoorbeeld aan Uber, AirBNB, maar ook aan het aanbieden van licht in plaats van lampjes en het aanbieden van matrassen in plaats van het verkopen. Doordat bedrijven deze diensten aanbieden blijven ze eigenaar over het product en is het in hun voordeel om het product zo te ontwerpen dat het makkelijk te repareren/ hergebruiken is als de consument klaar is met het gebruik.

Echter, in een organisatie de overstap maken van een lineair verdienmodel naar een circulair verdienmodel, waarbij je eventueel gebruik gaat maken van een PaaS-model, is nog niet zo makkelijk. Er is vaak organisatorische weerstand, de logistiek rondom het terughalen van je eigen product moet geregeld worden. De vraag blijft altijd of het wel voldoende oplevert én of het daadwerkelijk tot milieuwinst leidt, de consument is er misschien niet op ingesteld, etc, etc. Veel vragen. Vragen die we bij KNN kunnen beantwoorden. Tegelijkertijd vergaren we nog meer kennis over het onderwerp doordat Micha Klaarenbeek, student van de Rijksuniversiteit Groningen, een onderzoek uitvoert over het PaaS-model. Zodat wij ook blijven leren, en bedrijven nóg beter kunnen helpen met deze vraagstukken.

Transities; het biedt enorme kansen.

 

Jelmer

5 stappen naar een circulaire economie

In de vorige blog van collega Sven Jurgens kon u lezen over het belang van kwaliteit van grondstoffen om ze beter te kunnen recyclen. Net als dat ik eerder schreef over dat Kwaliteit Verkoopt als het gaat om de productie van duurzame producten, geldt dit ook voor grondstoffen. Kwaliteit van grondstoffen is essentieel willen we de opgave die voor ons ligt, een circulaire economie in 2050, realiseren.


De uitdaging is: hoe zorgen we er met elkaar en de keten voor dat de producten die we maken van origine kwalitatief hoogwaardig zijn en óók op kwaliteit blijven zodat ze beter hergebruikt kunnen worden? Dat houdt automatisch in dat we anders moeten gaan denken over de manier waarop we producten gebruiken.

Om te komen tot een Circulaire Economie zijn er diverse hordes die we moeten overwinnen. Naar mijn idee zijn de volgende vijf zaken van wezenlijk belang richting een volledig Circulaire Economie in 2050:

  1. Ga maar eens bij jezelf na hoeveel producten die je in huis hebt of je ze echt nodig hebt. En of je zelf een andere keuze kunt maken in de producten die je koopt en hoe ze bijvoorbeeld verpakt zijn. Grotere bedrijven kunnen nagaan of ze minder materiaal kunnen gebruiken of ander materiaal. Hoe minder materialen en producten we gebruiken hoe beter. Immers een beter milieu begin bij jezelf!
  2. Meer focus op hoe we de producten ontwerpen. Hoe maak ik mijn product nou zo dat het, in zijn geheel of onderdelen ervan, makkelijker her te gebruiken of te recyclen is? We hebben hiervoor echt de kennis in huis! Zo heeft NHL Stenden een Circulair Design Lab opgezet, en is het bedrijf House of Design een prachtig voorbeeld en inspiratie. De Tegenlicht uitzending uit 2006 over de Cradle 2 Cradle filosofie en theorie was voor mij een persoonlijke eye opener en inspiratiebron
  3. Het is essentieel dat we ervoor zorgen dat we de inzamelingsstructuur van onze grondstoffen goed organiseren. Dit kan bijvoorbeeld via een statiegeldsysteem (en dan niet alleen voor flessen maar ook voor bijvoorbeeld kleding of matrassen). Er zijn grote (sport)merken die al experimenteren met een dergelijk model. Nu vind ik H&M niet het streefbeeld van kwaliteit en duurzaamheid, maar eerlijk is eerlijk: je kunt er wel al je oude kleding inruilen tegen een kortingsbon.
  4. Ontwikkelen van technieken om de grondstoffen beter te recyclen. Die technieken zijn volop in ontwikkeling. Zo vindt er in Emmen chemische recycling plaats van polyesters. Polyester zit onder andere in sportkleding en tapijten. Met deze techniek kunnen de waardevolle grondstoffen weer terug naar dezelfde toepassing, iets wat nu nog onmogelijk is via mechanische recycling. De vraag naar de gerecyclede polyester grondstof is al groter dan het aanbod aan grondstoffen, dus de juiste inzameling en voorbewerking is van groot belang.
  5. Tot slot: het Product as a Service Model. Ik ben er heilig van overtuigd dat we in de toekomst niet meer gaan betalen voor eigendom maar voor gebruik.

De bovenstaande vijf punten zijn mijns inziens concrete en haalbare onderdelen die we met elkaar kunnen verkennen en realiseren. Waar ziet u belangrijke focus punten om te komen tot een volledig circulaire economie? Ik hoor graag hoe u dit ziet!

Willemien

It’s the economy, stupid

Mede dankzij deze uitspraak won Bill Clinton in 1992 de presidentsverkiezingen in de VS. Ik moest hieraan denken tijdens het lezen van de Rapportage Nulmeting Friese Circulaire Economie van de Rijksuniversiteit Groningen/Campus Fryslân.

In de inner circle van biobased en circulair veronderstellen we al gauw dat de hele wereld draait rond biogrondstoffen en het in de loop houden van materialen. Tegelijkertijd constateren we met regelmaat dat we in onze wereld vaak dezelfde partijen tegenkomen, we noemen dat dan de usual suspects. Dat dit wringt lijkt mij evident.

Het onderzoek van Gjalt de Jong en Manon Eikelenboom van de Rijksuniversiteit Groningen/Campus Fryslân komt in dat licht op een goed moment. Het bevestigt naar mijn idee dat het thema ‘circulair’, maar dat geldt in gelijke mate voor het zusterthema ‘biobased’, tot op heden eigenlijk vooral  een thema is voor beleidsvorming en (toegepast) wetenschappelijk onderzoek. Uitzonderingen daar gelaten spelen de bedrijven tot dusverre een beperkte rol.  Althans, als ik mijn interpretatie van de resultaten voor Fryslân verder doortrek.

Uitermate kenmerkend is dat De Jong en Eikelenboom vaststellen dat van de benaderde bedrijven 6 van de 10 aangeven (helemaal) niet tot neutraal geïnformeerd te zijn over de circulaire economie.  In het verlengde daarvan geeft zo ongeveer de helft van de bedrijven aan een klein circulair netwerk te hebben.

Juist daar zit hem volgens mij de crux. Als we in 2050 volledig circulair willen zijn, wat de nationale doelstelling is, zullen we het bedrijfsleven veel actiever moeten mobiliseren. Of beter geformuleerd, moeten we ondernemerschap veel meer centraal stellen.  Dat kan via nieuwe start ups, maar zeker ook vanuit bestaande bedrijven. Zowel overheden als kennisinstellingen zullen daarbij dienstbaar dienen te zijn aan het risicodragend gedrag van ondernemers.  Voor overheden kan zo’n rol liggen op het terrein van het leveren van organiserend vermogen of ten aanzien van het stimuleren via regelgeving.

Om dit proces op gang te brengen zullen we om te beginnen wegen moeten zoeken om meer bedrijven (zeer) goed geïnformeerd te krijgen over de circulaire economie. En parallel daaraan hun netwerken op dat gebied te vergroten. Ik ben graag bereid om stad en land af te reizen om bij bedrijvenverenigingen op de zeepkist te gaan staan en een vurig pleidooi te houden voor de economische kansen van de circulaire economie. Aansprekende voorbeelden te over!

Pas als circulair economisch wordt, wordt de economie circulair. It’s the economy, stupid.

 

Cor